Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-07-2019   Intrekking Stcrt. 2019, 35967 Stcrt. 2019, 35967
02-01-2019 01-01-2019 Wijziging Stcrt. 2019, 44
Herplaatsing in
Stcrt. 2019, 44H
Stcrt. 2019, 44
Herplaatsing in
Stcrt. 2019, 44H
01-07-2018   Wijziging Stcrt. 2018, 35689 Stcrt. 2018, 35689
20-04-2018   Nieuwe regeling Stcrt. 2018, 21773 Stcrt. 2018, 21773

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op het bepaalde in de artikelen 34a, 35 en 36 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 2:22 en 2:23 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en 19a van de Wet overige OCW-subsidies;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen hanteert bij het toekennen van voorzieningen die gelden als een hulp(middel) of regeling die beogen de beperkingen als gevolg van ziekte en/of gebrek voor het vinden en/of verrichten van inkomensvormende arbeid of het deelnemen aan regulier onderwijs zoveel als mogelijk weg te nemen, de normbedragen zoals opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

 

Art. 2.
Dit besluit wordt aangehaald als: Normbedragenbesluit 2018.

 

Art. 3.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin dit besluit is geplaatst.

 

 

     Dit besluit wordt met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant geplaatst.

 

Amsterdam, 13 maart 2018
A. Paling,
voorzitter Raad van bestuur UWV

 

 

 

TOELICHTING
[13 maart 2018]

 

Algemeen

     Als een klant - naar het oordeel van het UWV - structureel functionele beperkingen heeft, kan het UWV hem voorzieningen toekennen op grond van artikelen 34a, 35 en 36 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) of de artikelen 2:22 en 2:23 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). De voorziening dient dan om het werk mogelijk te maken of te behouden. Het kan gaan om werk in een dienstbetrekking of om werk in zelfstandige arbeid.
     Ook kan het UWV een persoon op grond van artikel 19a van de Wet overige OCW-subsidies (WOOS) een voorziening verstrekken die hem in staat stelt om regulier onderwijs te volgen.
     De voorwaarden waaronder het UWV een voorziening kan toekennen, zijn neergelegd in de volgende besluiten:
• het Protocol voorzieningen UWV;
• de Beleidsregel Protocol Jobcoach UWV 2016; en
• de Beleidsregel Protocol Jobcoach UWV [?, red.].
     Bij de toekenning van voorzieningen zijn normbedragen van toepassing die het UWV met dit besluit vaststelt. De bijlage bij dit besluit bevat het overzicht van deze normbedragen. Dit besluit is de opvolger van de Beleidsregels normbedragen voorzieningen UWV 2017.
     Tot aan de ingangsdatum van dit besluit heeft het UWV een deel van de beleidsmatige informatie over voorzieningen en het cijfermatig deel met betrekking tot de normbedragen ondergebracht in één beleidsregel; de Beleidsregels normbedragen voorzieningen UWV 2017. In dat besluit was alleen beleidsmatige informatie opgenomen over de intermediaire activiteiten en de vervoersvoorziening, terwijl informatie over overige voorzieningen in andere besluiten was opgenomen. Per ingangsdatum van dat besluit is het cijfermatig deel afgesplitst van het beleidsmatige deel. Het cijfermatige deel is neergelegd in het onderhavige besluit. Het beleidsmatige deel, waarin verschillende inhoudelijke beleidsbesluiten zijn samengevoegd, is neergelegd in het Protocol voorzieningen UWV. Zo ontstaat een meer logische opbouw.
     Het overzicht met de normbedragen dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, bevat de normbedragen voor de intermediaire activiteiten en de vervoers- en de computervoorzieningen in zowel de werk- als onderwijssituatie. Tevens bevat het de normbedragen voor de jobcoach en interne jobcoach, die ter ondersteuning van de klant in een dienstbetrekking kan worden ingezet ter compensatie van de structurele functionele beperkingen. Om het overzicht te completeren, bevat de bijlage ook de door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgestelde bedragen met betrekking tot zelfstandige arbeid. Zo ontstaat een compleet overzicht van alle normbedragen op het gebied van voorzieningen.
     Ten opzichte van de Beleidsregels normbedragen voorzieningen UWV 2017, zoals dat luidde op de dag vóór inwerkingtreding van het onderhavige besluit, zijn de normbedragen niet aangepast.


