Geschiedenis van dit besluit:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2005   Intrekking Stb. 2003, 376 Stb. 2003, 386
01-11-1998   Nieuwe regeling Stb. 1998, 330 Stb. 1998, 599

 

 

BESLUIT van 28 mei 1998, houdende regels over de hoogte van de boete ingevolge de Wet inburgering nieuwkomers (Boetebesluit inburgering nieuwkomers)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 12 februari 1998, nr. CIM98/239, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op artikel 18, zevende lid, van de Wet inburgering nieuwkomers;
     De Raad van State gehoord (advies van 3 april 1998, nr. W04.98.0053);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 22 mei 1998, nr. CIM98/790, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. 1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet inburgering nieuwkomers;
b. bestuurlijke boete: de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de wet.

 

Art. 2.
Het college van burgemeester en wethouders neemt bij toepassing van artikel 18, eerste lid, van de wet de bepalingen van dit besluit in acht, onverminderd artikel 18, tweede en vierde lid, van de wet.

 

Art. 3.
-1. De bestuurlijke boete bedraagt 20 procent van de voor de nieuwkomer geldende bijstandsnorm, genoemd in hoofdstuk IV, afdeling 1, paragraaf 2, van de Algemene bijstandswet, nadat deze bijstandsnorm voor een belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is eerst is verhoogd met de toeslag, genoemd in artikel 33, tweede lid, van die wet.
-2. Indien de nieuwkomer geen belanghebbende in de zin van de Algemene bijstandswet is, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van de bijstandsnorm die voor hem zou gelden in het geval hij wel belanghebbende zou zijn.

 

Art. 4.
Bij herhaling van een gedraging die in strijd met de artikelen 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 9, eerste lid, 10, derde lid, of 12, eerste lid, van de wet is, binnen twaalf maanden nadat aan de nieuwkomer ter zake van die gedraging een bestuurlijke boete is opgelegd, bedraagt de bestuurlijke boete 40 procent van de in artikel 3 bedoelde bijstandsnorm, verhoogd met de in dat artikel bedoelde toeslag.

 

Art. 5.
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹

1. Bij Besluit van 9 oktober 1998, Stb. 1998, 599, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 november 1998, red.

 

Art. 6.
Dit besluit wordt aangehaald als: Boetebesluit inburgering nieuwkomers.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 28 mei 1998

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal

 

Uitgegeven de elfde juni 1998
De Minister van Justitie,
W. Sorgdrager

 

 

 

NOTA  VAN  TOELICHTING
[28 mei 1998]

 

Algemeen

 

     In artikel 18, zevende lid, van de Wet inburgering nieuwkomers (Win) is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot de hoogte van de bestuurlijke boete die bij niet-nakoming van één van de in die bepaling bedoelde verplichtingen aan de betrokken nieuwkomer wordt opgelegd. Dit besluit strekt hiertoe. De bestuurlijke boete kan door het college van burgemeester en wethouders aan de nieuwkomer worden opgelegd indien hij in strijd handelt met één van de volgende verplichtingen:
- zich melden voor een inburgeringsonderzoek (artikel 2 Win);
- verlenen van medewerking aan het inburgeringsonderzoek (artikel 4, vierde lid, Win);
- zich laten inschrijven bij een educatie-instelling (artikel 8 Win);
- aanwezig zijn bij alle onderdelen van het voor hem vastgestelde educatief programma, daaronder begrepen het afleggen van een toets (artikel 9, eerste lid, en artikel 10, derde lid, Win);
- verlenen van medewerking aan de overige onderdelen van het voor hem vastgestelde inburgeringsprogramma (artikel 12, eerste lid, Win).

     Indien een bijstandsgerechtigde nieuwkomer bedoelde verplichtingen niet of in onvoldoende mate nakomt, zal het college van burgemeester en wethouders hem veelal een administratieve maatregel in de zin van de Algemene bijstandswet (Abw) opleggen. Hiermee wordt aangesloten bij de huidige praktijk. Ingeval een maatregel is opgelegd, mag het college ingevolge artikel 18, vijfde lid, van de Win ten aanzien van dezelfde gedraging geen boete meer opleggen.
     Het voldoen aan de inburgeringsverplichtingen is aan te merken als een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen activiteit ter bevordering van de zelfstandige bestaansvoorziening als bedoeld in artikel 113, eerste lid, onderdeel g, van de Abw. De hoogte en duur van de administratieve maatregelen die het college van burgemeester en wethouders dient op te leggen, zijn genormeerd in het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz. Het niet nakomen van bedoelde activiteit kan worden beschouwd als een gedraging in de derde categorie als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel b, van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz. In artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van laatstgenoemd besluit wordt een korting op de bijstand wegens een gedraging van de derde categorie vastgesteld op 20% van de bijstand gedurende één maand.
     Deze normering in het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz laat onverlet dat de gemeenten in alle gevallen blijven gehouden om de maatregel af te stemmen op de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden van de nieuwkomer (zie artikel 2 van het laatstgenoemde besluit).

