Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2020   Intrekking Stb. 2019, 219 Stb. 2019, 266
01-01-2014   Nieuwe regeling Stcrt. 2013, 23796
Herplaatsing in
Stcrt. 2013, 23796H
Stcrt. 2013, 23796
Herplaatsing in
Stcrt. 2013, 23796H

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op artikel 98, tweede lid, Wet financiering sociale verzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Wfsv: Wet financiering sociale verzekeringen;
b. UWV: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. sector: een deel van het bedrijfs- en beroepsleven als bedoeld in artikel 95, eerste lid, van de Wfsv;
d. het premieplichtig loonbedrag: het deel van het loon waarover de premies, bedoeld in artikel 23 van de Wfsv, verschuldigd zijn;
e. onder groep van werkgevers wordt verstaan: ¹ een groep van werkgevers die binnen hetzelfde kalenderjaar overgaan van éénzelfde oude sector naar éénzelfde nieuwe sector. Een groep van werkgevers kan in voorkomende gevallen uit één werkgever bestaan;
f. oude sector: de sector waarbij de groep van werkgevers was aangesloten vóór de sectorovergang;
g. nieuwe sector: de sector waarbij de groep van werkgevers is aangesloten na de sectorovergang.

1. Volgens de redactie dient "onder groep van werkgevers wordt verstaan" te worden vervangen door: groep van werkgevers.

 

Art. 2.
-1. Overdracht van vermogen als bedoeld in artikel 98, eerste lid, van de Wfsv kan slechts plaatsvinden indien het gemiddelde van de premieplichtige loonbedragen zoals die door de groep van werkgevers voor de verplichte verzekering op grond van de Werkloosheidswet zijn verantwoord ten minste 1% bedraagt van het laagste van de gemiddelde premieplichtige loonbedragen van de bij de overdracht betrokken sectoren. Het gemiddelde van de premieplichtige loonbedragen, zowel die van de groep van werkgevers als die van de betrokken sectoren, wordt gebaseerd op de drie volle kalenderjaren onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip van overgang van de groep van werkgevers.
-2. De op grond van het eerste lid berekende gemiddelde premieplichtige loonbedragen worden verminderd met de gemiddelde premieplichtige loonbedragen van een groep van werkgevers die in hetzelfde kalenderjaar van de in het eerste lid genoemde groep van werkgevers overgaat van een nieuwe sector naar een oude sector.
-3. Geen overdracht vindt plaats wanneer met het over te dragen vermogen per groep van werkgevers minder dan €|10 000,00 is gemoeid.

 

Art. 3.
-1. Een overdracht van vermogen heeft betrekking op het gehele sectorvermogen.
-2. De bij de vaststelling van het over te dragen vermogen in aanmerking te nemen staartverplichtingen ten laste van het sectorfonds worden bepaald op de uitkeringslasten van de oude sector over de maanden oktober, november en december onmiddellijk voorafgaand aan het overgangsjaar.
-3. Per groep van werkgevers wordt het over te dragen sectorvermogen als volgt berekend: Het overeenkomstig artikel 2, eerste lid, bepaalde premieplichtig loonbedrag van de groep van werkgevers wordt gedeeld door het overeenkomstig artikel 2, eerste lid, bepaalde premieplichtig loonbedrag van de gehele sector. De uitkomst van deze berekening wordt vermenigvuldigd met het vermogen van de oude sector na aftrek van de overeenkomstig artikel 3, tweede lid, bepaalde staartverplichtingen.
-4. Indien het resultaat positief is, vindt overdracht ervan plaats vanuit het sectorfonds van de oude sector naar het sectorfonds van de nieuwe sector.
-5. Indien het resultaat negatief is, vindt overdracht van het verabsoluteerde bedrag plaats vanuit het sectorfonds van de nieuwe sector naar het sectorfonds van de oude sector.
-6. Bij de overdracht van vermogen stelt het UWV een interestvergoeding vast.

 

Art. 4.
In het geval waarin toepassing van de voorgaande artikelen tot een onbillijk resultaat leidt, kan het UWV voor dat specifieke geval een van de voorafgaande artikelen afwijkende beslissing nemen met betrekking tot de omvang van het over te dragen vermogen.

 

Art. 5.
Het besluit "Regels voor vermogensoverdracht na wijziging sectoraansluiting van werkgevers" van 17 november 1999 wordt ingetrokken.

 

Art. 6.
Dit besluit wordt aangehaald als: Regels UWV voor vermogensoverdracht na wijziging sectoraansluiting van werkgevers.

 

Art. 7.
Dit besluit treedt, onder voorbehoud van goedkeuring door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, in werking met ingang van 1 januari 2014.

 

 

     Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Amsterdam, 23 juli 2013.
voorzitter Raad van bestuur,
mr. drs. B.J. Bruins.

