Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2007   Intrekking Stb. 2006, 625 Stb. 2006, 645
30-09-1998   Nieuwe regeling Stcrt. 1998, 183 Stb. 1998, 533

 

 

17 september 1998/nr. CIM98/50331
Directie Coördinatie Integratiebeleid Minderheden

     De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid;
     Handelende in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en na overleg met de desbetreffende Minister van de Nederlandse Antillen en de desbetreffende Minister van Aruba;
     Gelet op artikel 1, eerste lid, onderdeel c, en artikel 1, tweede lid, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers;

     Besluit:

 

 

Art. 1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. besluit: Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers;
b. Landsverordening Nederlandse Antillen: Landsverordening voortgezet onderwijs van de Nederlandse Antillen;
c. Landsverordening Aruba: Landsverordening voortgezet onderwijs van Aruba.

 

Art. 2.
Het overzicht Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse opleidingen, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, wordt als volgt vastgesteld:
a. een opleiding voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in respectievelijk de artikelen 7, 8, 9 en 15 van de Landsverordening Nederlandse Antillen, die door de nieuwkomer is afgesloten met een diploma, voor zover voor het vak Nederlandse taal op de cijferlijst behorend bij het diploma een voldoende is vermeld;
b. een opleiding voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs, middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of middelbaar beroepsonderwijs, bedoeld in respectievelijk de artikelen 7, 8, 9 en 15 van de Landsverordening Aruba, die door de nieuwkomer is afgesloten met een diploma, voor zover voor het vak Nederlandse taal op de cijferlijst behorend bij het diploma een voldoende is vermeld;
c. een gedeeltelijke opleiding voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of een gedeeltelijke opleiding hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in respectievelijk de artikelen 7 en 8 van de Landsverordening Nederlandse Antillen, die door de nieuwkomer is gevolgd en op basis waarvan de nieuwkomer een verklaring als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Landsverordening Nederlandse Antillen heeft ontvangen waaruit een onvoorwaardelijke bevordering naar het vierde jaar van het eerder genoemde voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of het eerder genoemde hoger algemeen voorgezet onderwijs blijkt en waarbij tevens uit het overgangsrapport, behorende bij de onvoorwaardelijke bevordering, blijkt dat een voldoende voor het vak Nederlandse taal is behaald;
d. een gedeeltelijke opleiding voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of een gedeeltelijke opleiding hoger algemeen voortgezet onderwijs, bedoeld in respectievelijk de artikelen 7 en 8 van de Landsverordening Aruba, die door de nieuwkomer is gevolgd en op basis waarvan de nieuwkomer een verklaring als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Landsverordening Aruba heeft ontvangen waaruit een onvoorwaardelijke bevordering naar het vierde jaar van het eerder genoemde voorbereidend wetenschappelijk onderwijs of het eerder genoemde hoger algemeen voorgezet onderwijs blijkt en waarbij tevens uit het overgangsrapport, behorende bij de onvoorwaardelijke bevordering, blijkt dat een voldoende voor het vak Nederlandse taal is behaald.

 

Art. 3.
Indien het college van burgemeester en wethouders bij de ontheffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering nieuwkomers vergelijking van diploma’s als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het besluit toepast, vraagt het college van burgemeester en wethouders advies aan een instantie die deskundig is ter zake van de vergelijking van het niveau van beheersing en kennis van de Nederlandse taal op grond van de desbetreffende diploma’s.

 

Art. 4.
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het besluit in werking treedt.

 

Art. 5.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling overzicht Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse opleidingen en diplomavergelijking Nederlandse nieuwkomers.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant en in de Uitleg OCW-regelingen worden geplaatst.

 

De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel
.

 

 

 

TOELICHTING
[17 september 1998]

 

