Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2005   Intrekking Stb. 2004, 717 Stb. 2004, 718
01-01-2002   Nieuwe regeling Stcrt. 2002, 56 Stcrt. 2002, 56

 

 

Publicatie ingevolge artikel 28, tweede lid, Wik

15 maart 2002/nr. B&GA/GAB/02/18760

 

     Bij besluit van 20 februari 2002 (B&GA/GAB/02/6092) is ingaande 1 januari 2002 de erkenning van de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (VvK) als adviserende instelling als bedoeld in artikel 26 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik) (Stb. 1998, 59) op verzoek van de Stichting VvK ingetrokken op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wik. Dit besluit wordt hierbij in bijlage 1 gepubliceerd.
     Bij besluit van 20 februari 2002 (B&GA/GAB/02/6088) is, gelet op het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de Wik, ingaande 1 januari 2002 de Stichting Kunstenaars & Co te Amsterdam erkend als adviserende instelling als bedoeld in artikel 26 van de Wik. Dit besluit wordt hierbij in bijlage 2 gepubliceerd.
     Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen deze besluiten bezwaar maken. Daartoe moet binnen zes weken na de datum van bekendmaking een bezwaarschrift worden ingediend bij de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, t.a.v. de Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische  Aangelegenheden, Secretariaat Bezwaar en Beroep, postbus 90801, 2509 LV Den Haag. In het bezwaarschrift moet worden aangegeven waarom het besluit niet juist gevonden wordt.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

 

INTREKKING  ERKENNING  ALS  ADVISERENDE  INSTELLING

 
BIJLAGE  1

 

 
Aan het Bestuur Voorzieningsfonds voor Kunstenaars

20 februari 2002/nr. B&GA/GAB/02/6092

 

Geachte heer Houben,

     Bij brief van 28 november 2001 heeft het bestuur van de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (de Stichting VvK) mij geïnformeerd over de oprichting van de Stichting Kunstenaars & Co en de overdracht van alle activiteiten aan de Stichting Kunstenaars & Co per 1 januari 2002. In aansluiting hierop heeft u, namens het bestuur van de Stichting VvK, mij op 23 januari 2002 bericht dat alle rechten en plichten van deze stichting per 1 januari 2002 zijn overgedragen aan de Stichting Kunstenaars en Co en dat de Stichting VvK verzoekt om intrekking van de erkenning per 1 januari 2002 als adviserende instelling als bedoeld in artikel 26 Wik.
     Op grond hiervan trek ik de erkenning van de Stichting VvK als adviserende instelling, bedoeld in artikel 26 Wik, in met ingang van 1 januari 2002.
     De Stichting VvK is gehouden verantwoordingsverplichtingen na te komen voor de subsidie die tot en met 31 december 2001 volgens het bij of krachtens de Wik bepaalde is ontvangen. De Stichting VvK is ook aansprakelijk voor de afwikkeling daarvan.
     De subsidie die eventueel aan de Stichting VvK is verstrekt over de periode 1 januari 2002 tot en met de datum van dit besluit, of de voorschotten daarop, worden geacht te zijn ontvangen door de Stichting Kunstenaars & Co, die daarover rekening en verantwoording is verschuldigd.


Bezwaar

     Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht kan tegen deze beslissing bezwaar worden gemaakt. Daartoe moet binnen zes weken na de datum van verzending van deze beslissing een met redenen omkleed bezwaarschrift worden ingediend bij: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, t.a.v. de directie WBJA, Secretariaat Bezwaar en Beroep, postbus 90801, 2509 LV Den Haag.
     U wordt verzocht bij het bezwaarschrift een kopie te voegen van deze beschikking en van eventuele andere stukken die op de zaak betrekking hebben.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

Toelichting

 

     Bij de inwerkingtreding van de Wik is in artikel 50 Wik opgenomen dat de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (de Stichting VvK) als adviserende instelling is erkend.
     In november 2001 is de Stichting Kunstenaars & Co ¹ opgericht. Deze stichting bundelt de activiteiten van de Stichting VvK, Stichting Scheppende Kunstenaars (SSK) en Stichting Podium Kunstwerk (PKW). Kunstenaars & Co heeft onder andere tot doel de uitvoering van beroepsmatigheidsonderzoeken in het kader van de Wik.
     De Stichting VvK heeft al haar taken en bevoegdheden met ingang van 1 januari 2002 overgedragen aan de Stichting Kunstenaars & Co en heeft de minister om intrekking van de erkenning verzocht.
     Op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wik trekt de minister de erkenning als adviserende instelling in indien de instelling daarom verzoekt. Dit besluit voorziet in de intrekking van de erkenning van de Stichting VvK.

1. Stichting Kunstenaars & Co, Nieuwe Herengracht 119, postbus 2617, 1000 CP Amsterdam, 0900-5352599 (€|0,10 pm), www.kunstenaarsenco.nl, red.

