Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet inburgering nieuwkomers
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2006

 

REGELING  AANWIJZING  BIJZONDERE  CATEGORIEňN  VREEMDELINGEN  TEN  BEHOEVE  VAN  INBURGERING

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2007
(art. 72 Wi)

 
 

19 december 2001, Stcrt. 2001, 247
Inwerkingtreding: 1 januari 2002
(T.a.v. art. 1:1aWin)

 

 

 

 
19 december 2001/CIM2001/n100912
DGOB/DCIM

     De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid;
     Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1ļ, van de Wet inburgering nieuwkomers;

     Besluit

 

 

Art. 1.
Tot de categorie van vreemdelingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder 1ļ, van de Wet inburgering nieuwkomers, worden geestelijke bedienaren aangewezen.

 

Art. 2.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.

 

Art. 3.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing bijzondere categorieŽn vreemdelingen ten behoeve van inburgering.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel
.

 

 

 

TOELICHTING
[19 december 2001]

 

     Bij Wet van 28 juni 2001, houdende wijziging van de Wet inburgering nieuwkomers houdende regels tot aanwijzing van bijzondere categorieŽn vreemdelingen ten behoeve van inburgering [Stb. 2001, 351, red.] is aan de Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid de bevoegdheid toegekend om bijzondere categorieŽn van vreemdelingen aan te wijzen die, ondanks hun in principe tijdelijk verblijf, toch tot inburgering worden verplicht. In de memorie van toelichting bij bovengenoemde wet is aangegeven dat de reden voor het aanwijzen van bijzondere categorieŽn vreemdelingen steeds zal zijn gelegen in het groot maatschappelijke belang dat is gediend bij hun verplichte inburgering.
     In de onderhavige regeling worden geestelijke bedienaren als bijzondere categorie vreemdelingen aangewezen. Als geestelijke bedienaar wordt aangemerkt de vreemdeling aan wie een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend onder een beperking verband houdend met het verrichten van arbeid in loondienst als geestelijk voorganger of godsdienstleraar. De Wet inburgering nieuwkomers is, op grond van de onderhavige regeling, ondanks hun verblijf in Nederland voor een tijdelijk doel, op geestelijke bedienaren van toepassing.
     Het groot maatschappelijk belang dat is gediend bij de inburgering van deze groep vreemdelingen is gelegen in de aard van de functie van geestelijke bedienaren in het algemeen en de doelstellingen van het integratiebeleid etnische minderheden in het bijzonder. De taak van de geestelijke bedienaren beperkt zich veelal niet tot het leiding geven in strikt godsdienstige aangelegenheden en het behandelen van vragen waarvan de taak tot beantwoording direct voortvloeit uit het geestelijk ambt. Zij worden bijvoorbeeld ook met maatschappelijke vragen geconfronteerd die verband houden met het sociaal-economische en sociaal-culturele integratieproces van etnische minderheden. Van geestelijke bedienaren wordt tevens verwacht dat zij steun bieden bij het bepalen van de houding die de achterban ten aanzien van de samenleving zal innemen.
     De aanwijzing in de ministeriŽle regeling betreft alle geestelijke bedienaren, ongeacht de godsdienstige of levensbeschouwelijke richting waartoe zij behoren. Omdat islamitische richtingen in meerderheid vertegenwoordigd zijn onder de etnische minderheden, zal de grootste groep onder de geestelijke bedienaren de inburgering van imams betreffen. Door de aanwijzing in de ministeriŽle regeling kan van elke geestelijke bedienaar, zoals bijvoorbeeld ook een rabbijn en een priester, gevergd worden dat hij gedurende het eerste jaar van zijn verblijf in Nederland een inburgeringsprogramma als voorzien in de Wet inburgering nieuwkomers doorloopt.
     Om de hiervoor beschreven rol goed te kunnen vervullen, is het wenselijk dat de geestelijke bedienaren de Nederlandse taal, in een aan hun functie aangepaste wijze, beheersen. Verder is het wenselijk dat zij kennis nemen van andere, in Nederland bestaande godsdienstige en levensbeschouwelijke stromingen en opvattingen. Ten slotte is kennis van de Nederlandse samenleving en de vigerende wet- en regelgeving van belang. In het inburgeringsprogramma voor geestelijke bedienaren zal dan ook een aantal modules worden aangeboden die meer specifiek op hun functie zijn toegesneden. De Wet inburgering nieuwkomers biedt daarvoor de ruimte.

 

De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel
.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Win | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x