Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             


vorige

Wet inschakeling werkzoekenden
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 1 juli 2003

 

SUBSIDIEREGELING  BEVORDERING  UITSTROOM  EX-BANENPOOLERS

Vervallen
m.i.v. 2 juli 2003
(art. 9:1 van deze regeling)

 
 

18 december 2000, Stcrt. 2000, 248
Inwerkingtreding: 1 januari 2001
Vervalt m.i.v. 2 juli 2003
(T.a.v. artt. 3:1 en 8:1 Kaderwet SZW-subsidies)

 

 

 

 
18 december 2000/nr. AM/RAW/00/84389
Directie Arbeidsmarkt

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op de artikelen 3, eerste lid, en 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. wet: de Wet inschakeling werkzoekenden;
c. ex-banenpooler: de werknemer die een arbeidsovereenkomst had als bedoeld in de Rijksbijdrageregeling banenpools, zoals deze regeling luidde vr 1 januari 1998, en die nadien onafgebroken een dienstbetrekking heeft als bedoeld in de wet.

 

Art. 2. Algemene Regeling SZW-subsidies
De Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing.

 

Art. 3. Subsidiebijdrage bevordering uitstroom ex-banenpoolers
-1. De minister verstrekt op of omstreeks 1 april 2001 aan de gemeenten eenmalig een subsidie als bijdrage voor de bevordering van uitstroom van ex-banenpoolers uit de wet.
-2. De subsidie bedraagt 500,00 per ex-banenpooler, waarbij wordt uitgegaan van de door de gemeente verstrekte gegevens in de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling informatie Wet inschakeling werkzoekenden over het eerste halfjaar 2000.
-3. De minister stelt de subsidie, bedoeld in dit artikel, voor de gemeente vast op het bedrag dat is opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling.

 

Art. 4. Subsidie realisatie uitstroom ex-banenpoolers
-1. De minister verstrekt aan een gemeente een eenmalige subsidie van 4000,00 voor elke ex-banenpooler waarvan de dienstbetrekking met de gemeente in de periode vanaf 1 januari 2001 tot en met 1 januari 2002 eindigt, indien de ex-banenpooler in aansluiting op en in de plaats van een dienstbetrekking als bedoeld in de wet:
a. een arbeidsverhouding aangaat waarvoor geen subsidie wordt verstrekt op grond van de wet, de Wet sociale werkvoorziening of het Besluit in- en doorstroombanen; of
b. werkzaamheden als zelfstandige gaat verrichten.
-2. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt aan de gemeente verstrekt nadat de ex-banenpooler:
a. een arbeidsverhouding voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd van minimaal n jaar is aangegaan; of
b. als zelfstandige werkzaamheden verricht en vervolgens die arbeidsverhouding of die werkzaamheden als zelfstandige ten minste een halfjaar hebben geduurd en gedurende die periode door de ex-banenpooler geen algemene uitkering op grond van de Algemene bijstandswet is ontvangen.
-3. De subsidie, bedoeld in het eerste lid, wordt tevens aan de gemeente verstrekt als de ex-banenpooler nadat zijn dienstbetrekking in de periode, bedoeld in het eerste lid, is beindigd, een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet aangaat en de periode waarover voor die arbeidsovereenkomst door de minister het basisbedrag, bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het Besluit uitvoering en financiering Wet inschakeling werkzoekenden, aan burgemeester en wethouders wordt verleend, is verstreken. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 5. Subsidieaanvraag en -betaling
-1. De subsidie, bedoeld in artikel 4, wordt door burgemeester en wethouders aangevraagd door opneming van het subsidiebedrag in de declaratie, waarvan het model is vastgesteld in bijlage 2 bij deze regeling, de tussendeclaratie, waarvan het model is vastgesteld in bijlage 3 bij deze regeling, of in de einddeclaratie, waarvan het model is vastgesteld in bijlage 4 bij deze regeling.
-2. De declaratie wordt op of omstreeks 15 december 2001 als voorschot betaalbaar gesteld indien deze door de minister is ontvangen uiterlijk op 1 november 2001. Declaraties die na 1 november 2001 door de minister worden ontvangen, worden niet betaalbaar gesteld.
-3. De tussendeclaratie wordt op of omstreeks 15 december 2002 als voorschot betaalbaar gesteld indien deze door de minister is ontvangen uiterlijk op 1 november 2002. Tussendeclaraties die na 1 november 2002 door de minister worden ontvangen, worden niet betaalbaar gesteld.
-4. De einddeclaratie wordt op of omstreeks 15 december 2003 als voorschot betaalbaar gesteld indien deze door de minister is ontvangen uiterlijk op 1 november 2003. Einddeclaraties die na 31 december 2003 worden ontvangen, worden niet meer betaalbaar gesteld en worden bij de vaststelling van de subsidie, bedoeld in artikel 6, buiten beschouwing gelaten.
-5. Een einddeclaratie van een subsidieaanvraag van 500 000,00 en hoger is voorzien van een verklaring van een deskundige belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle omtrent de juistheid van gegevens. De verklaring is ingericht overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage 5.
-6. De verklaring van de deskundige is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig het in bijlage 6 beschreven controle- en rapportageprotocol.
-7. Bij de indiening van de bescheiden, bedoeld in het tweede, derde, vierde en vijfde lid, maken burgemeester en wethouders gebruik van de daarvoor door de minister verstrekte formulieren, die zijn ingericht overeenkomstig de in die leden bedoelde modellen en zijn voorzien van een voor iedere gemeente uniek kenmerk.

