Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet tot uitvoering van de Verordening No. 11 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap

 

UITVOERINGSBESLUIT  EX  ARTIKEL  2  WET  TOT  UITVOERING  VAN  DE  VERORDENING  NO.  11  VAN  DE  RAAD  VAN  DE  EUROPESE  ECONOMISCHE  GEMEENSCHAP

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
BESLUIT van 14 februari 1964, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Wet tot uitvoering van de Verordening No. 11 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap

 

     WIJ JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 30 oktober 1963, nr. A-2/020324, Directoraat-Generaal van het Verkeer;
     Gelet op de Wet tot uitvoering van de Verordening No. 11 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap;
     De Raad van State gehoord (adviezen van 4 december 1963, nr. 88);
     Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 11 februari 1964, nr. A-2/021668, Directoraat-Generaal van het Verkeer;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

1. Inleidende bepalingen

Artikel 1. Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Wet: de Wet tot uitvoering van de Verordening No. 11 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap;

b. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;

c. Europese Economische Ruimte:

de gebieden waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden en voorts de grondgebieden van de Republiek Finland, met inachtneming van het tweede lid van artikel 126 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, de Republiek IJsland, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk en het Koninkrijk Zweden.

Artikel 2. Toepasselijkheid

1. Dit besluit is van toepassing op vervoer van goederen per spoor, over de weg of over de binnenwateren, dat geheel of ten dele in Nederland plaats vindt, almede op zodanig vervoer, dat door een in Nederland gevestigde ondernemer geheel of ten dele in een of meer van de andere Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen dan wel in een of meer der overige staten, die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte wordt verricht, een en ander voor zover de bepalingen van de Wet daarop van toepassing zijn.

2. In dit besluit worden onder goederen niet begrepen de goederen, genoemd in de Bijlagen I en III van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal.

2. Verstrekking gegevens

Artikel 3

1. De in Nederland gevestigde ondernemer, die vervoer als bedoeld in artikel 2, eerste lid, verricht, is verplicht Onze Minister of de door deze daartoe aangewezen instanties of ambtenaren binnen een week na vaststelling kennis te geven van de tarieven, overeenkomsten, prijsafspraken en vervoervoorwaarden, welke binnen de Europese Economische Ruimte voor dezelfde verbindingen en voor gelijke goederen verschillende vrachtprijzen en vervoervoorwaarden inhouden al naar het land van herkomst of bestemming van deze goederen.

2. De ondernemer, bedoeld in het eerste lid, is verplicht op verzoek van Onze Minister binnen de daarbij gestelde termijn aanvullende gegevens te verschaffen.

Artikel 4

1. De expediteur of een andere tussenpersoon op het gebied van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x