Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2020   Intrekking Stcrt. 2020, 5744 Stcrt. 2020, 5744
01-07-2019   Nieuwe regeling Stcrt. 2019, 35967
Rectificatiexinxxxxx
Stcrt. 2019, 35967R
Stcrt. 2019, 35967

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op het bepaalde in de artikelen 34a, 35 en 36 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 2:22 en 2:23 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 3a.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, 7 en 10g van de Participatiewet en 19a van de Wet overige OCW-subsidies;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij het toekennen van voorzieningen voor de werksituatie of de onderwijssituatie en bij het toekennen van een tolkvoorziening voor de leefsituatie de normbedragen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen indexeert de normbedragen voorzieningen als volgt:
a. tweemaal per jaar, per 1 januari en per 1 juli normbedrag B 11 met dezelfde index als het wettelijk minimumloon;
b. jaarlijks, per 1 januari:
1º. de normbedragen C20-I, C20-III en Z1 tot en met Z3 met dezelfde index als het maximumpremieloon;
2º. de normbedragen met de codes C18-II, C18-III, C18-IV, C22, C25-I, C25-V, C26-I, C26-II, C27, C31 tot en met C34, C71, E17-A1, G22-I en I12 met de consumentenprijsindex (CPI);
3º. de normbedragen met de codes E17-I tot en met E17-III, E17-A3, Q1 en Q2 met dezelfde index als de CAO-lonen in de gezondheids- en welzijnszorg.

 

Art. 3.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat periodiek onafhankelijk (markt)onderzoek uitvoeren naar de actualiteit van de normbedragen.

 

Art. 4.
-1. In het geval aan de persoon vóór 1 juli 2019 een voorziening is toegekend, dan geldt, in afwijking van de normbedragen zoals opgenomen in de in artikel 1 bedoelde bijlage, voor die toegekende voorziening tot 1 januari 2021 de normbedragen zoals deze luidden vóór de inwerkingtreding van dit besluit. De vorige volzin geldt alleen voor de volgende normbedragen:
• C18-IV, eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting;
• C25-I, kilometervergoeding voor gebruik van de eigen personenauto;
• C25-V, kilometervergoeding voor gebruik van een eigen bestelauto/busje;
• C26-I, algemeen gebruikelijke kosten woon-werkverkeer onder inkomensgrens C20-I.
-2. In het geval voor een persoon de interne Jobcoaching is gestart vóór 1 juli 2019, dan bedraagt de subsidie met code Q2 voor de begeleidingsregimes midden en intensief voor het tweede jaar, het bedrag zoals dat luidde voor inwerkingtreding van dit besluit. De vorige volzin is ook van toepassing op de interne Jobcoaching voor een dienstbetrekking die direct voorafgegaan is door interne Jobcoaching op een proefplaatsing die is gestart voor 1 juli 2019.

 

Art. 5.
Het Normbedragenbesluit 2018 (Stcrt. 2018, 21773) wordt ingetrokken.

 

Art. 6.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2019.

 

Art. 7.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit normbedragen voorzieningen UWV 2019.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 18 juni 2019
A. Paling,
voorzitter Raad van bestuur UWV

 

 

 

TOELICHTING
[18 juni 2019]

 

Algemeen

 

