Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2017   Intrekking Stcrt. 2016, 27545 Stcrt. 2016, 27545
19-10-2016   Wijziging Stcrt. 2016, 54522 Stcrt. 2016, 54522
01-06-2016 01-01-2016 Nieuwe regeling Stcrt. 2016, 27545 Stcrt. 2016, 27545

 

 

REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 mei 2016 tot vaststelling van de rijksbijdrage in de kosten van heffingskortingen voor het jaar 2016

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Geraamde totale kosten voor heffingskortingen
De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor het jaar 2016 bedragen: €|40 607 800 000,00.

 

Art. 2. Rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds
Met de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedraagt de rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds voor het jaar 2016:
a. ten gunste van het Ouderdomsfonds: €|2 033 300 000,00;
b. ten gunste van het Nabestaandenfonds: €|0,00;
c. ten gunste van het Fonds langdurige zorg: €|3 380 300 000,00.

 

Art. 3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2016. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 24 mei 2016
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma

 

 

 

TOELICHTING
[24 mei 2016]

 

     Met de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is het systeem van belastingvrije sommen vervangen door een systeem van heffingskortingen. Dit leidde tot een daling van opbrengsten van premies voor de volksverzekeringen. Een rijksbijdrage, de bijdrage in de kosten van kortingen (aangeduid als BIKK), compenseert de fondsen van de volksverzekeringen, genoemd in artikel 2 van deze regeling, voor die daling. Artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen bevat voor het vaststellen van deze rijksbijdrage een formule.
     De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in een bepaald jaar zijn daarin variabel en worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Artikel 1 van deze regeling voorziet daarin voor het jaar 2016. Daarbij wordt aangesloten bij de raming van de totale kosten voor de heffingskortingen van het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan 2016. De geraamde totale kosten voor 2016 bedragen €|40 653 300 000,-. Dit bedrag valt in twee delen uiteen: €|33 966 000 000,- (categorie 65-) en €|6 687 300 000,- (categorie 65+).
     Met toepassing van de formule van artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen is vervolgens de rijksbijdrage per fonds vastgesteld. De uitkomsten daarvan zijn opgenomen in artikel 2 van deze regeling. De toepassing van de formule voor de rijksbijdrage ten gunste van het Nabestaandenfonds leidt tot een negatieve uitkomst. Om die reden wordt de rijksbijdrage voor dat fonds op nul vastgesteld.
     Deze regeling heeft slechts betrekking op de geraamde totale heffingskosten voor het jaar 2016, zodat de regeling vervalt met ingang van 1 januari 2017.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J. Klijnsma