Toelichting per normbedrag

     In de bijlage bij dit Normbedragenbesluit zijn de normbedragen opgenomen voor voorzieningen die het UWV inzet in de werk- en onderwijssituatie:

• B11, drempelbedrag
     Dit bedrag is vastgesteld op 1,85 maal het wettelijk minimumloon per dag (artikel 3, eerste lid, van het Reïntegratiebesluit).

• C18-II, normbedrag referentieauto
     Het normbedrag referentieauto herziet het UWV één keer per vijf jaar. Hierbij maakt het UWV gebruik van de uitgave "Mobiliteit in cijfers" van de Stichting BOVAG-RAI Mobiliteit.
     Bij het normbedrag referentieauto is gekozen om aan te sluiten bij de gemiddelde aanschafwaarde van nieuwe auto’s die in de voorgaande periode in Nederland zijn verkocht.

• C18-III, normbedrag eigen bijdrage verzekeringskosten
     Het normbedrag eigen bijdrage verzekeringskosten is afgeleid van de kosten van een (volledige) cascoverzekering die hoort bij een auto met een aanschafwaarde gelijk aan de referentieauto en met een no-claim van 50%, zoals deze berekend is door de ANWB.

• C18-IV, normbedrag eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting
     Het normbedrag eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting is gebaseerd op de gemiddelde kosten van de motorrijtuigenbelasting in Nederland voor een personenauto die op benzine rijdt en 975 kg zwaar is. Het gewicht is ontleend aan de uitgave "Mobiliteit in cijfers" van de Stichting BOVAG-RAI Mobiliteit en betreft het gemiddelde gewicht van een auto in Nederland.

• E17-I en E17-III, normbedrag tolkvoorziening en normbedrag intermediaire activiteit
     De vergoedingen per uur volgens de normbedragen E17-I en E17-III zijn vastgesteld inclusief een overhead- en risico-opslag van 43% van het loon- of inkomensgedeelte in de norm.
     Deze opslag is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten die de werkgever van de tolk c.q. de zelfstandig werkende tolk of intermediaire dienstverlener moet maken, zoals:
- registratie en onderhoud deskundigheid (8%);
- werkgeverslasten en verzekeringen (7%);
- ondernemersrisico en acquisitie opdrachten (8%);
- kantoor- en administratiekosten (7%);
- inconveniënte tijd, onder meer pauzes en wachttijd tijdens en tussen opdrachten, alsmede de vrijval als gevolg van te laat geannuleerde opdrachten (totaal 13%, inclusief 8% voor annuleringsschade); en
- voor schrijftolken bovendien: kosten apparatuur, inclusief opbouw- en afbraaktijd (maakt onderdeel uit van het inkomensgedeelte van de norm).

• Z1, Z2 en Z3, normbedragen startende zelfstandige
     De normbedragen startende zelfstandige (de zogenaamde Z-bedragen) zijn in principe afgeleid van het maximale bedrag van het starterskrediet. Het normbedrag Z1 wordt berekend door het maximumpremiedagloon te vermenigvuldigen met 261 en hiervan 15% te nemen. Het maximale bedrag van het starterskrediet wordt jaarlijks door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld. Op basis van de indexering door het ministerie verhoogt het UWV de Z-bedragen die in de bijlage zijn opgenomen.

 

Amsterdam, 13 maart 2018
A. Paling,
voorzitter Raad van bestuur UWV

 

 

BIJLAGE

 

