Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2004   Intrekking Stb. 2003, 376 Stb. 2003, 386
04-12-2002   Wijziging Stcrt. 2002, 232 Stcrt. 2002, 232
01-01-2002   Wijziging Stcrt. 2001, 246 Stcrt. 2001, 246
01-07-2001   Wijziging Stcrt. 2001, 71 Stcrt. 2001, 71
01-01-1999   Wijziging Stcrt. 1998, 244 Stcrt. 1998, 244
01-07-1998   Wijziging Stcrt. 1998, 119 Stcrt. 1998, 119
  Nieuwe regeling Stcrt. 1998, 48 Stcrt. 1998, 48

 

 

REGELING houdende regels inzake de informatievoorziening van gemeenten aan het Rijk in verband met de uitvoering van de Wet inschakeling werkzoekenden (Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden)

10 maart 1998/nr. A&O/98/466
Directie Analyse & Onderzoek

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 21, tweede lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet inschakeling werkzoekenden;
b. de minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
c. werkervaringsplaats: een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet;
d. scholings- en activeringsbudget: het bedrag, bedoeld in artikel 14, tweede lid, onderdeel c, van de wet.

 

Art. 2. Structurele verstrekking persoonsgegevens
-1. Het gemeentebestuur registreert over elk halfjaar ten behoeve van de uitvoering van artikel 21 van de wet de in bijlage 1 bij deze regeling opgenomen gegevens ten aanzien van personen met een dienstbetrekking of werkervaringsplaats die op enig moment in het betreffende halfjaar zijn vervuld.
-2. Het gemeentebestuur registreert over elk halfjaar ten behoeve van de uitvoering van artikel 21 van de wet de in bijlage 2 bij deze regeling opgenomen gegevens ten aanzien van personen:
a. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar is ingezet;
b. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar niet is ingezet, doch die personen jongeren zijn;
c. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar niet is ingezet, doch die personen uitkeringsgerechtigde van 23 jaar of ouder zijn voor zover zij geen andere uitkering ontvangen dan op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet, beschikbaar zijn voor arbeid voor ten minste 12 uur per week; en
1º. voor de gemeenten, genoemd in bijlage 3, onderdeel A, op of na 1 juli 2001, voor de gemeenten, genoemd in bijlage 3, onderdeel B, op of na 1 januari 2002 en voor de gemeenten die niet zijn genoemd in bijlage 3 op of na 1 januari 2004, zich als werkloos werkzoekende hebben ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen; en
2º. op dat tijdstip nog geen langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet zijn;
d. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar niet is ingezet, doch die personen:
1º. zich als werkloos werkzoekende hebben ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen en nadien, voor de gemeenten, genoemd in bijlage 3, onderdeel A, op of na 1 juli 2001, voor de gemeenten, genoemd in bijlage 3, onderdeel B, op of na 1 januari 2002 en voor de gemeenten die niet zijn genoemd in bijlage 3 op of na 1 januari 2004, uitkeringsgerechtigde van 23 jaar of ouder zijn geworden voor zover zij geen andere uitkering ontvangen dan op grond van de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers of de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, beschikbaar zijn voor arbeid voor ten minste 12 uur per week; en
2º. op het tijdstip waarop zij uitkeringsgerechtigde zijn geworden nog geen langdurig werkloze als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel e, van de wet zijn;
e. waarvoor het scholings- en activeringsbudget in het betreffende halfjaar niet is ingezet, doch die personen als werkzoekende zijn geregistreerd bij de Centrale organisatie werk en inkomen in de fase 2, 3 of 4, bedoeld in artikel 2.1 van de Regeling SUWI, en die geen uitkeringsgerechtigde of langdurig werkloze zijn en ten minste voor 12 uur per week beschikbaar zijn voor arbeid, en voor de gemeenten, genoemd in bijlage 3, onderdeel A en B, op of na 1 januari 2002 en voor de gemeenten die niet zijn genoemd in bijlage 3 op of na 1 januari 2004, zich als werkloos werkzoekende hebben ingeschreven bij de Centrale organisatie werk en inkomen.
-3. De in het eerste en tweede lid bedoelde persoonsgegevens worden telkenmale binnen zes weken na afloop van elk halfjaar door het gemeentebestuur rechtstreeks verstrekt aan een door de minister aangewezen bewerker. Als bewerker van de in bijlage 1 opgenomen gegevens is aangewezen EIM ¹ te Zoetermeer. Als bewerker van de in bijlage 2 opgenomen gegevens is aangewezen Research voor Beleid BV te Leiden.
-4. Het gemeentebestuur verstrekt de in het eerste en tweede lid bedoelde persoonsgegevens op een door de onderscheiden bewerkers, bedoeld in het derde lid, te bepalen wijze.

1. Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf, red.

 

Art. 3. Bewerker
-1. De bewerkers verstrekken de persoonsgegevens op een door de minister te bepalen wijze.
-2. Door de bewerkers worden geen persoonsgegevens of verwerkte persoonsgegevens aan derden verstrekt, behoudens in opdracht van de minister.

 

Art. 3a. Overgangsbepaling verstrekking gegevens bijlage 2
De in bijlage 2 opgenomen gegevens, bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden door de gemeenten:
a. die zijn genoemd in onderdeel A van bijlage 3 bij deze regeling voor het eerst ingediend uiterlijk binnen zes weken na afloop van het tweede halfjaar van 2001;
b. die zijn genoemd in onderdeel B van bijlage 3 bij deze regeling voor het eerst ingediend uiterlijk binnen zes weken na afloop van het eerste halfjaar van 2002; en
c. die niet zijn genoemd in onderdeel A of B van bijlage 3 bij deze regeling voor het eerst ingediend uiterlijk binnen zes weken na afloop van het eerste halfjaar van 2004.

 

Art. 4. Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 1998.
-2. De bij deze regeling behorende bijlage ligt ter inzage bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

Art. 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.¹

1. Bijlagen 1 en 2 liggen met ingang van 1 januari 2002 ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van SZW (Stcrt. 2001, 246). Bijlage 3 is onderaan deze pagina geplaatst, red.

 

’s-Gravenhage, 10 maart 1998.
De Minister voornoemd,
A.P.W. Melkert
.

 

 

 

TOELICHTING
[10 maart 1998]

 

Algemeen

 

     Met de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) krijgen de gemeenten een grotere verantwoordelijkheid voor de inzet van instrumenten om - naargelang de plaatselijke omstandigheden en lokale beleidskeuzen - de arbeidsmogelijkheden van werkzoekenden te vergroten. De gemeenten wordt daartoe niet alleen een grotere beleidsvrijheid geboden, maar ook een aanzienlijk budget ter beschikking gesteld.
     Beide partijen - de gemeenten bij wie de nadere invulling en uitvoering van de wetgeving berust en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die aanspreekbaar is voor het landelijke beleidskader - dienen inzicht te kunnen geven in en verantwoording te kunnen afleggen over de wijze waarop de Wiw wordt toegepast en wat de effecten daarvan zijn, met name of de beoogde resultaten daadwerkelijk worden gerealiseerd.
     De statistische informatievoorziening speelt hierbij een belangrijke rol. Gebaseerd op de gegevens die de gemeenten bij de uitvoering van de wet verkrijgen en in de administraties vastleggen, is dit het primair aangewezen kanaal waarlangs informatie ter beschikking kan komen over de groepen die met de Wiw worden bereikt, over de instrumenten die daadwerkelijk zijn toegepast en - door een verbinding te leggen met andere relevante statistische gegevensbronnen - over de resultaten daarvan.
     In artikel 21 van de Wiw wordt aan gemeentebesturen de verplichting opgelegd om de minister deze statistische gegevens te verstrekken. Deze regeling is daarvan een uitwerking.

