Geschiedenis van deze beleidsregels:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
18-11-2006   Wijziging Stcrt. 2006, 224 Stcrt. 2006, 224
21-12-2005   Wijziging Stcrt. 2005, 246 Stcrt. 2005, 246
01-03-2005   Wijziging Stcrt. 2005, 18 Stcrt. 2005, 18
08-12-2002   Nieuwe regeling Stcrt. 2002, 236 Stcrt. 2002, 236

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de artikelen 34a, eerste lid, en 71a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en de Regeling procesgang eerste ziektejaar;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij de beoordeling van de door werkgever en werknemer geleverde re-integratie-inspanningen als bedoeld in artikel 65 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, artikel 34a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel 38, tweede lid, van de Ziektewet het beoordelingskader zoals vastgelegd in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 1a. Vervallen.

 

Art. 2.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 3 december 2002.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

TOELICHTING
[3 december 2002]

 

Totstandkoming beoordelingskader


     Op grond van de Wet verbetering poortwachter (Stb. 2001, 628) moeten werkgever en werknemer beiden de nodige reïntegratie-inspanningen leveren met als doel hervatting in eigen of passende arbeid binnen het bedrijf. Het UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, red.] toetst of werkgever en werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen die zijn verricht (artikel 34a, eerste lid, van de WAO). Dit komt neer op een beoordeling van de vraag of werkgever en werknemer voldoende hebben gedaan om passende arbeid beschikbaar te stellen respectievelijk te accepteren.
     Eén van de redenen voor het falen van het oude poortwachtersmodel was het ontbreken van een breed gedragen normering van de door werkgever en werknemer te leveren reïntegratie-inspanningen. Hiermee ontbeerden de uitvoeringsinstellingen een meetlat om die reïntegratie-inspanningen als poortwachter op een uniforme en transparante wijze te kunnen toetsen.
     Daarom is alsnog een zogenaamd kader voor de beoordeling van reïntegratie-inspanningen (beoordelingskader) ontwikkeld en vastgesteld in de Stuurgroep verbetering poortwachter. Deze stuurgroep heeft als taak de uitwerking, implementatie en zo nodig bijsturing van de Regeling procesgang eerste ziektejaar. In deze Stuurgroep zijn alle bij de poortwachter betrokken organisaties vertegenwoordigd, te weten werkgevers- en werknemersorganisaties, de CG-Raad [Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland, red.], arbodiensten, de beroepsverenigingen van bedrijfsartsen, verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de particuliere verzekeraars en het UWV. Het aldus breed gedragen beoordelingskader is voor werkgever en werknemer richtsnoer voor de te leveren reïntegratie-inspanningen en geldt voor UWV als uitgangspunt bij de toetsing daarvan. Het beoordelingskader is als bijlage bij dit besluit opgenomen. Het is ook te vinden op de internetsite van het UWV (www.uwv.nl).
     Het beoordelingskader is gebaseerd op wet- en regelgeving, jurisprudentie en professionele richtlijnen. Het beoordelingskader bevat dus geen nieuw UWV-beleid en bevat dus ook geen UWV-voorschriften, maar geeft een door alle partijen onderschreven interpretatie en nadere uitwerking weer van de bovengenoemde elementen.

 

Inhoud beoordelingskader


     In het beoordelingskader wordt aan de hand van de bovengenoemde elementen een beschrijving gegeven van de door werkgever en werknemer te zetten processtappen en wordt aangegeven volgens welke lijnen sociaal-medische en arbeidskundige interventies moeten worden ingezet. Vervolgens wordt een aantal weegfactoren opgesomd voor de reïntegratie-inspanningen die in redelijkheid van werkgever en werknemer mogen worden verwacht en wordt een omschrijving gegeven van het begrip passende arbeid.
     Het beoordelingskader ziet dus zowel op:
- de te ondernemen procesmatige stappen (ontleend aan artikel 71a WAO en de Regeling procesgang eerste ziektejaar);
- de sociaal-medische en arbeidskundige activiteiten (respectievelijk ontleend aan ontleend aan Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten, professionele richtlijnen en jurisprudentie);
- het resultaat (de wettelijke bepalingen rond het aanbieden en aanvaarden van passende arbeid en jurisprudentie).
     Tot slot beschrijft het beoordelingskader de beoordelingswijze van het UWV. Bij die beoordeling staat het resultaat voorop. Als dat resultaat er bevredigend uitziet, is de weg waarlangs dat resultaat tot stand is gekomen, dus de verrichte reïntegratieactiviteiten, minder relevant.

 

Wie hanteert beoordelingskader?


