Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2006   Intrekking Stcrt. 2005, 249 Stcrt. 2005, 249
01-01-2004   Nieuwe regeling Stcrt. 2003, 252 Stcrt. 2003, 252

 

 

REGELING van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie van 19 december 2003,  nr. DDS 526 0769

     De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie;
     Gelet op artikel 6 van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
Het schriftelijk verslag, bedoeld in artikel 6 van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers, wordt ingericht overeenkomstig de vragenlijst in de bij deze regeling behorende bijlage.

 

Art. 2.
De Regeling gemeentelijk verslag inburgeringsactiviteiten wordt ingetrokken.

 

Art. 3.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2004.

 

Art. 4.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inhoudelijk verslag nieuwkomers 2004.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting en met de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

 

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
M.C.F. Verdonk
.

 

 

 

TOELICHTING
[19 december 2003]

 

     Op grond van artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers en het daarop gebaseerde Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers ontvangen gemeenten jaarlijks een rijksbijdrage ten behoeve van de inburgering van nieuwkomers.
     Artikel 6 van genoemd besluit bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders jaarlijks vóór 1 juli van het jaar volgend op het jaar waarvoor de rijksbijdrage is verstrekt, aan Onze Minister een schriftelijk verslag zendt over de activiteiten waarvoor de rijksbijdrage is verstrekt. Voorts bepaalt artikel 6 dat bij ministeriële regeling voorschriften worden gegeven voor de inrichting van het verslag. Deze regeling strekt daartoe.
     De wijziging van de vragenlijst ten opzichte van voorgaande jaren is het gevolg van de harmonisering van de gemeentelijke rapportages over inburgering. Vanaf 2005 zullen gemeenten geïntegreerd rapporteren over oudkomers en nieuwkomers middels de monitor inburgering. De vragen die nu in 2004 over nieuwkomers worden gesteld, zijn dezelfde vragen die in de monitor inburgering over 2005 worden gesteld. Gemeenten doen op deze manier al ervaring op met de vragenlijst voordat de monitor inburgering integraal wordt gebruikt.
     Daarnaast is de onderhavige vragenlijst een vereenvoudiging ten opzichte van de vragenlijst van voorgaande jaren. Dit draagt bij aan de verlichting van de administratieve lasten voor gemeenten en zal naar verwachting de kwaliteit van de gemeentelijke rapportages doen toenemen.
     Gelet hierop wordt de Regeling gemeentelijk verslag inburgeringsactiviteiten ingetrokken.
     In artikel 1, eerste lid, onderdeel b van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers staat dat met "Onze Minister" wordt bedoeld: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor zover het betreft de rijksbijdrage voor educatieve programma’s, bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, en Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, voor zover het betreft de rijksbijdrage, bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers.
     Met ingang van 1 januari 2003 heeft echter een herverdeling van ministeriële taken plaatsgevonden.
     Op grond van het Koninklijk besluit van 28 oktober 2002, houdende de herindeling van de ministeriële taak met betrekking tot het verstrekken van de rijksbijdragen aan gemeenten ten behoeve van de inburgering van nieuwkomers en oudkomers is de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie belast met:
a. het aan de gemeenten verstrekken van een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 2.3.1, tweede lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs voor zover deze taak vóór 1 januari 2003 was opgedragen aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
b. het aan de gemeenten verstrekken van een rijksbijdrage als bedoeld in artikel 16 van de Wet inburgering nieuwkomers voor zover deze taak vóór 1 januari 2003 was opgedragen aan Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
     In artikel 1, eerste lid, onderdeel b, en in alle andere artikelen van het Bekostigingsbesluit inburgering nieuwkomers dient op grond van het genoemde koninklijk besluit "Onze Minister" te worden gelezen als: Onze Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. Gelet hierop wordt deze ministeriële regeling vastgesteld door de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie.

 

De Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,
M.C.F. Verdonk
.

 

 

[Zie voor de bijlage Staatscourant 2003, 252, red.]