     Als een persoon - naar het oordeel van het UWV - structureel functionele beperkingen heeft, kan het UWV hem voorzieningen toekennen op grond van artikelen 34a, 35 en 36 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) of de artikelen 2:22 en 2:23 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en uitsluitend als het om een tolkvoorziening gaat, artikel 10g van de Participatiewet. De voorziening dient dan om het werk mogelijk te maken of te behouden. Het kan gaan om werk in een dienstbetrekking of om werk in zelfstandige arbeid.
     Ook kan het UWV een persoon op grond van artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies (WOOS) een voorziening verstrekken die hem in staat stelt om regulier onderwijs te volgen.
     Het UWV kan - enkel aan personen met een auditieve beperking - op basis van artikel 3a.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 een tolkvoorziening toekennen.
     De voorwaarden waaronder het UWV een voorziening kan toekennen, zijn neergelegd in de volgende besluiten:
• het Protocol voorzieningen UWV;
• de Beleidsregel Protocol Jobcoach UWV 2016; en
• de Beleidsregel Protocol Jobcoach UWV [?, red.].
     Bij de toekenning van voorzieningen zijn normbedragen van toepassing die het UWV met dit besluit vaststelt. De bijlage bij dit besluit bevat het overzicht van deze normbedragen. Het overzicht met de normbedragen bevat de normbedragen voor de intermediaire activiteiten in het werk-, onderwijs- en leefdomein en de vervoers- en computervoorzieningen in zowel het werk- als onderwijsdomein. Tevens bevat het de normbedragen voor de persoonlijke ondersteuning/jobcoach en interne jobcoach, die ter ondersteuning van de persoon in een dienstbetrekking kan worden ingezet ter compensatie van de structurele functionele beperkingen. Om het overzicht te completeren, bevat de bijlage ook de door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgestelde bedragen met betrekking tot zelfstandige arbeid (code Z4 Starterskrediet) en door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgestelde normbedrag tolkvoorziening voor de leefsituatie (code E17-II). Zo ontstaat een compleet overzicht van alle normbedragen op het gebied van voorzieningen.


Onafhankelijk marktonderzoek

     Het UWV heeft in 2018 onafhankelijk marktonderzoek laten verrichten naar de actualiteit van de normbedragen voorzieningen. Gekeken is naar samenstelling en onderbouwing van het normbedrag alsmede naar de wijze van indexeren. De uitkomsten van dit onderzoek zijn in de normbedragen per 1 juli 2019 verwerkt. De normbedragen dekken de plausibele kosten die gemaakt moeten worden om de voorziening te realiseren.


Tolkvoorziening en daarmee samenhangende normbedragen

     Het UWV verricht - na overleg met zijn opdrachtgevers de ministeries van SZW, van OCW en van VWS - aanvullend onderzoek naar de normbedragen van voorzieningen die verband houden met een auditieve beperking. Het gaat om de normbedragen met de codes E17-I (uurvergoeding geregistreerde tolk werk/onderwijs), E17-II (uurvergoeding geregistreerde tolk leef), E17-III (uurvergoeding intermediaire dienstverleners werk/onderwijs), E17-A1 (reisvergoeding geregistreerde tolk werk/onderwijs) en E17-A3 (reisvergoeding intermediaire dienstverlener werk/onderwijs). Dit aanvullende onderzoek houdt onder andere verband met het de centralisatie van de tolkvoorziening. Het UWV voert per 1 juli 2019 ook voor het leefdomein (naast het onderwijs- en werkdomein) de tolkvoorziening uit. De tolkvoorziening in het leefdomein is in het onderzoek dat in 2018 is uitgevoerd niet betrokken.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 1

     In de bijlage bij dit normbedragenbesluit zijn de normbedragen opgenomen voor voorzieningen die het UWV inzet in de werk- en onderwijssituatie en de tolk- en vervoersvoorziening in de leefsituatie:

• B11, drempelbedrag
     Dit bedrag is vastgesteld op 1,85 maal het wettelijk minimumloon per dag (artikel 3, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit). Dit betreft een jaarbedrag.

• C18-II, normbedrag referentieauto
     De referentieauto staat voor de auto die gebruikt wordt door gezinnen rond de inkomensgrens (normbedrag C20-I). Het UWV hanteerde tot datum invoering van dit besluit voor de bepaling van de waarde van de referentieauto de gemiddelde verkoopprijs van nieuwe auto’s volgens de BOVAG. Onderzoek wijst uit dat een gezin met een inkomen rond de inkomensgrens een auto aanschaft met een waarde die beduidend lager ligt dan de gemiddelde verkoopprijs van nieuwe auto’s. Per 1 juli 2019 hanteert het UWV de gemiddelde aanschafwaarde van een auto door die doelgroep als normbedrag voor de referentieauto.

