Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2006   Intrekking Stb. 2005, 37 Stb. 2005, 717
30-07-1994 01-01-1994 Wijziging Stcrt. 1994, 142 Stcrt. 1994, 142
17-02-1994 24-11-1993 Nieuwe regeling Stcrt. 1994, 32 Stcrt. 1994, 32

 

 

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën;
     Gelet op artikel 18, zesde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen;

     Besluiten:

 

 

Art. 1.
Voor de vaststelling van de periode of de perioden waarover de premieplichtige ingevolge artikel 18, zesde lid ¹, van de Wet financiering volksverzekeringen alsnog geacht wordt niet schuldig nalatig te zijn geweest in de premiebetaling, wordt een betaling zoals bedoeld in het vierde lid van dat artikel, voor zover deze wordt toegerekend aan de ingevolge de Algemene Ouderdomswet verschuldigde premie, geacht in de eerste plaats betrekking te hebben op het oudste tijdvak of de oudste tijdvakken waarover de termijn van vijf jaar, bedoeld in eerder genoemd vierde lid, nog niet is verstreken.

1. Volgens de redactie dient "zesde lid" te worden vervangen door: vijfde lid.

 

Art. 2.
Het Besluit van 13 september 1989, nr. SVT/89/4890, Stcrt. 1989, 185, van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën wordt ingetrokken.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 24 november 1993.

 

 

's-Gravenhage, 7 februari 1994.
De Staatssecretaris voornoemd,
J. Wallage.

's-Gravenhage, 7 februari 1994.
De Staatssecretaris voornoemd,
M.J.J. van Amelsvoort.