Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

             

 

KAMERSTUKKEN

 

WET  BESLISTERMIJNEN  SOCIALE  VERZEKERINGEN

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken II 1999-2000, 27 248

Wijziging van een aantal socialeverzekeringswetten ter verkorting van beslistermijnen bij beschikkingen op aanvraag (Wet beslistermijnen sociale verzekeringen)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Overzicht vorige en huidige termijnen
3 Opmerkingen bij enkele voorgestelde termijnen
3.1 Beschikkingen inzake verzekeringsplicht van de door de uvis uitgevoerde wetten
3.2 Beschikkingen inzake arbeidsongeschiktheid
3.3 Beschikkingen op grond van hoofdstuk 4, paragrafen 1 en 3, Wet Rea
3.4 Beschikkingen op grond van hoofdstuk IV WW
3.5 Indelingsbeschikkingen
3.6 Instituutssubsidies Wet Rea
4 Gekozen systematiek van regelgeving; verlenging
4.1 Plaats regeling beslistermijnen in de diverse wetten
4.2 Wijze van regeling
4.3 Verlenging
xArtikelsgewijs
xxx Artikelen I t/m XVI
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Op 1 januari 1994 traden de eerste twee tranches van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in werking. Daarin is onder meer geregeld dat indien in bijzondere wetten geen termijnen zijn opgenomen waarbinnen bestuursorganen een beschikking op aanvraag moeten nemen, deze binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag genomen moeten worden. De redelijke termijn is in ieder geval verstreken wanneer het bestuursorgaan niet binnen acht weken na de ontvangst heeft beslist, tenzij het bestuursorgaan vr die datum een kennisgeving heeft verzonden waarin de beslistermijn met een redelijke termijn wordt verlengd.

     Vr inwerkingtreding van de eerste twee tranches van de Awb kenden de meeste socialeverzekeringswetten geen termijnen waarbinnen de uitvoeringsorganen een beschikking op een aanvraag moesten nemen. Ook bestonden geen rechtsmiddelen tegen het uitblijven van beschikkingen. Tijdens de voorbereiding van de eerste twee tranches Awb kwam dan ook de vraag op of het verstandig was in de socialeverzekeringswetten aparte beslistermijnen neer te leggen, dan wel of volstaan kon worden met de redelijke termijn.

     Ook toen al was het streven van het kabinet voor de socialeverzekeringswetten zo kort mogelijke beslistermijnen te regelen. Het is immers evident dat werknemers, uitkeringsgerechtigden en werkgevers een groot belang hebben bij een snelle en goede besluitvorming. Aan de andere kant was (en is) het echter zaak de beslistermijnen zo vast te stellen dat ze in het gros van de gevallen ook daadwerkelijk gehaald kunnen worden. Niemand is immers gebaat bij termijnen die op papier erg kort zijn, maar die in de praktijk telkens verlengd moeten worden omdat ze niet haalbaar zijn. Dit streven om te komen tot zo kort mogelijke, maar wel haalbare termijnen, heeft geleid tot een stelsel waarin als hoofdregel voor beschikkingen op grond van de meeste sociale verzekeringen een termijn van acht weken geldt. Deze termijn is gelijk aan de (maximale) redelijke rblz.|2| termijn uit de Awb. Op deze hoofdregel is echter een groot aantal uitzonderingen gemaakt. In dat geval gaat het vaak om een beslistermijn van dertien weken. Voor de volksverzekeringen is de beslistermijn van dertien weken zelfs hoofdregel.

     Besloten is indertijd om de beslistermijnen niet op te nemen in de socialeverzekeringswetten zelf, maar deze tijdelijk neer te leggen in een algemene maatregel van bestuur (het Besluit beslistermijnen socialeverzekeringswetten, Bbsv). Tijdens de beperkte werkingsduur van het besluit zou de uitvoerbaarheid kunnen worden getoetst en zou tevens kunnen worden onderzocht of de gestelde termijnen konden worden bekort. Nadat hierover uitsluitsel zou zijn verkregen, zouden de (zo mogelijk dus kortere) termijnen alsnog in de sociale verzekeringen zelf worden opgenomen, waarna het Bbsv zou vervallen.

     Aanvankelijk was het de bedoeling dat dit op 1 januari 1999 zou gebeuren. Deze termijn is tweemaal verlengd, laatstelijk tot 1 januari 2001. Een belangrijke reden voor de eerste verlenging was de inwerkingtreding van nieuwe wetgeving, zoals de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea). Het werd wenselijk geacht ook de beslistermijnen ingevolge deze nieuwe wetten eerst in de praktijk te beproeven. Hiertoe werd besloten het Bbsv uit te breiden en het geheel nog een jaar te laten bestaan. De reden voor het tweede uitstel was gelegen in het feit dat het introduceren van nieuwe beslistermijnen per

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wbsv | sz-wetten | overige wetten | zoeken

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x