1. Volgens de redactie dient deze regeling te worden aangepast aan de nieuwe en gewijzigde wetgeving.

 

 

 

Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2015   Wijziging Stcrt. 2014, 36648 Stcrt. 2014, 36648
01-01-2001   Wijziging Stcrt. 2000, 248 Stb. 1999, 354
01-03-1997   Wijziging Stcrt. 1997, 41 Stb. 1997, 97
28-11-1996 01-07-1996 Wijziging Stcrt. 1996, 229 Stcrt. 1996, 229
11-07-1996   Nieuwe regeling Stcrt. 1996, 129 Stcrt. 1996, 129

 

 

3 juli 1996/nr. SV/AVF/96/2138
Directie Sociale Verzekeringen

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Minister van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 71 van de Organisatiewet sociale verzekeringen, artikel 106a van de Ziekenfondswet en artikel 41 van de Wet financiering volksverzekeringen;

     Besluiten:

 

 

Art. 1.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. de Lisv-cluster: het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen, het Algemeen Werkloosheidsfonds, genoemd in artikel 103 van de Werkloosheidswet, het Uitvoeringsfonds voor de overheid, genoemd in artikel 104 van de Werkloosheidswet, en het Arbeidsongeschiktheidsfonds, genoemd in artikel 72 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
b. de SVB-cluster: het Ouderdomsfonds en het Nabestaandenfonds, genoemd in artikel 28 van de Wet financiering volksverzekeringen;
c. de ZFR-cluster: het Fonds langdurige zorg, genoemd in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen, en het Zorgverzekeringsfonds, genoemd in artikel 39 van de Zorgverzekeringswet;
d. centrale sociale verzekeringsfondsen: de fondsen, genoemd in de in onderdeel a, b en c genoemde clusters;
e. lening: een lening als bedoeld in artikel 67, zesde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

 

Art. 2.
-1. Een centraal sociaal verzekeringsfonds komt in aanmerking voor een lening indien het op enig moment in een kalenderjaar tijdelijk over onvoldoende middelen beschikt ter dekking van de uitgaven.
-2. Het eerste lid vindt geen toepassing zolang een fonds over voldoende middelen kan beschikken door middel van leningen bij één of meer van de overige centrale sociale verzekeringsfondsen dan wel door middel van andere leningen.
-3. Een lening kan niet eerder worden verleend dan op de derde dag na die waarop een daartoe strekkend verzoek bij de Minister van Financiën is ingediend.
-4. In bijzondere gevallen kan de Minister van Financiën besluiten een lening te verstrekken binnen de in het derde lid bedoelde termijn van drie dagen.

 

Art. 3.
Na ontvangst van de in artikel 9 bedoelde bescheiden stellen de bij de betreffende liquiditeitsregeling betrokken ministers

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.