• C18-III, normbedrag eigen bijdrage verzekeringskosten
     In de eigen bijdrage zijn de kosten voor een WA-verzekering begrepen, zoals deze geldt voor de referentieauto. Het gaat hier om een bedrag per maand.

• C18-IV, normbedrag eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting
     De basis voor dit normbedrag is de (gemiddelde) gewichtsklasse van de referentieauto en de gemiddelde kosten motorrijtuigenbelasting per provincie. Het betreft een bedrag per maand.

• C20-I, inkomensgrens vervoersvoorzieningen
     Deze grens geldt voor gezinnen die gebruikmaken van één vervoersvoorziening. Het gezinsinkomen bedraagt in dat geval 261 x 70% van het maximumpremiedagloon (artikel 5, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit).

• C20-III, inkomensgrens vervoersvoorzieningen
     Deze grens is van toepassing als binnen een gezin meer dan één vervoersvoorziening noodzakelijk is. Deze grens bedraagt 1,5 maal de hoogte van normbedrag C20-I.

• C22, kilometervergoeding voor een bruikleenauto
     Het UWV gaat uit van het (gemiddelde) brandstofgebruik van een door het UWV verstrekte bruikleenauto.

• C25-I en V, kilometervergoeding voor gebruik van een eigen personenauto of bestelauto/bus
     In deze vergoeding zijn vaste kosten (waaronder afschrijving, verzekering en wegenbelasting) en variabele kosten (waaronder onderhoud) van de auto/bestelbus verwerkt.

• C26 -I, algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer onder inkomensgrens C20-I
     De eigen bijdrage is gebaseerd op de (gemiddelde) kosten openbaar vervoer.

• C6-II, algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer boven de inkomensgrens C20-I en/of C20-III
     De algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer zijn bepaald aan de hand van de kosten van de referentieauto.

• C27, normbedrag maximale eigen bijdrage woon-werkvervoer
     Ongeacht de van toepassing zijnde situatie betaalt een persoon aan eigen bijdrage als bedoeld in C26-I of C26-II nooit meer dan het in normbedrag C27 genoemde bedrag per maand.

• C31 en C33, (rolstoel)taxikostenvergoeding leefdomein
     In dit normbedrag is het maximale start-, kilometer- en tijdtarief - zoals door de rijksoverheid is vastgesteld - opgenomen. Dit bedrag is vermenigvuldigd met een reisafstand van 2000 kilometer op jaarbasis.

• C32 en C34, taxikostenvergoeding voor personen met een visuele beperking en [en combinatievergoeding, red.]
     Dit normbedrag is de helft van normbedrag C31.

• C71, vergoeding reiskosten voor een begeleider
     Het gaat om de maximale reiskosten openbaar vervoer als de begeleider op eigen gelegenheid heen en weer moet reizen om de persoon in het openbaar vervoer te begeleiden. Het gaat hier om een bedrag per jaar.

• E17-I, uurvergoeding geregistreerde tolk werk/onderwijsdomein
     De hierna opgenomen grondslag geldt voor zowel het normbedrag E17-I als E17-III (uurvergoeding intermediaire dienstverleners). De vergoedingen per uur volgens de normbedragen E17-I en E17-III zijn vastgesteld inclusief een overhead- en risico-opslag van 43% van het loon- of inkomensgedeelte in de norm.
     Deze opslag is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die de werkgever van de tolk c.q. de zelfstandig werkende tolk of intermediaire dienstverlener moet maken, zoals:
- registratie en onderhoud deskundigheid (8%);
- werkgeverslasten en verzekeringen (7%);
- ondernemersrisico en acquisitie opdrachten (8%);
- kantoor- en administratiekosten (7%);
- inconveniënte tijd, onder meer pauzes en wachttijd tijdens en tussen opdrachten, alsmede de vrijval als gevolg van te laat geannuleerde opdrachten (totaal 13%, inclusief 8% voor annuleringsschade); en
- voor schrijftolken bovendien: kosten apparatuur, inclusief opbouw- en afbraaktijd (maakt onderdeel uit van het inkomensgedeelte van de norm).