Code Beschrijving Vanaf
01-01-2018
Vanaf
01-01-2019
Werk Onder-
wijs
ALGEMENE NORMBEDRAGEN
Drempelbedrag voorzieningen
B11 Drempelbedrag waar beneden geen vergoeding wordt verleend (kostenbedrag inclusief BTW).
Toelichting: Voorzieningen die minder dan dit bedrag kosten, worden niet vergoed. Meerdere aangevraagde voorzieningen die ieder minder kosten dan het drempelbedrag kunnen worden opgeteld en vergoed.
|135,50 |138,72 X X
VERVOERSVOORZIENINGEN
Referentieauto
C18-II Normbedrag referentieauto (aanschafbedrag inclusief BTW).
Toelichting: Een referentieauto is een gemiddeld type auto standaard voorzien van faciliteiten.
|28 816,00 |28 816,00 X X
C18-III Eigen bijdrage verzekeringskosten bij noodzakelijke aanschaf van een auto boven de kosten van de referentieauto.
Toelichting: Dit maandelijkse bedrag wordt op de feitelijke maandelijkse kosten in mindering gebracht (eigen bijdrage).
|96,49 |96,49 X X
C18-IV Eigen bijdrage motorrijtuigenbelasting bij noodzakelijke aanschaf van een auto boven de kosten van een referentieauto.
Toelichting: Dit maandelijkse bedrag wordt op de feitelijke maandelijkse kosten in mindering gebracht (eigen bijdrage).
|34,00 |34,00 X X
Inkomensgrenzen voor vervoersvoorzieningen voor het woon-werk- en het privévervoer
C20-I Inkomensgrens woon-werk- en privévervoer.
Toelichting: Deze inkomensgrens geldt niet voor het woon-schoolvervoer. Boven deze inkomensgrens is geen vergoeding mogelijk, behalve voor (rolstoel)taxivervoer. Hiervoor is soms vergoeding mogelijk.
|37 1238,34 |37 238,34 X X
C20-III Inkomensgrens woon-werk- en privévervoer als in één gezin meer vervoersvoorzieningen nodig zijn.
Toelichting: Deze inkomensgrens geldt niet voor het woon-schoolvervoer.
|55 858,02 |55 858,02 X X
Kilometervergoeding bruikleenauto van Welzorg
C22 Kilometervergoeding bruikleenauto.
Toelichting: Deze vergoeding is bedoeld voor de brandstofkosten van een auto. De eigen bijdrage gaat hier nog wel van af.
|0,13 |0,13 X X
Kilometervergoeding voor auto’s in eigen bezit
C25-I Personenauto.
Toelichting: Dit is een vergoeding voor het bezit en gebruik van een eigen auto. De eigen bijdrage gaat hier nog wel van af.
|0,49 |0,49 X X
C25-V Bestelauto/busje.
Toelichting: Dit is een vergoeding voor het bezit en gebruik van een eigen bestelauto of busje. De eigen bijdrage gaat hier nog wel van af.
|0,61 |0,61 X X
Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer
C26-I Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer.
Toelichting: Gemiddelde kosten van één kilometer openbaar vervoer in Nederland die op de woon-werkvergoeding in mindering worden gebracht. Dit bedrag is de eigen bijdrage.
|0,14 |0,14 X  
C26-II Algemeen gebruikelijke kosten woon-werkvervoer per kilometer boven de inkomensgrens C20-I en C20-III.
Toelichting: De kosten zijn gelijk aan de kosten van het bezit en gebruik van een eigen auto. Dit bedrag wordt in mindering gebracht op de (rolstoel)taxikosten of de kosten van speciale auto’s.
|0,49 |0,49 X  
Vervoerskostenvergoeding voor privékilometers
C31 Taxikostenvergoeding.
Toelichting: Indien ook een vergoeding is gegeven voor het woon-werkvervoer. De vergoeding kan niet separaat worden aangevraagd. Het betreft een vast jaarlijks bedrag.
|3989,79 |3989,79 X X
C32 Vergoeding voor visueel gehandicapten.
Toelichting: Indien ook een vergoeding is gegeven voor het woon-werkvervoer. De vergoeding kan niet separaat worden aangevraagd. Het betreft een vast jaarlijks bedrag.
|1993,37 |1993,37 X X
C33 Rolstoeltaxikostenvergoeding.