 

 

 

ERKENNING  ALS  ADVISERENDE  INSTELLING

 
BIJLAGE  2

 

 
Aan het bestuur van de Stichting Kunstenaars & Co

23 januari 2002/nr. B&GA/GAB/02/6088

 

Geachte heer Houben,

     Bij brief van 28 november 2001 heeft de voorzitter van de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars mij geïnformeerd over de oprichting van de Stichting Kunstenaars & Co en de overdracht van alle activiteiten van eerstgenoemde stichting aan de Stichting Kunstenaars & Co per 1 januari 2002.
     Op 23 januari 2002 heeft u als directeur van de Stichting Kunstenaars en Co mij namens het bestuur van deze stichting bericht dat alle rechten en plichten van de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars per 1 januari 2002 zijn overgedragen aan de Stichting Kunstenaars en Co en dat de Stichting Kunstenaars & Co verzoekt om erkenning per 1 januari 2002 als adviserende instelling, bedoeld in artikel 26 van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (Wik) (Stb. 1998, 59).
     In het kader van uw aanvraag tot erkenning heeft u mij de statuten van de Stichting Kunstenaars & Co overgelegd. Daaruit blijkt dat het een stichting is met volledige rechtsbevoegdheid en dat de stichting mede tot doel heeft de taken uit te voeren als bedoeld in artikel 26, tweede lid, Wik. Daarmede is voldaan aan het bepaalde in artikel 26, derde lid, Wik.
     Voorts is mij gebleken dat de stichting tot bedoelde taakuitoefening in staat is.
     Gelet hierop erken ik met ingang van 1 januari 2002 de Stichting Kunstenaars & Co als adviserende instelling, bedoeld in artikel 26 Wik. Deze erkenning geldt voor onbepaalde tijd. In dat verband wijs ik voorts op een aantal aspecten die van belang zijn.
     Met ingang van 1 januari 2002 verricht de Stichting Kunstenaars & Co de taken die in artikel 26 Wik zijn bedoeld. Door de terugwerkende kracht van de erkenning tot en met 1 januari 2002 kan de financiering die voor 2002 geldt, worden voortgezet op de wijze die in dat verband gebruikelijk is. De subsidie die eventueel aan de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars is verstrekt over de periode 1 januari 2002 tot en met de datum van dit besluit, of de voorschotten daarop, worden geacht te zijn ontvangen door de Stichting Kunstenaars & Co, die daarover rekening en verantwoording is verschuldigd.
     De financiering (vorm en omvang) zal in 2002 geen wijziging ondergaan ten opzichte van de financiering aan de tot 1 januari 2002 erkende Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars. De vergoeding aan de Stichting Kunstenaars & Co voor de uitvoeringskosten over het kalenderjaar 2002 bestaat uit een vergoeding voor de vaste kosten en uit een bedrag per Wik-kunstenaar per jaar. Voor de vaste kosten bedraagt de vergoeding €|816 804,39. Over de feitelijke besteding van deze kosten behoeft de Stichting Kunstenaars & Co zich niet te verantwoorden.
     Voor de kosten per Wik-kunstenaar per jaar bedraagt de vergoeding €|272,27. In dit bedrag is begrepen alle toetsen die de Stichting Kunstenaars & Co per Wik-kunstenaar per jaar dient uit te voeren, te weten:
- de entreetoets bij aanvraag van een Wik-uitkering;
- de verplichte jaarlijkse hertoets;
- de toets bij herintreding in de Wik;
- het in voorkomende gevallen vaststellen van de bruto-omzet of inkomen uit kunst; en
- indien van toepassing een reisadvies.
     De vergoeding voor de vaste kosten zal in vier gelijke delen omstreeks de 15e van iedere eerste maand van een kwartaal worden betaald. De vergoeding van €|272,27 per Wik-kunstenaar per jaar zal betaalbaar worden gesteld op basis van kwartaalopgaven van de Stichting Kunstenaars & Co. Het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars heeft ten behoeve van een voorziening voor eventuele personele gevolgen een bedrag van ƒ0,6 mln (€|272 268,13) gereserveerd in verband met een eventueel noodzakelijke afvloeiing van personeel na 2002. Door de overdracht van rechten en verplichtingen aan de Stichting Kunstenaars & Co is deze reservering ondergebracht bij de Stichting Kunstenaars & Co. Tevens kan de Stichting Kunstenaars & Co volgens afspraak genoemde voorziening in 2002 verhogen met €|272 268,13. Indien blijkt dat deze voorziening van in totaal €|544 536,26 niet of slechts gedeeltelijk dient te worden aangesproken, zal dit bedrag in onderling overleg geheel of gedeeltelijk worden verrekend met latere vergoedingen ten behoeve van de uitvoeringskosten aan de Stichting Kunstenaars & Co.
     Voor 2003 geldt het volgende. Als gevolg van de evaluatie van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars en de uitbreiding van het werkterrein van de Stichting Kunstenaars & Co ten opzichte van de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars zal in de loop van het jaar 2002 overleg met u worden gevoerd ten aanzien van de hoogte van de vergoeding, de wijze waarop deze wordt vastgesteld, de afbakening van de activiteiten die onder de vergoedingsregels vallen, de overige activiteiten die door de stichting worden verricht en de verplichtingen ten aanzien van de verantwoording van de uitgaven. Dit kan leiden tot wijzigingen ten opzichte van de tot en met 2002 gebruikelijke praktijk en/of de te verstrekken vergoeding.
     Volledigheidshalve wijs ik erop dat de Stichting Kunstenaars & Co gebonden is aan de regelingen die ter zake bij of krachtens de Wik zijn gesteld, voor zover het de werkzaamheden betreft die worden bedoeld in artikel 26 Wik. Voorts is het bepaalde in artikel 27, tweede lid, Wik onverkort van toepassing. Het niet naar behoren vervullen van de taak die in het kader van artikel 26 Wik aan haar is opgedragen, het wijzigen van de statuten zonder voorafgaande goedkeuring van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid of het handelen in strijd met de statuten kan aanleiding zijn de erkenning in te trekken. Ik verwijs voorts naar de toelichting die bij dit besluit is gevoegd.