     Het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers bepaalt in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, dat bij ministeriële regeling een overzicht wordt vastgesteld van Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse opleidingen. Deze regeling strekt hiertoe. De in het overzicht opgenomen (gedeeltelijke) opleidingen geven recht op ontheffing van de inburgeringsplicht aan Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers. Indien een Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse nieuwkomer kan aantonen dat hij een diploma of verklaring bezit als bedoeld in artikel 2 van deze regeling, ontheft het college van burgemeester en wethouders de Nederlands-Antilliaanse of Arubaanse nieuwkomer, op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Wet inburgering nieuwkomers, op zijn verzoek van de plicht tot melding voor inburgering.
     In het overzicht is opgenomen een diploma VWO, HAVO, MAVO, of MBO (vergelijkbaar in het Nederlandse stelsel met het diploma beroepsonderwijs beroepsopleidende leerweg), waarbij dient te worden aangetoond dat bij het examen een voldoende is behaald voor het vak Nederlandse taal.
     Een voldoende voor het vak Nederlandse taal bij de genoemde examens dient te worden aangetoond door het overleggen van de bij het diploma behorende cijferlijst.
     Tevens is in het overzicht opgenomen een verklaring waaruit onvoorwaardelijke bevordering naar het vierde jaar van het VWO of het HAVO blijkt en waarbij dient te worden aangetoond dat in het derde jaar van het VWO of het HAVO een voldoende voor het vak Nederlandse taal is behaald. Een voldoende voor het vak Nederlandse taal bij de genoemde onvoorwaardelijke bevordering dient te worden aangetoond door het overleggen van het bij die bevordering behorende overgangsrapport.
     Op grond van artikel 33, eerste lid, van de Landsverordening Nederlandse Antillen en op grond van artikel 33, eerste lid, van de Landsverordening Aruba betreft het een verklaring waarin in ieder geval wordt vermeld het tijdstip waarop de leerling de school verlaat en het leerjaar waartoe hij laatstelijk onvoorwaardelijk was bevorderd. De verklaring wordt door het bevoegd gezag of namens het bevoegd gezag door de rector of de directeur ondertekend. Het tweede lid van genoemde artikelen bepaalt dat de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen het model van de verklaring vaststelt.
     Ter ondersteuning van de gemeenten, die de betreffende diploma’s en verklaringen moeten kunnen herkennen, zal, in aanvulling op deze regeling, een lijst worden opgesteld met namen en adressen van middelbare scholen die op de Antillen en op Aruba voorkomen. Deze lijst zal aan de gemeenten worden gezonden. Indien nodig zal deze lijst jaarlijks worden geactualiseerd.
     Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers die in het bezit zijn van een ander diploma, certificaat of document dan de diploma’s en de verklaringen die in het op grond van deze regeling vastgestelde overzicht zijn opgenomen, kunnen eveneens ontheffing vragen van de plicht tot melding voor inburgering. Het college van burgemeester en wethouders zal dan op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers het betreffende diploma, certificaat of document vergelijken met een diploma, certificaat of document aan de hand waarvan met betrekking tot de beheersing van de Nederlandse taal is vastgesteld dat het niveau ten minste overeenkomt met het niveau van een diploma verkregen op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal als bedoeld in artikel 16, vierde lid, van het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal of een diploma als bedoeld in artikel 7.4.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. Het college van burgemeester en wethouders kan daarbij gebruik maken van instanties voor diplomavergelijking, maar kan ook zelf een beoordeling uitvoeren. Dit laatste zal bijvoorbeeld het geval zijn indien het gaat om een bekend diploma of een diploma waarvan al is vastgesteld of het diploma voldoet aan bovengenoemd niveau. Indien het college van burgemeester en wethouders bepaalt dat het betreffende diploma, certificaat of document voldoet aan het bedoelde niveau, wordt de Antilliaanse of Arubaanse nieuwkomer eveneens ontheven van de plicht tot melding. Voldoen genoemde documenten niet, dan moet de betreffende nieuwkomer zich alsnog melden voor inburgering.
     Bij Nederlands-Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers die niet de diploma’s, bedoeld in deze regeling, hebben behaald of niet onvoorwaardelijk zijn bevorderd naar het vierde jaar HAVO of het vierde jaar VWO, kan niettemin sprake zijn van een voldoende beheersing van de Nederlandse taal om ontheffing te verkrijgen van inburgering op grond van het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers.
     Het college van burgemeester en wethouders is op grond van dat besluit bevoegd te beoordelen of het taalniveau van de betrokkene ten minste overeenkomt met het niveau van een diploma verkregen op grond van een staatsexamen Nederlands als tweede taal of een diploma op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs (artikel 7.4.6). Ook in dit geval kan het college van burgemeester en wethouders daarbij gebruik maken van instanties voor diplomavergelijking, maar kan ook zelf een beoordeling uitvoeren.
     Zoals is gesteld, is voor de beoordeling van het college van burgemeester en wethouders primair van belang het niveau van beheersing van de Nederlandse taal. Voor het beoordelen daarvan zijn behalve de in deze regeling genoemde diploma’s en verklaringen geen algemeen geldende en geautoriseerde documenten aan te wijzen. Het college van burgemeester en wethouders is derhalve bevoegd, op grond van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers, gelet op de behaalde onderwijsresultaten van betrokkene een oordeel te geven aan de hand van andere bewijsstukken die voor dit doel dienstig kunnen zijn.
     Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers die met gunstig gevolg een landsexamen hebben afgelegd als bedoeld in artikel 57, eerste lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs van de Nederlandse Antillen en in artikel 57, eerste lid, van de Landsverordening voortgezet onderwijs van Aruba, ontvangen op basis hiervan eveneens een diploma VWO, HAVO of MAVO of MBO. De op deze wijze verkregen diploma’s, waarbij eveneens dient te worden aangetoond dat een voldoende voor het vak Nederlandse taal is behaald, behoren ook tot de diploma’s, bedoeld in artikel 2, onderdeel a en b, van deze regeling.
     Aan de in artikel 1, tweede lid, van het Besluit opleidingseisen Nederlandse nieuwkomers opgenomen verplichting voor de Ministers van Binnenlandse Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen om regels te geven voor de vergelijking van diploma’s door het college van burgemeester en wethouders, wordt in artikel 3 van deze regeling in die zin uitvoering gegeven dat het college van burgemeester en wethouders bij de uitvoering van de diplomavergelijking zelf kunnen bepalen of, en zo ja, welke instantie of instanties om advies worden gevraagd.
     Bij de instanties die het college van burgemeester en wethouders kan inschakelen, kan onder meer worden gedacht aan de stichting COLO (Stichting Centraal Orgaan van de Landelijke Opleidingsorganen van het Bedrijfsleven), de IB-Groep (Informatie Beheer Groep), genoemd in de Wet verzelfstandiging Informatiseringsbank, de stichting NUFFIC en de AOB’s (Adviesbureaus voor Opleiding en Beroep).
     Het COLO is werkzaam op het terrein van het beroepsonderwijs en voert onder meer taken uit op grond van diplomavergelijking en waardering zoals bedoeld in artikel 7.4.7 van de Wet educatie en beroepsonderwijs. De stichting NUFFIC is werkzaam op het terrein van diplomavergelijking in het hoger onderwijs (universitair en hoger beroepsonderwijs). De IB-Groep verricht onder meer diplomavergelijking op het terrein van het voortgezet onderwijs. AOB’s verrichten op het gehele terrein van het onderwijs bepaalde gespecialiseerde activiteiten met betrekking tot diplomavergelijking en waardering.

 

De Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel
.