Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS)

 

BESLUIT  TEGEMOETKOMING  ONDERWIJSBIJDRAGE  EN  SCHOOLKOSTEN

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 5 juli 2001, houdende regels over de tegemoetkoming in onderwijsbijdrage en schoolkosten (Besluit  tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 2 mei 2001, nr. WJZ/2001/15896 (1713), directie Wetgeving en Juridische Zaken;
     Gelet op de artikelen 2.2, eerste lid, 9.5, 9.6 en 11.1, eerste lid, van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
     De Raad van State gehoord (advies van 22 juni 2001, nr. W05.01.0211/III);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen van 3 juli 2001, nr. WJZ/2001/27402 (1713), directie Wetgeving en Juridische Zaken;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Hoofdstuk 1. Algemeen

Artikel 1. Begripsbepaling

In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.

Artikel 2. Nationaliteit voor hoofdstuk 3 van de wet

De vreemdeling die tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 3 van de wet aanvraagt, wordt met een Nederlander gelijkgesteld indien die vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijf heeft:

a. op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000,

b. op grond van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van die wet,

c. op grond van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van die wet,

d. op grond van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder d, van die wet, of

e. bedoeld in artikel 8, onderdelen g of h, van die wet, voor zover er aan hem of ten behoeve van hem reeds tegemoetkoming is verstrekt.

Artikel 3. Nationaliteit voor hoofdstukken 4 en 5 van de wet

1. Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de vreemdeling die tegemoetkoming op grond van de hoofdstukken 4 of 5 van de wet aanvraagt, met dien verstande dat de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, verleend is onder de beperking:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | WTOS | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x