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikel 2

     De hoogte van de bestuurlijke boete is in dit besluit neergelegd. Het college van burgemeester en wethouders dient echter, op grond van artikel 18, tweede lid, van de Win, in een concreet geval de hoogte van de bestuurlijke boete af te stemmen op de ernst van het feit, de omstandigheden waarin de nieuwkomer verkeert en de mate van verwijtbaarheid. Met deze systematiek wordt aangesloten bij het eerder genoemde artikel 2 van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz.

 

Artikel 3

     Uitgangspunt van de onderhavige algemene maatregel van bestuur is dat aan een nieuwkomer, in het geval dat hij in strijd handelt met één van bovengenoemde verplichtingen, een bestuurlijke boete zal worden opgelegd die dezelfde hoogte heeft als het bedrag dat hem aan bijstand zou worden geweigerd indien hij bijstandsgerechtigd zou zijn geweest.
     In dit artikel wordt dan ook aangesloten bij de normbedragen van de bijstand die de nieuwkomer naar de maatstaf van de Abw had kunnen krijgen. In de meeste gevallen zal een bestuurlijke boete worden opgelegd aan een nieuwkomer die niet bijstandsgerechtigd is.
     Voor de hoogte van de bestuurlijke boete van 20% van de bedoelde normbedragen is, zoals al in het algemeen deel van deze toelichting is gesteld, aangesloten bij een korting van 20% van de bijstand bij gedragingen van de derde categorie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c, van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz.
     Op grond van artikel 3, derde lid, onderdeel b, van ditzelfde besluit is een gedraging van de derde categorie: het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding, dan wel aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen.

 

Artikel 4

     Het kan zich voordoen dat een nieuwkomer herhaaldelijk een verplichting ingevolge de artikelen 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 9, eerste lid, 10, derde lid, of 12, eerste lid, van de Win niet nakomt, met als gevolg dat aan hem telkenmale een bestuurlijke boete moet worden opgelegd.
     In afwijking van artikel 3 bedraagt bij herhaling van de verwijtbare gedraging, binnen een tijdvak van twaalf maanden nadat aan de nieuwkomer laatstelijk ter zake van die gedraging een bestuurlijke boete is opgelegd, de bestuurlijke boete 40% van de in artikel 3 bedoelde bijstandsnorm. Deze verdubbeling komt overeen met de strekking van artikel 5, tweede lid, van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz, waarin eveneens een verdubbeling van de op te leggen maatregel is neergelegd.
     In laatstgenoemd artikel 5, tweede lid, betreft het een verdubbeling van de periode van weigering van de bijstand.
     Indien de maatregel een verdubbeling van 20% (dus 40%) van weigering van de bijstand in één periode zou betreffen, zou hierdoor de betrokkene een resterende bijstandsuitkering ontvangen die minder is dan het bestaansminimum. Het is echter zeer ongebruikelijk om een bestuurlijke boete op te leggen in termijnen. Wel kan veelal bij de invordering van de bestuurlijke boete een betalingsregeling worden getroffen. Op deze wijze kan eveneens rekening worden gehouden met de inkomenspositie van de betrokkene, zodat ook zijn inkomen in een bepaalde periode niet minder is dan het bestaansminimum.

 

Artikel 5

     In het zevende lid van artikel 18 van de Win is bepaald dat de onderhavige algemene maatregel van bestuur niet eerder in werking treedt dan acht weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Tevens is bepaald dat van de plaatsing onverwijld mededeling dient te worden gedaan aan de beide kamers der Staten-Generaal.
     Volgens de toelichting bij aanwijzing 37 van de Aanwijzingen voor de regelgeving verdient het in dit geval de voorkeur niet reeds in de betrokken algemene maatregel van bestuur zelf de datum van inwerkingtreding vast te leggen. Dit zou tot problemen kunnen leiden indien de Staten-Generaal bedenkingen blijken te hebben die het kabinet wil overnemen. Gelet hierop zal de inwerkingtreding van het onderhavige besluit bij koninklijk besluit worden geregeld.

 

De Minister van Binnenlandse Zaken,
H.F. Dijkstal