 

 

 

TOELICHTING
[23 juli 2013]

 

Algemeen

 

     Ingevolge artikel 98, eerste lid, van de Wfsv kan het UWV besluiten dat met een groep van werkgevers die overgaat naar een andere sector eveneens vermogen overgaat. Op grond van artikel 98, tweede lid, van de Wfsv stelt het UWV regels omtrent de vermogensoverdracht, als bedoeld in artikel 98, eerste lid, Wfsv. In het onderhavige besluit wordt de procedure uitgewerkt die het UWV in voorkomende gevallen bij de besluitvorming over vermogensoverdrachten na een overgang van de groep van werkgevers zal volgen.
     Een soortgelijke regeling is destijds getroffen met het besluit "Regels voor vermogensoverdracht na wijziging sectoraansluiting van werkgevers" van 17 november 1999 van het voormalige Landelijk instituut sociale verzekeringen, gebaseerd op de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel l

     In dit artikel wordt een aantal in het besluit gehanteerde begrippen gedefinieerd.

 

Artikel 2, eerste lid

     Artikel 98 van de Wfsv geeft het UWV de bevoegdheid tot vermogensoverdracht te besluiten; er is geen sprake van een verplichting.

 

Artikel 2, tweede lid

     Met de toevoeging van dit lid wordt beoogd dat een sector niet eenzijdig wordt belast voor het afstaan van vermogen terwijl er ook sectorovergangen van werkgevers in een kalenderjaar kunnen zijn geweest van de nieuwe sector naar de oude sector die niet tot een overdracht van vermogen zouden hebben geleid.

 

Artikel 2, derde lid

     Naar het oordeel van het UWV dient vermogensoverdracht achterwege te blijven als het daarmee te dienen belang te gering moet worden geacht. Vermogensoverdracht vindt daarom alleen plaats als het over te dragen vermogen per groep van werkgevers ten minste €|10 000,- bedraagt. Dit drempelbedrag is geïntroduceerd om te waarborgen dat het relatieve belang van een vermogensoverdracht voldoende opweegt tegen de daarmee gepaard gaande kosten. In die situatie dat het berekende bedrag voor de vermogensoverdracht negatief is, wordt het bedrag absoluut gemaakt en als positief bedrag overgeheveld van het sectorfonds van de nieuwe sector naar dat van de voormalige sector.

 

Artikel 3, eerste lid

     In artikel 98, eerste lid, van de Wfsv wordt gesproken over het overgaan van een deel van het vermogen van het UWV dat betrekking heeft op het door dit instituut voor die sector afzonderlijk beheerde en geadministreerde sectorfonds. Aangezien alle reserves van een sectorfonds zijn gevormd op basis van premie-inkomsten, worden daarom alle reserves in de berekening van de overdracht betrokken.
     Het vermogen van het sectorfonds (de sector) waarbij de overgaande groep van werkgevers was aangesloten, wordt gebaseerd op de laatste jaarrekening van het UWV onmiddellijk voorafgaand aan de datum van overgang. Het totaal van de vermogens van de sectorfondsen wordt namelijk verantwoord in bovengenoemde jaarrekening. Het UWV publiceert de afzonderlijke sectorvermogens in de Juninota financiële ontwikkeling UWV-fondsen in het kalenderjaar volgend op het boekjaar.

 

Artikel 3, tweede lid

     Bij de vaststelling van de over te dragen vermogensbestanddelen wordt rekening gehouden met de staartverplichtingen ten laste van het sectorfonds. Onder staartverplichtingen worden verstaan de uitkeringslasten van de oude sector die samenhangen met uitkeringen die reeds lopen per datum van overgang van de groep van werkgevers. Hierdoor blijven de per datum van de overgang reeds lopende uitkeringen voor rekening van de oude sector. Hieronder zijn mede begrepen alle met de uitkeringen respectievelijk het doen van uitkeringen samenhangende lasten, zoals weergegeven in artikel 104 van de Wfsv.
     In plaats van een (meer) nacalculatorische bepaling van de gedefinieerde staartverplichtingen is ervoor gekozen in de regels een maatstaf op te nemen die voor deze staartverplichtingen leidt tot een forfaitair bedrag. De staartverplichtingen omvatten alle per datum van overgang bestaande uitkeringsverplichtingen ten laste van het sectorfonds. Het daarvoor bij de bepaling van het over te dragen vermogen in acht te nemen bedrag wordt gebaseerd op het totaal van de uitkeringslasten over de maanden oktober, november en december van het laatst verstreken boekjaar, uitgaande van de datum van overgang van de betrokken groep van werkgevers.

 

Artikel 3, zesde lid

     De vermogens van de sectorfondsen van alle sectoren worden gezamenlijk beheerd op een door het UWV geopende rekening-courant bij het ministerie van Financiën. De rente die over dat tegoed wordt bijgeschreven door het ministerie wordt door het UWV aan de sectorfondsen toegerekend naar rato van hun gemiddelde vermogen in het jaar waarover de rente wordt geboekt. De gegevens voor de berekening van de vermogensoverdrachten zijn pas volledig bekend na de vaststelling van de jaarrekening van het UWV. Om deze reden is het geëigend dat een interestverrekening over de vermogensoverdracht tussen sectoren plaatsvindt. Het rentepercentage voor de berekening hiervan komt overeen met het door het ministerie van Financiën gemiddelde gehanteerde percentage ten behoeve van bovengenoemde rekening-courant. Als begindatum van de berekening wordt 1 juli van het kalenderjaar van het jaar waarin de overgang heeft plaatsgevonden, aangehouden.

 

Voorzitter Raad van bestuur,
mr. drs. B.J. Bruins
.