 

Reikwijdte


     Deze regeling bestrijkt slechts een deel van de beleidsinformatie die door de gemeenten aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wordt verstrekt ten aanzien van de toepassing van de Wiw.
     De met deze regeling vastgestelde statistiek beperkt zich tot de toepassing van de Wiw bij degenen met een dienstbetrekking of werkervaringsplaats. Als de Eerste Kamer instemt met de voorgenomen Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea), zullen, bij inwerkingtreding van die wet, tevens degenen met een plaatsingsbudget ¹ via deze statistiek worden waargenomen. Voor de gemeenten brengt dat overigens slechts zeer beperkte aanpassingen met zich mee. In de toelichting op de bijlage wordt hierop, onder het voorbehoud van die instemming door de Eerste Kamer, nader ingegaan.
     Ten aanzien van degenen die uitsluitend gebruik maken van de scholings- en activeringsinstrumenten zal een vergelijkbaar structureel inzicht tot stand dienen te worden gebracht.
     De feitelijke vormgeving daarvan is mede afhankelijk van de wijze waarop ten behoeve van de beleidsinformatie gebruik kan worden gemaakt van de administratieve voorzieningen die de gemeenten hebben getroffen ten behoeve van de financiële verantwoording van dit onderdeel van de Wiw. In dit verband zijn ook de ontwikkelingen in het kader van het zogeheten SWI-traject van belang [zie onder meer Samenwerkingsbesluit SWI, red.].
     In beperkte mate wordt met deze statistiek informatie gevraagd over de voorzieningen die in het kader van de Wiw worden verstrekt aan degenen met een dienstbetrekking, werkervaringsplaats of - bij inwerkingtreding van de Wet Rea - plaatsingsbudget. Het gaat hierbij om de voorzieningen die ten laste komen van het Wiw-budget.
     Ten slotte is van belang erop te wijzen dat met deze regeling alleen de periodiek te verstrekken beleidsinformatie wordt geregeld voor de verstrekking waarvan de gemeenten voorzieningen dienen te treffen in hun administratie. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan zo nodig ook andere beleidsinformatie van gemeenten verlangen.

1. Ingevolge artikel II, onderdeel F, van het Belastingplan 2002 V - Socialezekerheidswetgeving zijn het (her)plaatsingsbudget en het pakket op maat met ingang van 1 januari 2002 komen te vervallen. Zie verder de artikelen 15 en 16 Wet Rea en het Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet Rea, red.

 

Aard van de gegevensverstrekking


     De regeling houdt in dat de gemeenten - of de organisaties die namens de gemeente de Wiw uitvoeren - periodiek basisgegevens verstrekken die zij aan hun reguliere administratie ontlenen. Deze wijze van gegevensverstrekking is de gemeenten bekend van bijvoorbeeld de statistiek Algemene bijstandswet [zie Regeling statistische gegevens Abw, red.], maar ook van de zogeheten JWG- en Banenpoolmonitors waarbij een groot aantal JWG- en Banenpoolorganisaties was betrokken.
     Voor de gemeenten heeft een dergelijk systeem voordelen, omdat zij worden ontlast van uitvoering van nadere bewerkingen op deze gegevens. Voor de gemeenten blijven de lasten goeddeels beperkt tot het eventueel aanbrengen van aanpassingen in de administratie naar de bij deze regeling vastgelegde uniformering van begrippen. In sommige gevallen zullen de gemeenten in de administratie enkele extra gegevens moeten opnemen. Over de inhoud van de statistiek heeft uitgebreid overleg plaatsgevonden met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, uitvoeringsorganisaties en automatiseringsbureaus, opdat een optimale afstemming wordt bereikt met de bestaande of opnieuw in te richten administraties.
     Deze wijze van gegevensverstrekking maakt bovendien een flexibele informatievoorziening mogelijk. De bewerking van de gegevens tot de benodigde informatie vindt op een centraal punt plaats. Hiermee kan aanzienlijk sneller worden ingespeeld op wisselende beleidsvragen dan wanneer van elk van de betrokken gemeenten zou worden gevraagd de gegevens op een bepaalde wijze te presenteren met alle daaraan verbonden wijzigingen in programmatuur en dergelijke.