Toelichting: Indien ook een vergoeding is gegeven voor het woon-werkvervoer. De vergoeding kan niet separaat worden aangevraagd. Het betreft een vast jaarlijks bedrag.
|4874,82 |4874,82 X X
C34 Combinatievergoeding (taxi + overig vervoer).
Toelichting: Indien ook een vergoeding is gegeven voor het woon-werkvervoer. De vergoeding kan niet separaat worden aangevraagd. Het betreft een vast jaarlijks bedrag.
|1777,03 |1777,03 X X
Begeleidingskosten
C71 Vergoeding reiskosten begeleider per jaar.
Toelichting: Jaarlijkse vergoeding als de arbeidsgehandicapte klant niet zelf kan reizen en de begeleider een deel niet samen kan reizen (bijvoorbeeld de terugweg).
|861,83 |861,83 X X
VOORZIENINGEN VOOR INTERMEDIAIRE DIENSTVERLENING
E17-I Uurvergoeding geregistreerde tolk gebarentaal of schrijftolk (bedrag exclusief BTW).
Toelichting: Registratie van tolk op www.stichtingrtg.nl.
|53,25 |53,25 X X
E17-III Uurvergoeding intermediaire dienstverleners visueel gehandicapten en motorisch gehandicapten (bedrag exclusief BTW). NB: communicatieassistent is komen te vervallen per 1 januari 2015. |20,35 |20,84 X X
E17-A1 Reisvergoeding geregistreerde doventolk per kilometer (bedrag exclusief BTW). |0,69 |0,69 X X
E17-A3 Reisvergoeding intermediaire dienstverleners visueel gehandicapten en motorisch gehandicapten (bedrag exclusief BTW). NB: communicatieassistent is komen te vervallen per 1 januari 2015.
Toelichting: Inclusief vergoeding voor gereisde werktijd; reisvergoeding voor student-tolk is vervallen.
|0,31 |0,31 X X
MEENEEMBARE VOORZIENINGEN
G22-I Computer/laptop/tablet (eenmaal per vier jaar) (bedrag inclusief BTW).
Toelichting: De vergoeding is gericht op een middel zonder aanpassingen.
|801,00 |801,00 X X
BRUIKLEENVERSTREKKING
I12 Een voorziening wordt in bruikleen verstrekt als deze meer kost dan het vastgestelde bedrag (beneden dit bedrag verstrekking in eigendom).
Toelichting: In geval van bruikleen kunnen additionele kosten als onderhoud en reparatie door het UWV worden vergoed.
|3595,37;
contractuele uitzondringen mogelijk
|3595,37;
contractuele uitzondringen mogelijk
X X
JOBCOACHING/PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING (alleen werkvoorziening)
Q1 Uurvergoeding voor jobcoaching/persoonlijke ondersteuning (bedrag exclusief BTW). |75,82 |75,82 X  
NORMBEDRAGEN VOOR STARTENDE ZELFSTANDIGEN
Z1 Inkomensgrens startende zelfstandigen drie jaar na de start.
Toelichting: Op basis van het gemiddelde jaarinkomen van de voorgaande drie arbeidsjaren wordt vastgesteld of de zelfstandige nog in aanmerking komt voor vergoeding van voorzieningen. Het gemiddelde jaarinkomen mag dan niet hoger zijn dan het normbedrag Z1.
|83 489,52 |84 892,14 X  
Z2 Vergoeding kosten begeleiding startende zelfstandigen vóór en ná de start (bedrag vergoeding inclusief BTW). |3756,53 |3819,64 X  
Z3 Voorbereidingskrediet startende zelfstandige (bedrag vergoeding inclusief BTW).
Toelichting: Dit bedrag is bestemd voor oriënterende activiteiten van de starter zoals netwerkcontacten en vakbeurzen. De indexering van het bedrag Z3 volgt de jaarlijkse indexering van het starterskrediet door SZW.
|2938,32 |2987,68 X  
INTERNE JOBCOACHING (alleen werkvoorziening)
Q2 Subsidiebedrag voor interne jobcoaching voor een dienstbetreking    
  Begeleidingsregimes Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 e.v.
  licht |2700,00 |1400,00 |1400,00
  midden |4500,00 |2700,00 |1400,00
  intensief |6800,00 |4500,00 |2700,00
  Subsidiebedrag voor interne jobcoaching voor een proefplaatsing    
  Begeleidingsregimes  
  licht |500,00
  midden |600,00
  intensief |750,00