• E17-II, uurvergoeding geregistreerde tolk leefdomein
     Dit bedrag wordt door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgesteld, zie hoofdstuk 3a Tolkdiensten voor auditief beperkten onder artikel 3 e van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 [lees: hoofdstuk 4a Tolkdiensten voor auditief beperkten leefdomein van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, red.].

• G22-I, vergoeding computer
     Het gaat om een eenvoudige computer voor de lees- en schrijffunctie.

• I12, normbedrag voor verstrekking in bruikleen
     Dit normbedrag is de middeling van een voorziening die in bruikleen wordt verstrekt (normbedrag C18-II, de referentieauto) en een voorziening die in eigendom wordt verstrekt (normbedrag G22, computer).

• Q1, uurvergoeding persoonlijke ondersteuning/jobcoaching
     In dit normbedrag zijn onder andere kosten voor sociale lasten, overhead en pensioenbijdrage opgenomen.

• Q2, subsidiebedrag voor interne jobcoaching (dienstbetrekking)
     Normbedrag Q1 vormt de basis voor de subsidiebedragen. De focus ligt op de begeleiding op de werkplek zelf en niet op andere leefgebieden. Het UWV gaat uit van een dienstbetrekking van 24 uur per week of meer.

• Q2, subsidiebedrag voor interne jobcoaching op een proefplaatsing
     Het subsidiebedrag bestaat uit een vast bedrag voor het opstarten van de begeleiding alsmede een variabel bedrag voor de begeleiding zelf, waarbij wordt uitgegaan van 24 werkuren per week.

• Z1, inkomensgrens voor startende zelfstandige
     Deze inkomensgrens bedraagt 1,5x normbedrag C20-III.

• Z2, kosten begeleiding startende zelfstandigen voor en na de start
     Dit normbedrag bedraagt 4,5% van normbedrag Z1.

• Z3, voorbereidingskrediet startende zelfstandigen
     De hoogte van het voorbereidingskrediet bedraagt 3,5% van normbedrag Z1.

• Z4, starterskrediet
     Dit bedrag wordt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld, zie artikel 15, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit.

 

Artikel 2

     Het UWV indexeert periode de normbedragen. Het UWV onderscheidt daarbij drie categorieën normbedragen:
a. bedragen met een vast referentiepunt;
b. bedragen die uitsluitend uit materiële kosten bestaan; en
c. bedragen die (deels) uit personele kosten bestaan.


Ad a.

     Het normbedrag, met als vast referentiepunt het wettelijk minimumloon, volgt de index van het wettelijk minimumloon. Het UWV indexeert dit normbedrag tweemaal per jaar; te weten zowel per 1 januari als per 1 juli. Het gaat hierbij om het normbedrag, met de code:
- B11, drempelbedrag voorzieningen.

     De normbedragen, met als vast referentiepunt het maximumpremieloon, volgen de index van het maximumpremieloon. Het UWV indexeert deze normbedragen eenmaal per jaar, te weten per 1 januari. Het gaat om de volgende normbedragen:
- C20-1, de inkomensgrens bij één vervoersvoorziening;
- C20-III, de inkomensgrens bij meerdere vervoersvoorzieningen;
- Z1, de inkomensgrens voor startende zelfstandigen drie jaar na start;
- Z2, de vergoeding voor begeleiding voor startende zelfstandigen; en
- Z3, voorbereidingskrediet voor startende zelfstandigen.


Ad b.

     De normbedragen, die uitsluitend uit materiële kosten bestaan, hebben betrekking op goederen of diensten. Het UWV hanteert voor deze normbedragen de indexering de meest bekendste en complete prijsindex voor materiële kosten; te weten de consumentenprijsindex (CPI). De CPI wordt periodiek door het Centraal bureau voor de statistiek bepaald.