 

Bewerker


     De gegevens worden in formele zin ter beschikking gesteld aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De feitelijke verzameling en bewerking van deze gegevens wordt echter in handen gelegd van een extern bureau dat deze werkzaamheden in opdracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verricht. Op dit moment is nog niet bekend welke instantie de bewerker wordt. Hieraan ligt een openbare aanbesteding ten grondslag. In de Staatscourant zal worden bekendgemaakt wie als bewerker wordt aangewezen.
     De relatie tussen de minister en de bewerker zal nader vorm worden gegeven in een schriftelijke overeenkomst. In die overeenkomst zullen voldoende waarborgen worden opgenomen ten aanzien van de technische en organisatorische beveiligingsmaatregelen met betrekking tot de te verrichten verwerkingen door de bewerker.
     Deze uitbesteding doet er niet aan af dat de verzameling, bewaring en bewerking van de gegevens plaatsvindt onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het betrokken externe bureau is echter zelf ook onderworpen aan algemene wettelijke bepalingen voor een zorgvuldige behandeling van de verkregen gegevens. Voorts gelden voor de bewerker de specifieke bepalingen die in deze regeling zijn opgenomen. Deze zijn zodanig geformuleerd dat er, ongeacht de partij die de gegevensbewerking zal uitvoeren, toereikende waarborgen zijn voor een verantwoorde behandeling van de door de gemeenten verstrekte gegevens.
     In het contract dat met de externe bewerker wordt gesloten, zullen daarnaast de nodige waarborgen worden opgenomen voor een zorgvuldige omgang tussen de bewerker en de betrokken gemeenten. Deze zal er onder andere voor dienen zorg te dragen dat er voldoende en tijdig overleg met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en uitvoeringsorganen plaatsvindt over de praktische aspecten van de gegevensverstrekking. In overleg met hen zal bovendien worden vastgesteld over welke aspecten van de Wiw een rapportage plaatsvindt aan de gemeenten, waarin niet alleen de "eigen" gegevens van de betreffende gemeente zijn opgenomen, maar ook landelijke gegevens en die van vergelijkbare groepen gemeenten.
     De bewerker zal regelmatig aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dienen te rapporteren over de voortgang van de gegevensverzameling, zodat deze zich, als daartoe aanleiding is, met de gemeenten kan verstaan over de kennelijke knelpunten.

 