 

Art. 6. Subsidievaststelling
-1. Met inachtneming van de artikelen 4 en 5 stelt de minister de subsidie vast binnen twaalf maanden na ontvangst van de einddeclaratie.
-2. Indien een einddeclaratie niet of niet tijdig is ontvangen en aan de gemeente op grond van artikel 5, tweede of derde lid, wel betalingen zijn gedaan, stelt de minister de subsidie met inachtneming van de artikelen 4 en 5, eerste, tweede en derde lid, ambtshalve vast uiterlijk op 31 december 2004. Voordat tot ambtshalve vaststelling wordt overgegaan, kan de minister van burgemeester en wethouders een verklaring van een deskundige eisen belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet voorgeschreven controle omtrent de juistheid van gegevens.
-3. De vastgestelde subsidie kan van de verleende en betaalde subsidie afwijken indien burgemeester en wethouders handelen in strijd met deze regeling.

 

Art. 7. Administratie
Burgemeester en wethouders dragen er zorg voor dat de administratie voor de uitvoering van deze regeling zodanig wordt ingericht dat alle van belang zijnde vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvormings-, uitvoerings-, controle- en verantwoordingsproces zichtbaar en controleerbaar zijn vastgelegd.

 

Art. 8. Toezicht
-1. Met het toezicht op de naleving van deze regeling zijn belast de ambtenaren van de Directie Toezicht en van de Accountantsdienst van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
-2. Burgemeester en wethouders verstrekken desgevraagd aan de minister kosteloos alle inlichtingen die hij voor het toezicht met betrekking tot deze regeling nodig heeft en verlenen inzage in de administratie ter zake van belang zijnde bescheiden.

 

Art. 9. Inwerkingtreding
-1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001 en vervalt met ingang van 2 juli 2003.
-2. De regeling, zoals die vr de datum waarop deze vervalt geldt, blijft van toepassing op de financile afwikkeling van de subsidie van het Rijk aan gemeenten.

 

Art. 10. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling bevordering uitstroom ex-banenpoolers.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
     De bij deze regelingen behorende bijlagen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 worden met ingang van 1 maart 2001 ter inzage gelegd in de bibliotheek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

 

's-Gravenhage, 18 december 2000.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

 

TOELICHTING
[18 december 2000]

 

