Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
31-12-2004   Intrekking Stcrt. 2004, 247 Stcrt. 2004, 247
02-08-2002 01-01-2002 Nieuwe regeling Stcrt. 2002, 143 Stcrt. 2002, 143

 

 

16 juli 2002/BVE/B/2002/19743

     De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
     Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 24, vierde lid, van de Wet inburgering nieuwkomers ¹ juncto artikel 2 van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers;

1. Volgens de redactie dient "artikel 24, vierde lid," te worden vervangen door: artikel 16.

     Besluit:

 

 

Art. 1.
-1. De rijksbijdragen, zoals voor het jaar 2002 vastgesteld overeenkomstig artikel 2 van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers en bekendgemaakt in de publicatie van 7 september 2001, kenmerk CFI/FTO/TBV-2001/99863N (Uitleg OCW-Regelingen 2001, nr. 22), worden opnieuw berekend overeenkomstig artikel 2, derde lid, van dat besluit en vastgesteld volgens de bijlage bij dit besluit.
-2. Bij de berekening, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgegaan van de gegevens omtrent het aantal verklaringen en beschikkingen, zoals die blijken uit de verklaringen omtrent de getrouwheid, afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

 

Art. 2.
Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de derde dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze regeling is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002.

 

Art. 4.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling herziening rijksbijdrage inburgering nieuwkomers 2002.

 

 

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
L.M.L.H.A. Hermans
.

 

 

 

TOELICHTING
[16 juli 2002]

 

Berekening rijksbijdragen volgens het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers


     De middelen voor inburgering van nieuwkomers worden volgens het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers verdeeld aan de hand van de prestaties van gemeenten in een voorafgaand jaar (t-2-systematiek). De prestaties worden gemeten aan de hand van het aantal door de gemeenten afgegeven beschikkingen omtrent een inburgeringsprogramma en het aantal door de educatieve instellingen afgegeven verklaringen dat het educatieve deel van het inburgeringsprogramma is afgerond en dat de toets is afgelegd (artikel 2, eerste lid, van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers). De bijdrage voor een gemeente is gerelateerd aan haar aandeel in het landelijke aantal beschikkingen en verklaringen. De bijdragen voor de gemeenten worden berekend op basis van de gegevens die door de gemeenten worden aangeleverd, nog voordat deze zijn geverifieerd door accountants. Als vervolgens uit de accountantsverklaring blijkt dat er minder beschikkingen en/of verklaringen waren dan door de gemeente zijn opgegeven, wordt de rijksbijdrage lager vastgesteld. Als er echter meer verklaringen of beschikkingen blijken te zijn geweest, kan geen nabetaling plaatsvinden; het inburgeringsbudget is immers al verdeeld.

 

Uitwerking rijksbijdrage 2002


     Evenals dat het geval was bij de vaststelling van de rijksbijdragen voor 2000 en 2001 is ook ten aanzien van de rijksbijdragen voor 2002 gebleken dat de gemeenten grote problemen hebben gehad met deze werkwijze. Bij de accountantscontrole in het jaar 2001 is wederom gebleken dat de gegevens die door de gemeenten waren aangeleverd en op basis waarvan de rijksbijdragen voor 2002 zijn vastgesteld, veel onjuistheden bevatten. De oorspronkelijke berekening van de bijdragen blijkt dan ook te berusten op een in grote mate van de realiteit afwijkend beeld.
     Onverkorte toepassing van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers zou betekenen dat er een groot bedrag moet worden teruggevorderd, terwijl er geen nabetaling kan geschieden aan gemeenten, die daar op basis van de correcte cijfers wel recht op zouden hebben gehad. Het betekent ook dat een groot deel van het inburgeringsbudget onbenut zou moeten blijven.
     Een goede invoering van de Wet inburgering nieuwkomers en de daarop berustende regels met betrekking tot de bekostiging vergt dan ook dat de berekening van de rijksbijdragen opnieuw geschiedt, en wel op basis van de door de accountants geverifieerde cijfers. De nieuwe berekening leidt ertoe dat geen enkele gemeente een lagere bijdrage ontvangt dan bij onverkorte toepassing van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers het geval zou zijn (ook niet die gemeenten bij wie geld teruggevorderd moet worden), terwijl een groot aantal gemeenten een hogere bijdrage ontvangt. Dit is het gevolg van het feit dat de landelijke cijfers omtrent beschikkingen en verklaringen lager blijken te liggen dan die waarvan bij de oorspronkelijke berekening was uitgegaan, zodat bij hernieuwde berekening het bedrag per beschikking en verklaring - bij gelijkblijvend budget - hoger komt te liggen.

 

Aanpassing Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers


     Het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers is inmiddels gewijzigd, waardoor in de toekomst soortgelijke problemen voorkomen kunnen worden. Het gewijzigde besluit regelt dat de bekostigingsgegevens en de daarop betrekking hebbende accountantsverklaring worden ingediend vóór 1 juli (was 1 februari voor de bekostigingsgegevens en 1 november voor de accountantsverklaring). Door de wijziging wordt niet alleen bereikt dat de rijksbijdrage in september kan worden vastgesteld op basis van door de accountant geverifieerde gegevens, maar ook dat burgemeester en wethouders meer tijd hebben voor de indiening van de gegevens. Gemeenten die niet tijdig aan deze verplichting hebben voldaan, worden in de gelegenheid gesteld de bedoelde gegevens binnen drie weken alsnog te verstrekken. Voor gemeenten die ook hier niet aan voldaan hebben, wordt de rijksbijdrage vastgesteld op basis van 50% van de beschikkingen en verklaringen van het voorafgaande jaar. Als deze gemeenten vóór 1 januari de gegevens nog steeds niet hebben verstrekt, wordt de rijksbijdrage ingetrokken. De desbetreffende gemeente ontvangt in dat geval geen gelden uit het landelijk budget voor de inburgering van nieuwkomers. De gemeente kan dit voorkomen door vóór 1 januari alsnog de benodigde bekostigingsgegevens (voorzien van een accountantsverklaring) te verschaffen. Dan wordt nog wel bezien of de vastgestelde rijksbijdrage in overeenstemming is met de bekostigingsgegevens. Anders wordt de rijksbijdrage verlaagd.
     De wijziging van het Bekostigingsbesluit is bekendgemaakt in Staatsblad 2001, 576.

 

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,
L.M.L.M.A. Hermans
.

 

 

[Zie voor de bijlage Staatscourant 2002, 143, red.]