     Het UWV indexeert de volgende normbedragen op basis van de CPI:
- C18-II, de hoogte van de referentieauto;
- C18-III en C18-IV, de eigen bijdrage van een persoon aan de verzekeringskosten en motorrijtuigenbelasting;
- C22, C2-I en C25-V, de kilometervergoedingen;
- C2 -I en II, de algemeen gebruikelijke kosten per kilometer;
- C27, maximale eigen bijdrage woon-werkvervoer;
- C31 tot en met C34, de taxikostenvergoedingen in het leefdomein;
- C71, de vergoeding reiskosten voor een begeleider;
- E17-A1, de reisvergoeding geregistreerde tolk werk/onderwijs;
- G22-I, het normbedrag voor vergoeding computer; en
- I12, het normbedrag verstrekking in bruikleen.


Ad c.

     Personele normbedragen hebben betrekking op het inkomen van mensen. Het gaat specifiek om de normbedragen voor tolken en jobcoaches. Het UWV sluit voor het indexeren aan bij de CAO-lonen in de gezondheids- en welzijnszorg. Geïndexeerd wordt met de contractuele loonkosten per uur. De volgende normbedragen worden geïndexeerd op basis van de CAO-lonen in de gezondheids- en welzijnszorg:
- E17-I, de uurvergoeding geregistreerde tolk werk/onderwijsdomein;
- E17-II, de uurvergoeding geregistreerde tolk in het leefdomein;
- E17-III, de uurvergoeding intermediaire dienstverlener werk/onderwijs;
- E17-A3, de reisvergoeding intermediaire dienstverleners werk/onderwijs;
- Q1, de uurvergoeding persoonlijke ondersteuning/jobcoaching; en
- Q2, de diverse subsidiebedragen interne jobcoaching.

 

Artikel 3

     Het UWV monitort de vastgestelde normbedragen. Om deze zo actueel mogelijk te houden, laat het UWV periodiek onafhankelijk marktonderzoek doen. Dit onderzoek vindt eens per vijf tot tien jaar plaats. Het marktonderzoek richt zich op de samenstelling, onderbouwing en wijze van indexering van de normbedragen voorzieningen. De normbedragen in deze Beleidsregel [lees: in dit besluit, red.] zijn gebaseerd op onderzoek in 2018. Dit betekent dat het UWV op zijn vroegst in 2023 doch uiterlijk in 2028 een nieuw onderzoek laat uitvoeren.

 

Artikel 4

     Als gevolg van de herijking van de normbedragen voorzieningen is een aantal normbedragen substantieel gewijzigd. In een aantal gevallen zijn die wijzigingen ten nadele van de persoon aan wie de voorziening is toegekend. Het UWV vindt het niet wenselijk dat de persoon direct te maken krijgt met deze voor hem nadelige wijzigingen. Het UWV hanteert daarom een overgangstermijn voor die normbedragen waarbij een lagere vergoeding en/of een hogere eigen bijdrage gaat gelden. Met het hanteren van een overgangstermijn biedt het UWV de persoon aan wie de voorziening is toegekend de mogelijkheid om zich - binnen een realistische termijn - voor te bereiden op de lagere tegemoetkoming dan wel hogere eigen bijdrage.
     Er geldt een tweetal overgangsbepalingen.


Vervoersvoorziening

     In het geval aan de persoon vóór 1 juli 2019 een voorziening is toegekend, dan geldt een overgangstermijn tot 1 januari 2021. Tot deze datum worden de normbedragen gehanteerd zoals deze golden vóór de inwerkingtreding van dit besluit. Het gaat om de volgende normbedragen:
- C18-IV, eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting op €|34,00;
- C25-I, kilometervergoeding voor gebruik van de eigen personenauto op €|0,49;
- C25-V, kilometervergoeding voor gebruik van een eigen bestelauto/busje op €|0,61; en
- C26-I, algemeen gebruikelijke kosten woon-werkverkeer onder de inkomensgrens C 20-I op €|0,14.