Privacybescherming


     De gemeenten en de burgers over wie gegevens worden verstrekt, dienen er volledig op te kunnen vertrouwen dat de gegevens op een zorgvuldige wijze worden behandeld. Dit is in het bijzonder van belang omdat bij de informatievoorziening gebruik wordt gemaakt van het sociaal-fiscaal nummer. Opname van het sociaal-fiscaal nummer in de te verstrekken statistische gegevens is nodig om een relatie te kunnen leggen tussen de gegevens die door de gemeenten over de verschillende tijdvakken worden verstrekt. Alleen op deze wijze is het mogelijk een inzicht te krijgen in de opeenvolgende toepassingen van de verschillende instrumenten voor bepaalde doelgroepen en om gegevens over de Wiw te kunnen verbinden met gegevens over dezelfde personenkring waarover met name het Centraal Bureau voor de Statistiek reeds beschikt. De gemeente is op grond van artikel 22, vijfde lid, van de Wiw bevoegd het sociaal-fiscaal nummer in haar administratie op te nemen, omdat dit voor de uitvoering van de Wiw is vereist.
     De gemeenten dienen die gegevens te registreren die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de verplichting van artikel 21 van de wet de minister de gegevens te verstrekken ten behoeve van de beleidsvorming. Hiervoor is aangegeven dat het sofinummer voor de beleidsvorming noodzakelijk is. Dat bij de gegevensverstrekking op grond van deze regeling gebruik wordt gemaakt van het sofinummer is daarom vereist voor de uitvoering van de wet.
     De partijen die betrokken zijn bij de gegevensbewerking zijn alle onderworpen aan het algemene wettelijke regime voor de behandeling van persoonsgegevens. De bescherming van persoonsgegevens is momenteel in de Wet persoonsregistraties geregeld. Deze wet zal op termijn worden vervangen door de Wet bescherming persoonsgegevens. Deze algemene bepalingen bieden reeds de zekerheid van een zorgvuldige behandeling. Daarnaast verschaffen, zoals hierboven reeds vermeld, de specifieke bepalingen van deze regeling én de aanvullende voorwaarden die in het contract met de bewerker worden opgenomen, de nodige aanvullende zekerheid.
     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zal in beginsel niet zelf over de van de gemeenten ontvangen gegevens beschikken, maar deze laten berusten bij de externe bewerker. Het ministerie zal slechts de beschikking krijgen over een afgeleid en bewerkt gegevensbestand ten behoeve van nadere analyses die door het ministerie zelf worden verricht.
     De gegevens worden slechts aan derden verstrekt ten behoeve van nader statistisch of wetenschappelijk onderzoek. Zo nodig zullen in aanvulling op de algemene privacywetgeving nadere voorwaarden worden gesteld. Een verzoek om over de gegevens te beschikken zal worden beoordeeld naar het doel en mogelijke gebruik van zo’n onderzoek. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten zal van een dergelijke overdracht op de hoogte worden gesteld.
     Voor de beleidsvorming is het van groot belang inzicht te hebben in de gemeentelijke kenmerken die kunnen samenhangen met de uitvoering van de Wiw. Onderdeel van de gegevensverwerking is derhalve een overzicht van de gemeenten naar een aantal aspecten van de uitvoering van de Wiw. Ook deze gegevens dient de gegevensbewerker vertrouwelijk te behandelen, dat wil zeggen slechts aan derden te verstrekken na uitdrukkelijke opdracht van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
     Dergelijke, door hun bewerking niet meer naar personen te herleiden, gegevens vallen onder de werkingssfeer van de Wet openbaarheid van bestuur. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verkeert hierin niet in een andere positie dan de individuele gemeenten op wie deze gegevens betrekking hebben en van wie de verstrekking van deze gegevens eveneens worden verlangd met beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.
     In dit verband is het van belang erop te wijzen dat de op deze wijze verkregen informatie over de uitvoering van de Wiw door de gemeenten ook voor algemene toezichtsdoeleinden kan worden gebruikt. Dit betekent geen uitbreiding van de aspecten waarop de gemeenten worden getoetst. Het uiteindelijke oordeel van het toezicht blijft gebaseerd op de accountantsverklaring, de jaaropgave van de gemeenten en zo nodig aanvullende eigen waarneming door de rijksconsulent. In dit kader wordt tevens vastgelegd op welke situaties en op welke gronden de rijkssubsidie lager kan worden vastgesteld. De statistiek brengt derhalve geen nieuwe elementen in.
     Op dezelfde wijze waarop de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gegevens verkrijgt, kan ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten beschikken over de verzamelde gegevens. Deze heeft deze gegevens nodig omdat zij bij de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden optreedt als CAO-partij en omdat zij betrokken is bij de kwaliteitsbevordering van de uitvoering.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 1

     In artikel 1 van de wet is het begrip "dienstbetrekking" reeds gedefinieerd. Dat geldt niet voor het begrip "werkervaringsplaats". Om die reden wordt dit laatste begrip hier omschreven voor de toepassing van deze regeling.

 

Artikel 2

     In het eerste lid van dit artikel wordt de werkingssfeer van deze regeling aangegeven: op grond van deze regeling verstrekken de gemeenten gegevens over de personen die gedurende kortere of langere tijd in het desbetreffende kwartaal een dienstbetrekking bij de gemeente vervullen dan wel op een werkervaringsplaats zijn geplaatst waarvoor de gemeente subsidie verstrekt. Om daaraan te kunnen voldoen, registreren de gemeenten deze gegevens (artikel 2, eerste lid). In de toelichting op de bijlage wordt dit nader gepreciseerd.
     De regeling richt zich in formele zin tot de gemeentebesturen, die immers de verantwoordelijkheid hebben voor de uitvoering van de Wiw. Dit laat uiteraard onverlet dat de feitelijke gegevensverstrekking kan plaatsvinden door de rechtspersoon die ten behoeve van de gemeente op het onderdeel van de dienstbetrekkingen of werkervaringsplaatsen de Wiw uitvoert.
     Uit het tweede lid blijkt dat de gegevens feitelijk niet aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid worden verstrekt, maar aan een extern bureau dat in opdracht van hem de gegevensverzameling en -bewerking uitvoert.
     Voor de feitelijke gegevensverstrekking zullen nog nadere technische afspraken tussen de gemeenten en de bewerker moeten worden gemaakt. Het gaat hierbij om praktische aspecten als het medium waarop de gegevens worden verstrekt en de wijze waarop de gegevens daarop worden geplaatst.
     Het begrip "bewerker" is overgenomen uit de privacywetgeving. Dat wil zeggen dat het gaat om degene die ten behoeve van de verantwoordelijke feitelijk de gegevens verwerkt en daarbij geheel overeenkomstig de instructies van die verantwoordelijke handelt. De bewerker neemt zelf geen enkele beslissing over het gebruik van de gegevens, het verstrekken van de gegevens aan derden, de duur van de gegevensopslag, enzovoorts.

