Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet financiering volksverzekeringen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

REGELING  AFDRACHT  AAN  FONDSEN  EX  ARTIKEL  44  WET  FINANCIERING  VOLKSVERZEKERINGEN

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 48:1 IWfsv)

 
 

20 februari 1990, Stcrt. 1990, 38
Inwerkingtreding: 23 februari 1990
(T.a.v. art. 44 Wfv)

 

 

 

 
     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en de Minister van FinanciŽn;
     Gelet op artikel 44, tweede lid, van de Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129);

     Besluiten:

 

 

Art. 1.
Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
a. toedelingspercentage: het percentage waarmee de opbrengst van de gecombineerde heffing van loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen respectievelijk inkomstenbelasting en premie voor de volksverzekeringen wordt verdeeld in belasting- en premieopbrengst;
b. fondsen:
1ļ. het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 34 van de Wet financiering volksverzekeringen (Stb. 1989, 129);
2ļ. het Ouderdomsfonds, bedoeld in artikel 28 van de Wet financiering volksverzekeringen;
3ļ. het Nabestaandenfonds, bedoeld in artikel 28 van de Wet financiering volksverzekeringen;
4ļ. het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten, bedoeld in artikel 38 van de Wet financiering volksverzekeringen.

 

Art. 2.
-1. Ten behoeve van de afdracht door het Rijk aan de Sociale verzekeringsbank van de bedragen van de door de rijksbelastingdienst ten behoeve van het Ouderdomsfonds en het Nabestaandenfonds geÔnde premies opent het ministerie van FinanciŽn in de centrale administratie van 's Rijks schatkist een rekening-courant ten name van de Sociale verzekeringsbank.
-2. Ten behoeve van de afdracht door het Rijk aan het College voor zorgverzekeringen van de bedragen van de door de rijksbelastingdienst ten behoeve van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten geÔnde premies opent het ministerie van FinanciŽn in de centrale administratie van 's Rijks schatkist een rekening-courant ten name van het College voor zorgverzekeringen.
-3. Ten behoeve van de afdracht door het Rijk aan het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds van de bedragen van de door de rijksbelastingdienst ten behoeve van dit fonds geÔnde premies opent het ministerie van FinanciŽn in de centrale administratie van 's Rijks schatkist een rekening-courant ten name van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds.

 

Art. 3.
De in artikel 2 genoemde rekeningen-courant worden:
a. gecrediteerd voor de in de maandverantwoording van de rijksbelastingdienst ter zake van de ten behoeve van de genoemde fondsen geÔnde premies opgenomen bedragen;
b. gedebiteerd voor de aan de fondsen afgedragen bedragen als bedoeld in het tweede lid van artikel 4;
c. gedebiteerd voor de ingevolge artikel 5, tweede lid, overgemaakte bedragen;
d. gecrediteerd voor terugstortingen als bedoeld in artikel 5, derde lid;
e. gedebiteerd c.q. gecrediteerd voor het ingevolge artikel 9, vijfde lid, bedoelde verschil.

 

Art. 4.
-1. De Minister van FinanciŽn stelt de data vast waarop de in artikel 3, onderdeel a, bedoelde crediteringen zullen geschieden. Hierbij zal ernaar worden gestreefd het tempo van de crediteuren te doen overeenstemmen met dat waarin de bedragen van de door de rijksbelastingdienst geÔnde premie voor de volksverzekeringen reŽel ter beschikking van 's Rijks schatkist komen.
-2. De Minister van FinanciŽn stelt de bedragen vast van de afdrachten, bedoeld in artikel 3, onderdeel b. Deze afdrachten zullen geschieden op de ingevolge het bepaalde in het eerste lid vastgestelde data, met dien verstande dat indien ťťn van deze data valt op een dag waarop geen overschrijvingen kunnen worden bewerkstelligd, deze plaatsvindt op de dichtstbijzijnde dag in de lopende maand waarop de overschrijving wel mogelijk is.

 

Art. 5.
-1. Het ministerie van FinanciŽn zal omstreeks het midden van elke maand een schatting verrichten van het in de tweede daaropvolgende maand te ontvangen bedrag, bedoeld in artikel 3, onderdeel a, en deze aan de beheerders van de fondsen mededelen. Het bedrag van deze schatting zal als grondslag dienen voor de over de desbetreffende maand te verrichten afdrachten als bedoeld in het tweede lid van artikel 4.
-2. Het ministerie van FinanciŽn zal het bedrag van het na afloop van een maand gebleken voor een fonds voordelig verschil tussen de crediteringen als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, en de debiteringen als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, zo spoedig mogelijk, op een in overleg met de beheerder van het desbetreffende fonds te bepalen datum, aan deze overmaken.
-3. De beheerders van de fondsen zijn verplicht het bedrag van een na afloop van een maand gebleken nadelig verschil tussen de in het vorige lid genoemde crediteringen en debiteringen zo spoedig mogelijk, doch in elk geval uiterlijk twee weken na de dag waarop het desbetreffende fonds van het verschil in kennis is gesteld, terug te storten op de rekening van 's Rijks schatkist bij de Nederlandsche Bank NV te Amsterdam.
-4. Het ministerie van FinanciŽn zal het bedrag van het voordelige verschil over enig belasting/premiejaar tussen de feitelijke premieopbrengsten, berekend op grond van in artikel 9, derde lid, bedoelde onderzoek, en de reeds aan een desbetreffend fonds afgedragen premieopbrengsten, berekend op grond van de in het artikel 9, tweede lid, bedoelde toedelingspercentages, zo spoedig mogelijk, op een in overleg met de beheerder van het desbetreffende fonds te bepalen datum, aan deze overmaken.
-5. De beheerders van de fondsen zijn verplicht het bedrag van het nadelig verschil als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, zo spoedig mogelijk, doch in elk geval uiterlijk twee weken na de dag waarop het desbetreffende fonds van het verschil in kennis is gesteld, terug te storten op de rekening van 's Rijks schatkist bij de Nederlandsche Bank NV te Amsterdam.

