Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet financiering volksverzekeringen
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2005

 

REGELING  VASTSTELLING  BIJDRAGEN  IN  KOSTEN  HEFFINGSKORTINGEN  2004

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2006
(art. 48:1 IWfsv)

 
 

22 april 2004, Stcrt. 2004, 80
Inwerkingtreding: 29 april 2004
(T.a.v. art. 44a:3 Wfv)

 

 

 

 
REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 april 2004, nr. SV/F&W/04/27004, houdende de vaststelling van de bijdragen in de kosten van heffingskortingen voor het jaar 2004

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 44a, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Vaststelling geraamde totale kosten voor heffingskortingen
De geraamde totale kosten voor de heffingskortingen, bedoeld in artikel 44a, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen, bedragen in het jaar 2004: €|30 269 200 000,00.

 

Art. 2. Hoogte bijdragen in kosten heffingskortingen
De bijdrage in de kosten van de heffingskortingen bedraagt voor het jaar 2004 met toepassing van de formule, bedoeld in artikel 44a, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen, per fonds:
a. ten gunste van het Ouderdomsfonds: €|2 606 900 000,00;
b. ten gunste van het Nabestaandenfonds: €|189 900 000,00;
c. en gunste van het Algemeen Fonds Bijzondere Ziektekosten: €|5 409 400 000,00.

 

Art. 3. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 22 april 2004.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

TOELICHTING
[22 april 2004]

 

     Per 1 januari 2001 is met de invoering van de Wet inkomstenbelasting 2001 het systeem van belastingvrije sommen vervangen door een systeem van heffingskortingen en het arbeidskostenforfait door een arbeidskorting. Een daling van de premieopbrengsten volksverzekeringen is hiervan het gevolg. Een rijksbijdrage, de BIKK (bijdrage in de kosten van kortingen), compenseert de fondsen van de volksverzekeringen voor die daling van de premieopbrengsten. Voor de vaststelling van de BIKK is in artikel 44a van de Wet financiering volksverzekeringen (Wfv) een formule opgenomen. Eén van de variabelen daarin zijn de geraamde totale kosten voor de heffingskortingen in een bepaald jaar.
     Op basis van artikel 44a, derde lid, Wfv dienen de geraamde totale kosten voor de heffingskortingen bij ministeriële regeling bekendgemaakt te worden in overeenstemming met de Ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
     Deze regeling voorziet hierin voor het jaar 2004. Daarbij wordt aangesloten bij de raming van de totale kosten voor de heffingskortingen van het Centraal Planbureau in het Centraal Economisch Plan 2004. De totale kosten van de heffingskortingen zijn vastgesteld op €|30 149 400 000,-. Dit bedrag is op te splitsen in de kosten van de kortingen relevant voor 65-plussers en 65-minners. Deze bedragen zijn in het jaar 2004 respectievelijk: €|3 030 600 000,- en €|27 118 800 000,-.
     Uit bovengenoemde formule volgen de BIKK-bedragen voor het jaar 2004, te weten: BIKK AOW|2 661 500 000,-, BIKK Anw|196 100 000,- en BIKK AWBZ|5 310 500 000,-.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wfv | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x