 

Artikel 3

     In artikel 3 komt tot uitdrukking dat de bewerker onder volledige regie en verantwoordelijkheid van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staat. Zijn positie is vergelijkbaar met die van een administratiekantoor dat personeelsgegevens verwerkt ten behoeve van een werkgever. De onbewerkte én bewerkte gegevens kunnen slechts ter beschikking worden gesteld aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tenzij deze de bewerker uitdrukkelijk de opdracht geeft deze aan derden te verstrekken. In het algemene deel van de toelichting is hierop reeds ingegaan.

 

Artikel 4

     Het besluit treedt op 1 juli 1998 in werking. Deze datum is gekozen om de gemeenten een ruime periode te geven om eventueel benodigde aanpassingen in de administraties aan te brengen.
     Vanaf deze datum treedt derhalve ook de verplichting van artikel 2, eerste lid, in werking om de administratieve gegevens volgens de richtlijnen van deze regeling te registreren en op grond van het tweede lid van dit artikel telkens binnen zes weken na afloop van het kwartaal aan de bewerker te verstrekken.
     Dat brengt met zich dat een eerste verstrekking van gegevens (die uiterlijk medio november 1998 zal plaatsvinden) slechts betrekking zal hebben op de personen die in het derde kwartaal van 1998 op enig moment een dienstbetrekking of werkervaringsplaats hebben vervuld. Het gaat hierbij derhalve om personen die op 1 juli 1998 reeds tot het personenbestand van de Wiw behoorden of vanaf deze datum daarin zijn ingestroomd. Er worden derhalve geen gegevens verlangd over personen die in de eerste periode van de werking van de Wiw weliswaar een dienstbetrekking of werkervaringsplaats hadden, maar die vóór 1 juli 1998 zijn uitgestroomd.
     De bij deze regeling behorende bijlage wordt aan alle gemeenten gezonden. Voor een ieder ligt deze bijlage vanaf de datum van publicatie van de regeling ter inzage in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.P.W. Melkert.

 

 

 

BIJLAGE  3

bij de Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden, artikel 3a [Stcrt. 2001, 71]

 

Onderdeel A (G25-gemeenten):

Almelo
Amsterdam
Arnhem
Breda
Den Haag
Deventer
Dordrecht
Eindhoven
Enschede
Groningen
Haarlem
Heerlen
Helmond
Hengelo
’s-Hertogenbosch
Leeuwarden
Leiden
Maastricht
Nijmegen
Rotterdam
Schiedam
Tilburg
Utrecht
Venlo
Zwolle

 

Onderdeel B (G61-gemeenten):

Alkmaar
Almere
Alphen aan den Rijn
Amersfoort
Amstelveen
Apeldoorn
Assen
Bergen op Zoom
Brunssum
Capelle aan den IJssel
Delft
Delfzijl
Den Helder
Doetinchem
Ede
Emmen
Geleen
Gorinchem
Gouda
Haarlemmermeer
Heemskerk
Heerenveen
Hellevoetsluis
Hilversum
Hoogeveen
Hoogezand-Sappemeer
HoornKerkrade
Landgraaf
Lelystad
Maassluis
Middelburg
Nieuwegein
Noordoostpolder
Oosterhout
Oss
Purmerend
Rheden
Ridderkerk
Rijswijk
Roermond
Roosendaal
Sittard
Smallingerland
Sneek
Spijkenisse
Stadskanaal
Terneuzen
Tiel
Veenendaal
Velsen
Vlaardingen
Vlissingen
Waalwijk
Wageningen
Weert
Zaanstad
Zeist
Zoetermeer
Zutphen
Zwijndrecht