Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 
  
 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Nadere regelgeving
 
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

 

UITVOERINGSREGELING  WET  TER  VOORKOMING  VAN  WITWASSEN  EN  FINANCIEREN  VAN  TERRORISME

Tekst zoals deze geldt op 25 juli 2014

 

 

 

 
REGELING van de Minister van FinanciŽn en de Minister van Justitie van 23 juli 2008, nr. FM 2008-1792 M, Generale Thesaurie, Directie FinanciŽle Markten, Afdeling Integriteit, tot vaststelling van regels ter uitvoering van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Uitvoeringsregeling Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme)

     De Minister van FinanciŽn en de Minister van Justitie;
     Gelet op de artikelen 3, zesde lid, 6, vierde lid, 11, eerste, tweede en vierde lid, 12, derde lid, 21, derde lid, en 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme, artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 62 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de artikelen 27i en 30z van de Wet op de kansspelen;

     Besluiten:

 

 

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder wet: Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme.

Artikel 2

Van artikel 3, eerste lid, van de wet zijn vrijgesteld instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de wet, voor zover zij een cliŽnt behulpzaam zijn bij het doen van aangifte in het kader van:

a. de Wet inkomstenbelasting 2001 en de cliŽnt in het tijdvak waarvoor aangifte wordt gedaan:

1į. geen belastbare winst uit een onderneming als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geniet;

2į. geen belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden als bedoeld in afdeling 3.4 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geniet;

3į. geen aanmerkelijk belang als bedoeld in afdeling 4.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 heeft; en

4į. geen voordeel uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geniet;

b. de Successiewet 1956.

Artikel 3

Als staat in de zin van artikel 6, eerste lid, onderdeel b, van de wet worden aangewezen:

ArgentiniŽ, Aruba, AustraliŽ, BraziliŽ, Canada, CuraÁao, Frans PolynesiŽ, Guernsey, Hongkong, Japan, Jersey, het eiland Man, Mayotte, Mexico, Nieuw Zeeland, de Russische Federatie, Singapore, Sint Maarten, Sint Pierre en Miquelon, de Verenigde Staten van Amerika, de Wallis-archipel en Futuna-eiland, Zuid-Afrika en Zwitserland.

Artikel 3a

Van artikel 8, vierde en vijfde lid, van de wet zijn ter zake van personen die in Nederland wonen, vrijgesteld instellingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 5į, van de wet.

Artikel 4

1. Als documenten op basis waarvan kan worden voldaan aan artikel 11, eerste lid, eerste volzin, van de wet worden aangewezen:

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

    
 

x

   

home | de wet | alle wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x