     Het beoordelingskader heeft in de eerste plaats het oog op de reïntegratie-inspanningen die werkgever en werknemer in redelijkheid van elkaar mogen verwachten. Werkgever en werknemer mogen van elkaar verwachten dat zij reïntegratie-inspanningen leveren volgens de in het beoordelingskader vermelde normen en dat zij elkaar daarop kunnen aanspreken, zo nodig via tussenkomst van de rechter. Uitgangspunt van de Wet verbetering poortwachter is immers dat werkgever en werknemer samen verantwoordelijk zijn voor reïntegratie en elkaar op hun rechten en plichten moeten aanspreken.
     Het beoordelingskader geeft voorts een richtsnoer voor de reïntegratie-inspanningen die het UWV van werkgever en werknemer mag verwachten en voor de beoordeling daarvan. De inhoud van de te leveren reïntegratie-inspanningen in het kader van de arbeidsrechtelijke verhouding tussen werkgever en werknemer enerzijds en de bestuursrechtelijke verhouding tussen werkgever/werknemer en UWV anderzijds liggen in elkaars verlengde. Beide vallen onder de gemeenschappelijke noemer van de redelijkheid. Uitgangspunt in arbeidsrechtelijke jurisprudentie is dat werkgever en werknemer van elkaar niet meer kunnen verwachten dan redelijk is. Het UWV toetst aan de hand van de vraag of werkgever en werknemer in redelijkheid hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen die zijn verricht (artikel 34a, eerste lid, van de WAO).

 

Beoordelingskader in UWV-besluit


     Het UWV hanteert dit kader uit hoofde van zijn wettelijke taak om bij een WAO-aanvraag reïntegratie-inspanningen te toetsen. Aan de hantering van het beoordelingskader door het UWV kunnen voor werkgever of werknemer bestuursrechtelijke consequenties verbonden zijn in de vorm van sancties. Het UWV acht het daarom noodzakelijk om zich formeel aan het beoordelingskader te binden door vastlegging daarvan in een beleidsregel. Daarom is in dit besluit vastgelegd dat de beoordeling van de door werkgever en werknemer geleverde reïntegratie-inspanningen zal plaatsvinden op basis van het beoordelingskader in de bijlage bij dit besluit. Bij de motivering van eventuele besluiten tot sanctieoplegging zal naar het beoordelingskader verwezen worden.

 

Amsterdam, 3 december 2002.
T.H.J. Joustra, voorzitter Raad van bestuur UWV
.

 

 

 

BIJLAGE

Kader voor inzet en beoordeling van re-integratie-inspanningen

Welke inspanningen worden van werkgever en werknemer verwacht? Hoe toetst het UWV?

 

1. Inleiding


     Op 29 december 2005 is de WAO ¹ opgevolgd door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, de Wet WIA. Bij de Wet WIA staat "werken naar vermogen" centraal. Het gaat er niet langer om wat mensen niet meer kunnen, maar vooral om wat mensen nog wel kunnen ondanks hun functionele beperkingen. Uitgangspunt is dat een ieder die arbeidsongeschikt is geworden zijn of haar resterende arbeidsmogelijkheden zo volledig mogelijk benut. Bij de beoordeling van het recht op uitkering dient het UWV daarom te kijken naar wat de aanvrager met zijn of haar beperkingen door ziekte of handicap nog wél kan en wat hij of zij daarmee kan verdienen.
     Voorafgaande aan de beoordeling van het recht op uitkering verricht het UWV eerst de poortwachterstoets.² In dit kader beoordeelt het UWV allereerst of er voldoende re-integratieresultaat is bereikt, en als dat niet zo is, of werkgever en werknemer samen gedurende de eerste twee jaar van ziekte ³ voldoende inspanningen hebben verricht om de functionele mogelijkheden zoveel mogelijk te vergroten en de bestaande arbeidsmogelijkheden zo goed mogelijk te kunnen benutten in het eigen bedrijf of bij een ander bedrijf. Na een positief oordeel over de geleverde inspanningen wordt het recht op uitkering beoordeeld; na een negatief oordeel wordt de beoordeling van het recht op uitkering opgeschort en loopt de loondoorbetalingsplicht van de werkgever maximaal 52 weken door totdat de vereiste re-integratie-inspanningen hebben plaatsgevonden.
     Met het oog op een uniforme en transparante beoordeling van de re-integratie-inspanningen in het kader van de poortwachterstoets hanteert het UWV het hierna volgende kader. Werkgevers, werknemers en degenen die hen ondersteunen, kunnen op basis hiervan kennis nemen van de wijze waarop het UWV re-integratieactiviteiten beoordeelt. Dit kader biedt niet alleen inzicht in de wijze waarop het UWV de geleverde re-integratie-inspanningen beoordeelt, maar biedt tevens aan werkgever en werknemer een richtsnoer voor de aanpak van de re-integratie. Aangegeven wordt wat van partijen in de praktijk in redelijkheid wordt verwacht in de eerste twee ziektejaren. Doel is immers om bij ziekte te voorzien in een tijdige en adequate verzuim- en re-integratieaanpak, waardoor het functioneren van de werknemer in de arbeid zo snel en volledig mogelijk wordt hersteld en langdurig verzuim en instroom in de Wet WIA wordt voorkomen. Werkgever en werknemer hebben daarom

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.