     Met de inwerkingtreding van de Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) per 1 januari 1998 is het accent van de Wiw-dienstbetrekkingen komen te liggen op het ondersteunen van langdurig werklozen op weg naar de reguliere arbeidsmarkt. De Wiw-dienstbetrekkingen zijn in principe tijdelijk van aard.
     Een deel van de personen met een Wiw-dienstbetrekking, voornamelijk personen die afkomstig zijn uit de vroegere Rijksbijdrageregeling banenpools, heeft deze dienstbetrekking al langere tijd. Dit is te verklaren door het andere karakter van de banenpoolregeling, die per 1998 is opgegaan in de Wiw. De instroomeisen van deze regeling waren strenger dan de eisen van de huidige Wiw (langer dan drie in plaats van n jaar werkloos), de banenpoolregeling kende veel meer een additioneel karakter dan de huidige Wiw-dienstbetrekkingen en de banenpoolregeling was een eindregeling en kende geen uitstroomdoelstelling.
     Om ervoor te zorgen dat ook de groep ex-banenpoolers optimaal de kansen benut die de huidige conjunctuur biedt, treedt per 1 januari 2001 een subsidieregeling in werking voor de duur van twee en een half jaar. Het is nadrukkelijk een eenmalige regeling speciaal voor de groep ex-banenpoolers. Deze regeling biedt gemeenten de mogelijkheid om extra te investeren in de groep ex-banenpoolers om hun kansen op uitstroom naar niet-gesubsidieerde arbeid te vergroten. Daarnaast kunnen kosten van het loopbaantraject voor deze doelgroep ook mede gefinancierd worden uit het scholings- en activeringsbudget van de Wiw. Deze subsidieregeling is gebaseerd op de Kaderwet SZW-subsidies. De op die wet gebaseerde Algemene Regeling SZW-subsidies is niet van toepassing verklaard (artikel 2).
     Gemeenten krijgen in het jaar 2001 eenmalig een subsidie van 500,- voor iedere ex-banenpooler als bijdrage voor activiteiten om de uitstroom uit de Wiw-dienstbetrekkingen te bevorderen. De Minister van SZW heeft met de VNG [Vereniging van Nederlandse Gemeenten, red.] de bestuurlijke afspraak gemaakt dat gemeenten met ieder ex-banenpooler een gesprek voeren en een traject aanbieden gericht op uitstroom uit de Wiw-dienstbetrekking. De VNG zal gemeenten ondersteunen bij het bevorderen van het realiseren van uitstroom. De subsidie van 500,- per ex-banenpooler, blijkend uit statistiek over het eerste halfjaar 2000 van Wiw-dienstbetrekkingen en werkervaringsplaatsen, is voor gemeenten vastgesteld op het bedrag opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling (artikel 3).
     Naast de eenmalige bijdrage van 500,- kunnen gemeenten een subsidie aanvragen van 4000,- voor iedere ex-banenpooler die in de periode van 1 januari 2001 tot 2 januari 2002 duurzaam uitstroomt naar reguliere arbeid (artikel 4, eerste en tweede lid). Er is gekozen voor 2 januari omdat arbeidsovereenkomsten veelal op 31 december aflopen en nieuwe arbeidsovereenkomsten veelal per 1 januari ingaan. Onder reguliere arbeid wordt verstaan arbeid die niet wordt gesubsidieerd op grond van de Wiw, de Wet sociale werkvoorziening of het Besluit in- en doorstroombanen. Ook wanneer een ex-banenpooler werkzaamheden gaat verrichten als zelfstandige kan de gemeente subsidie aanvragen. Daarnaast kunnen gemeenten subsidie aanvragen voor ex-banenpoolers die via een werkervaringsplaats duurzaam uitstromen naar niet-gesubsidieerde arbeid (artikel 4, derde lid). Dat wil zeggen dat de ex-banenpoolers die zijn dienstbetrekking beindigt, in de gelegenheid kan worden gesteld eerst maximaal voor de duur van n jaar werkzaamheden te verrichten op een Wiw-werkervaringsplaats.
     Als gesubsidieerde arbeid wordt niet beschouwd de arbeid bedoeld in de Regeling schoonmaakdiensten particulieren. Hoewel de werkgever die deze arbeid laat verrichten in aanmerking komt voor subsidie, is, gelet op enerzijds de beperkte reikwijdte van de markt van schoonmaakdiensten en anderzijds de tweeledige doelstelling daarvan, te weten de verruiming van de markt van schoonmaakdiensten en de inschakeling daarbij van met name laag opgeleide werkzoekenden in het arbeidsproces, voor deze regeling een uitzondering gemaakt
     Voorwaarde voor het verkrijgen van de subsidie van 4000,- is dat de ex-banenpooler duurzaam is uitgestroomd. Dit betekent dat de arbeidsverhouding in principe moet zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Overigens is daarbij wel erkend dat het aanstellen van werknemers voor bepaalde tijd in bepaalde sectoren gebruikelijk is. Echter de duur van de arbeidsovereenkomst dient dan wel ten minste n jaar te bedragen. Deze voorwaarden gelden ook als een ex-banenpooler via een werkervaringsplaats uitstroomt. Dit betekent dat na de periode waarover de werkgever subsidie heeft ontvangen voor een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet (werkervaringsplaats) de arbeidsovereenkomst bij dezelfde werkgever of een nieuwe arbeidsovereenkomst bij een andere werkgever moet zijn aangegaan voor onbepaalde tijd of minimaal voor de duur van n jaar.
     De gemeente kan het bedrag van de subsidie pas aanvragen nadat de ex-banenpooler ten minste een halfjaar is uitgestroomd of ten minste een halfjaar als zelfstandige heeft gewerkt en daarbij geen algemene bijstand heeft ontvangen als bedoeld in de Algemene bijstandswet. Bij uitstroom via een werkervaringsplaats geldt dat de gemeente pas het bedrag van de subsidie kan aanvragen nadat de ex-banenpooler een halfjaar werkzaam is geweest in een arbeidsovereenkomst of als zelfstandige na de periode waarvoor de werkgever subsidie heeft ontvangen voor een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet (werkervaringsplaats). Voor het declareren van de subsidie zijn drie aanvraagmomenten gekozen (artikel 5). Vr 1 november 2001 kan een declaratie worden ingediend voor reeds gerealiseerde uitstroom. Daarnaast kan vr 1 november 2002 een tussendeclaratie worden ingediend voor nog niet gedeclareerde gerealiseerde uitstroom. Uiterlijk op 1 november 2003 dient de einddeclaratie te zijn ontvangen. Er kan maar eenmaal een declaratie, tussendeclaratie of einddeclaratie worden ingediend. Indien een declaratie, tussendeclaratie of einddeclaratie niet tijdig is ontvangen, zal op basis van die aanvraag geen betaling plaatsvinden. Met nadruk wordt erop gewezen dat de subsidie wordt vastgesteld aan de hand van een tijdig ontvangen declaratie, tussendeclaratie of einddeclaratie (artikel 6).
     Met betrekking tot de administratie en het toezicht zijn voor een subsidieregeling gebruikelijke bepalingen opgenomen (artikelen 7 en 8).

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A. Vermeend.

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wiw | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x