 

Art. 6.
De in artikel 3, onderdeel b en c, bedoelde afdrachten geschieden door overmaking op een door de desbetreffende beheerder aan te geven rekening.

 

Art. 7.
-1. Bij de toepassing van artikel 4, tweede lid, en artikel 5, tweede lid, respectievelijk van artikel 5, derde lid, zullen het ministerie van FinanciŽn en de beheerders van de fondsen, ieder voor zijn rekening-courant afzonderlijk, ernaar streven de saldi van de rekeningen-courant zo laag mogelijk te houden.
-2. Ten behoeve van de in het eerste lid bedoelde regulering van het gemiddeld saldo van de rekening-courant zullen over de daarin geboekte bedragen renteprodukten worden berekend; het saldo hiervan per het einde van elk jaar zal in aanmerking worden genomen bij de overeenkomstige berekening over het volgende jaar.

 

Art. 8.
Het ministerie van FinanciŽn zal na een boeking in een rekening-courant een opgaaf van die boekingen aan de desbetreffende beheerder verstrekken.

 

Art. 9.
-1. De opbrengsten van de gecombineerde heffing van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen worden uitgesplitst in een voor de afdracht en voor de aanslag vastgesteld toedelingspercentage per belasting/premiejaar.
-2. Voorafgaand aan het belasting/premiejaar worden in overleg tussen de beheerders van de fondsen en de Minister van FinanciŽn voorlopige toedelingspercentages vastgesteld. De toedelingspercentages zullen worden gebaseerd op het kaspatroon dat op grond van de transactieramingen voor het desbetreffende belasting/premiejaar voor de onderscheiden kalenderjaren wordt verwacht. Indien in de loop van het belasting/premiejaar het percentage van de premie voor de volksverzekeringen dan wel het belastingtarief wordt gewijzigd, kan dit aanleiding zijn tot aanpassing van de voorlopige toedelingspercentages.
-3. In het tweede jaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het toedelingspercentage voor de afdracht definitief vastgesteld. In het vierde jaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het toedelingspercentage voor de aanslag definitief vastgesteld.
De definitieve vaststelling vindt plaats op basis van de gerealiseerde belastingopbrengsten en kan leiden tot een correctie van de afdrachten aan de fondsen.
-4. De opbrengsten van de gecombineerde heffing van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen over enig belasting/premiejaar die door de rijksbelastingdienst zijn geÔnd na het jaar waarin de toedelingspercentages voor dit belasting/premiejaar definitief zijn vastgesteld, worden uitgesplitst op basis van dit per fonds voor de afdracht- en aanslagsfeer definitief vastgestelde toedelingspercentage.
-5. De Minister van FinanciŽn stelt met betrekking tot een bepaald belasting/premiejaar per fonds het verschil vast tussen de feitelijke premieopbrengsten, berekend op grond van de in het derde lid bedoelde definitieve toedelingspercentages, en de reeds aan dit fonds afgedragen premieopbrengsten, berekend op grond van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde toedelingspercentages, en doet hiervan zo spoedig mogelijk na de vaststelling ervan mededeling aan de beheerder van dat fonds.
-6. Het verschil, bedoeld in het vijfde lid, wordt door de Minister van FinanciŽn per fonds met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, vierde lid, respectievelijk artikel 5, vijfde lid, met de beheerder van dat fonds afgerekend.

 

Art. 10.
De Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken van 31 maart 1978, nr. 50893, en van de Minister van FinanciŽn van 18 april 1978, nr. 478-2124, inzake de afdracht van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds van de door de rijksbelastingdienst geÔnde premies (Stcrt. 1978, 242), de Beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van FinanciŽn van 3 juli 1985, Directoraat-Generaal Sociale Zekerheid nr. SZ/SV/VV/85/1561, inzake de afdracht aan de Sociale Verzekeringsbank van de door de rijksbelastingdienst geÔnde premies (Stcrt. 1985, 131) en de Beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Volksgezondheid en de Minister van FinanciŽn van 24 december 1969, nr. 159661, inzake rekening-courant regeling Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten (Stcrt. 1970, 7) worden ingetrokken op het moment dat de boekhouding over het belasting/premiejaar 1989 is afgesloten.

 

Art. 11.
Deze regeling, welke van toepassing is voor de belasting/premiejaren vanaf 1990, treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1990.

 

 

's-Gravenhage, 9 februari 1990.
De Staatssecretaris van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur,
E. ter Veld.

's-Gravenhage, 10 februari 1990.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.J. Simons.

's-Gravenhage, 20 februari 1990.
De Minister van FinanciŽn,
W. Kok
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wfv | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x