Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2019   Intrekking Stcrt. 2018, 33447 Stcrt. 2018, 33447
26-10-2018   Wijziging Stcrt. 2018, 59615 Stcrt. 2018, 59615
20-06-2018 01-01-2018 Nieuwe regeling Stcrt. 2018, 33447 Stcrt. 2018, 33447

 

 

REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juni 2018, 2018-0000097964, tot vaststelling van de rijksbijdragen in de kosten van heffingskortingen voor het jaar 2018

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Geraamde kosten voor heffingskortingen
De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, voor het jaar 2018 bedragen: €|43 246 200 000,00.

 

Art. 2. Rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds
Met de toepassing van de formule, bedoeld in artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen, bedraagt de rijksbijdrage in de kosten van de heffingskortingen per fonds voor het jaar 2018:
a. ten gunste van het Ouderdomsfonds: €|2 165 400 000,00;
b. ten gunste van het Nabestaandenfonds: €|0,00;
c. ten gunste van het Fonds langdurige zorg: €|3 602 000 000,00.

 

Art. 3. Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2018.
-2. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2019.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 11 juni 2018
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
T. van Ark

 

 

 

TOELICHTING
[11 juni 2018]

 

     Met de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 is het systeem van belastingvrije sommen vervangen door een systeem van heffingskortingen. Dit leidde tot een daling van opbrengsten van premies voor de volksverzekeringen. Een rijksbijdrage, de bijdrage in de kosten van heffingskortingen (aangeduid als BIKK), compenseert de fondsen van de volksverzekeringen, genoemd in artikel 2 van deze regeling, voor die daling. Artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen bevat voor het vaststellen van deze rijksbijdrage een formule. De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in een bepaald jaar zijn daarin variabel en worden bij ministeriële regeling vastgesteld. Artikel 1 van deze regeling voorziet daarin voor het jaar 2018. Daarbij wordt aangesloten bij de raming van de totale kosten voor de heffingskortingen van het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan 2018. De geraamde totale kosten voor 2018 bedragen €|43 106 000 000,-. Dit bedrag valt in twee delen uiteen: €|35 889 000 000,- (categorie 65-) en €|7 217 000 000,- (categorie 65+). Met toepassing van de formule van artikel 15 van de Wet financiering sociale verzekeringen is vervolgens de rijksbijdrage per fonds vastgesteld. De uitkomsten daarvan zijn opgenomen in artikel 2 van deze regeling. De toepassing van de formule voor de rijksbijdrage ten gunste van het Nabestaandenfonds leidt tot een negatieve uitkomst. Om die reden wordt de rijksbijdrage voor dat fonds op nul vastgesteld.
     Deze regeling heeft slechts betrekking op de geraamde totale heffingskosten voor het jaar 2018, zodat de regeling vervalt met ingang van 1 januari 2019.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
T. van Ark