Voorbeelden:
     Overgangsregeling vervoersvoorziening is van toepassing:
A. De voorziening is op 1 januari 2017 toegekend bij de start van een dienstbetrekking voor onbepaalde tijd. De voorziening kilometervergoeding gebruik eigen auto (normbedrag C25-I) is dus vóór 1 juli 2019 toegekend.
B. De voorziening is toegekend vóór de dienstbetrekking die is gestart op 1 maart 2012. De klant maakt gebruik van zijn eigen (aangepaste) auto en ontvangt hiervoor een kilometervergoeding. Per 1 maart 2019 is er sprake van een "vervangingsaanvraag". Vervoer per eigen (aangepaste) auto is opnieuw per 1 maart 2019 als goedkoopste adequate voorziening toegekend.
C. De voorziening is per 1 september 2018 toegekend voor het volgen van onderwijs op een bepaalde school en schooltype. Zolang de leerling tot aan 1 januari 2021 dit onderwijs op dezelfde school en schooltype blijft volgen, is de overgangssituatie van toepassing.
     Overgangsregeling vervoersvoorziening is niet van toepassing:
D. Dezelfde situatie als in B. Alleen de "vervangingsaanvraag" kent een ingangsdatum per 1 juli 2019 of later. Vanaf het moment dat er sprake is van een nieuwe ingangsdatum voor de verstrekking van de voorziening is de overgangssituatie niet van toepassing. Het gaat hier namelijk om de verstrekking van een voorziening op een nieuwe aanvraag.


Interne jobcoaching

     In het geval voor een persoon de interne jobcoaching op een dienstbetrekking is gestart vóór 1 juli 2019, dan bedraagt de subsidie met code Q2 voor de begeleidingsregimes midden en intensief voor het tweede jaar, het bedrag zoals dat luidde vóór inwerkingtreding van dit besluit, te weten €|2700,- voor midden en €|4500,- voor het intensieve regime. Dit geldt ook voor de interne jobcoaching die vóór 1 juli 2019 is gestart voor een proefplaatsing en die direct aansluitend is overgegaan in een interne jobcoaching op een dienstbetrekking.

Voorbeelden:
     Overgangsregeling is van toepassing:
E. Dienstbetrekking is gestart op 1 juni 2019 en jobcoaching is per deze datum toegekend. De jobcoachperiode start op 1 juni 2019.
F. Proefplaatsing is gestart op 1 juni 2019. Persoon krijgt een aansluitend dienstverband per 1 augustus 2019.
     Overgangsregeling is niet van toepassing:
G. Dienstbetrekking is gestart op 1 mei 2019. Noodzaak tot jobcoaching wordt op 1 augustus 2019 onderkend en verleend. De jobcoachperiode start op 1 augustus 2019 omdat dan de noodzaak hiervoor vaststaat.

     Tot slot: het UWV indexeert de normbedragen waarop een overgangstermijn van toepassing is niet.

 

Amsterdam, 18 juni 2019
A. Paling,
voorzitter Raad van bestuur

 

 

BIJLAGE

Normbedragen voorzieningen per 1 juli 2019

 