     Tot slot wens ik u veel succes met uw nieuwe organisatie.


Bezwaar

     Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht kan tegen deze beslissing bezwaar worden gemaakt. Daartoe moet binnen zes weken na de datum van verzending van deze beslissing een met redenen omkleed bezwaarschrift worden ingediend bij: De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, t.a.v. de directie WBJA, Secretariaat Bezwaar en Beroep, postbus 90801, 2509 LV Den Haag.
     U wordt verzocht bij het bezwaarschrift een kopie te voegen van deze beschikking en van eventuele andere stukken die op de zaak betrekking hebben.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

Toelichting

 

     Op grond van artikel 26 Wik erkent de minister één instelling als de adviserende instelling voor de beoordeling van de beroepsmatigheid van een kunstenaar die een beroep doet op de Wik. Bij de inwerkingtreding van de Wik is in artikel 50 Wik opgenomen dat de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars als adviserende instelling is erkend. In november 2001 is de Stichting Kunstenaars & Co ¹ opgericht. Deze stichting bundelt de activiteiten van de Stichting Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (VvK), Stichting Scheppende Kunstenaars (SSK) en Stichting Podium Kunstwerk (PKW). Kunstenaars & Co heeft onder andere tot doel de uitvoering van beroepsmatigheidsonderzoeken in het kader van de Wik.
     De Stichting VvK heeft al haar taken en bevoegdheden met ingang van 1 januari 2002 overgedragen aan de Stichting Kunstenaars & Co en heeft de minister om intrekking van de erkenning verzocht. Deze intrekking is in een apart besluit opgenomen. Intrekking van de erkenning brengt met zich mee dat de minister een andere instelling moet erkennen als de adviserende instelling. De Stichting Kunstenaars & Co heeft de minister verzocht om erkend te worden als adviserende instelling als bedoeld in artikel 26 Wik. Dit besluit voorziet in de erkenning van de Stichting Kunstenaars & Co.
     De erkenning van de Stichting Kunstenaars & Co komt tot stand in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.
     Uit de statuten van de Stichting Kunstenaars & Co is gebleken dat de stichting mede tot doel heeft om de taken te vervullen als bedoeld in artikel 26, tweede lid, Wik.
     Feitelijk is sprake van continuering van de bestaande praktijk van de beroepsmatigheidsadvisering onder een andere rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid. Op grond hiervan erkent de minister de Stichting Kunstenaars & Co als adviserende instelling. Op grond van de overdracht per 1 januari 2002 van alle verplichtingen en bevoegdheden aan de Stichting Kunstenaars & Co vindt erkenning met terugwerkende kracht plaats ingaande 1 januari 2002.
     De fusie en de erkenning geeft aanleiding om de financiële verhouding tussen de minister en de stichting nader vast te stellen per 1 januari 2003 ten aanzien van de hoogte van de vergoeding, de wijze waarop deze wordt vastgesteld, de afbakening van de activiteiten die onder de vergoedingsregels vallen en de verplichtingen ten aanzien van de verantwoording van de uitgaven.
     Voor het jaar 2002 zal de financiële vergoedingsregeling gelijk zijn aan die in het jaar 2001.

1. Stichting Kunstenaars & Co, Nieuwe Herengracht 119, postbus 2617, 1000 CP Amsterdam, 0900-5352599 (€|0,10 pm), www.kunstenaarsenco.nl, red.