Code Beschrijving Normbedrag als de voorziening is toegekend vóór 01-07-2019 tot aan einde overgangstermijn Normbedrag geldend op en na 01-07-2019
ALGEMENE NORMBEDRAGEN
Drempelbedrag voorzieningen
B11 Drempelbedrag (excl. BTW) n.v.t. |139,66
VERVOERSVOORZIENINGEN
Referentieauto
C18-II Normbedrag referentieauto (incl. BTW) n.v.t. |4976,10
C18-III Eigen bijdrage verzekeringskosten n.v.t. |52,82
C18-IV Eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting |34,00 |46,20
Inkomensgrenzen voor vervoersvoorzieningen
C20-I Inkomensgrens vervoersvoorzieningen n.v.t. |39 150,95
C20-III Inkomensgrens vervoersvoorzieningen n.v.t. |58 726,42
Kilometervergoeding bruikleenauto
C22 Kilometervergoeding bruikleenauto n.v.t. |0,13
Kilometervergoeding voor auto’s in eigen bezit
C25-I Kilometervergoeding gebruik eigen personenauto |0,49 |0,35
C25-V Kilometervergoeding gebruik eigen bestelauto/bus |0,61 |0,49
Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer
C26-I Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer onder de inkomensgrens C20-I |0,14 |0,17
C26-II Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer boven de inkomensgrens C20-I en C20-III n.v.t. |0,35
C27 Normbedrag maximale eigen bijdrage woon-werkvervoer n.v.t. |225,00
Vervoerskostenvergoeding voor privékilometers
C31 Taxikostenvergoeding leefdomein n.v.t. |5547,05
C32 Taxikostenvergoeding leefdomein voor personen met een visuele beperking n.v.t. |2773,52
C33 Rolstoeltaxivergoeding leefdomein n.v.t. |7080,35
C34 Combinatievergoeding (taxi + overig vervoer) leefdomein n.v.t. |2773,52
Begeleidingskosten
C71 Vergoeding reiskosten voor een begeleider n.v.t. |1370,60
VOORZIENINGEN VOOR INTERMEDIAIRE DIENSTVERLENING
E17-I Uurvergoeding geregistreerde tolk werk/onderwijsdomein (bedrag excl. BTW) n.v.t. |54,94
E17-II Uurvergoeding geregistreerde tolk leefdomein (bedrag excl. BTW) n.v.t. |56,44
E17-III Uurvergoeding voor intermediaire dienstverlener werk/onderwijsdomein (bedrag excl. BTW) n.v.t. |21,50
E17-A1 Reisvergoeding geregistreerde tolk onderwijs/werkdomein (bedrag excl. BTW) n.v.t. |0,69
E17-A2 Reisvergoeding geregistreerde tolk leefdomein (bedrag excl. BTW) n.v.t. |0,60
E17-A3 Reisvergoeding voor intermediaire dienstverlener werk/onderwijsdomein (bedrag excl. BTW) n.v.t. € 0,32
MEENEEMBARE VOORZIENINGEN
G22-I Vergoeding computer (bedrag incl. BTW) n.v.t. |804,72
BRUIKLEENVERSTREKKING
I12 Normbedrag voor verstrekking in bruikleen (contractuele uitzonderingen zijn mogelijk) n.v.t. |2890,41
PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING/JOBCOACHING
Q1 Uurvergoeding voor persoonlijke ondersteuning/jobcoaching (bedrag excl. BTW) n.v.t. |87,75
Q2 Subsidiebedrag voor interne jobcoaching:
  begeleidingsregime jaar 1 licht n.v.t. |2785,56
  begeleidingsregime jaar 1 midden n.v.t. |4745,77
  begeleidingsregime jaar 1 intensief n.v.t. € 7015,49
  begeleidingsregime jaar 2 licht n.v.t. € 1444,37
  begeleidingsregime jaar 2 midden € 2700,00 € 2372,89
  begeleidingsregime jaar 2 intensief € 4500,00 € 3507,75
  begeleidingsregime jaar 3 licht n.v.t. € 1444,37
  begeleidingsregime jaar 3 midden n.v.t. € 1444,37
  begeleidingsregime jaar 3 intensief n.v.t. € 2785,56
  Subsidiebedrag voor interne jobcoaching voor een proefplaatsing:
  begeleidingsregime licht n.v.t. € 515,85
  begeleidingsregime midden n.v.t. € 619,01
  begeleidingsregime intensief n.v.t. € 825,35
NORMBEDRAGEN VOOR STARTENDE ZELFSTANDIGEN
Z1 Inkomensgrens voor startende zelfstandige n.v.t. € 87 466,71
Z2 Vergoeding kosten begeleiding startende zelfstandigen vóór en na de start (bedrag excl. BTW) n.v.t. € 3936,00
Z3 Voorbereidingskrediet startende zelfstandigen (bedrag incl. BTW) n.v.t. € 3061,33
Z4 Starterskrediet n.v.t. € 36 762,00