Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
27-02-2020 01-01-2020 Wijziging Stcrt. 2020, 11279 Stcrt. 2020, 11279
01-05-2019   Wijziging Stcrt. 2019, 70431 Stcrt. 2019, 70431
  Wijziging Stcrt. 2019, 54031 Stcrt. 2019, 54031
  Wijziging Stcrt. 2019, 36799 Stcrt. 2019, 36799
  Wijziging Stcrt. 2018, 56981 Stcrt. 2018, 56981
01-05-2019   Wijziging Stcrt. 2018, 68315 Stcrt. 2018, 68315
20-03-2019 01-01-2019 Wijziging Stcrt. 2019, 14678 Stcrt. 2019, 14678
20-02-2019 01-01-2019 Wijziging Stcrt. 2019, 8749 Stcrt. 2019, 8749
01-01-2019   Wijziging Stcrt. 2018, 68511 Stcrt. 2018, 68511
  Wijziging Stcrt. 2018, 68315 Stcrt. 2018, 68315
  Wijziging Stcrt. 2018, 67300 Stcrt. 2018, 67300
  Wijziging Stcrt. 2018, 64436 Stcrt. 2018, 64436
  Wijziging Stcrt. 2018, 63451 Stcrt. 2018, 63451
  Wijziging Stcrt. 2018, 56981 Stcrt. 2018, 56981
  Wijziging Stcrt. 2018, 33647 Stcrt. 2018, 33647
14-11-2018 01-01-2018 Wijziging Stcrt. 2018, 63451 Stcrt. 2018, 63451
13-10-2018 01-01-2017 Wijziging Stcrt. 2018, 56981 Stcrt. 2018, 56981
28-07-2018   Wijziging Stcrt. 2018, 43473 Stcrt. 2018, 43473
01-07-2018   Wijziging Stcrt. 2018, 33647 Stcrt. 2018, 33647
18-06-2018   Wijziging Stcrt. 2018, 33341 Stcrt. 2018, 33341
01-04-2018   Wijziging Stcrt. 2017, 70510 Stcrt. 2017, 70510
14-03-2018 01-01-2018 Wijziging Stcrt. 2018, 13855 Stcrt. 2018, 13855
01-01-2018   Wijziging Stcrt. 2017, 70963 Stcrt. 2017, 70963
  Wijziging Stcrt. 2017, 70510 Stcrt. 2017, 70510
  Wijziging Stcrt. 2017, 69987 Stcrt. 2017, 69987
  Wijziging Stcrt. 2017, 60664 Stcrt. 2017, 60664
  Wijziging Stcrt. 2017, 60365 Stcrt. 2017, 60365
09-12-2017 01-01-2017
art. 5.3
Wijziging Stcrt. 2017, 70510 Stcrt. 2017, 70510
01-07-2017   Wijziging Stcrt. 2017, 33484 Stcrt. 2017, 33484
01-04-2017   Wijziging Stcrt. 2017, 11464 Stcrt. 2017, 11464
  Wijziging Stcrt. 2017, 4209
Herplaatsing in
Stcrt. 2017, 4209H
Stcrt. 2017, 4209
Herplaatsing in
Stcrt. 2017, 4209H
01-01-2017   Wijziging Stcrt. 2016, 68102 Stcrt. 2016, 68102
  Wijziging Stcrt. 2016, 66865 Stcrt. 2016, 66865
  Wijziging Stcrt. 2016, 53652 Stcrt. 2016, 53652
  Wijziging Stcrt. 2016, 50899 Stcrt. 2016, 50899
01-11-2016   Wijziging Stcrt. 2016, 58138 Stcrt. 2016, 58138
01-10-2016   Wijziging Stcrt. 2016, 50899 Stcrt. 2016, 50899
30-09-2016 01-01-2015
01-01-2016
01-07-2016
Wijziging Stcrt. 2016, 50899 Stcrt. 2016, 50899
01-08-2016   Wijziging Stcrt. 2016, 40557 Stcrt. 2016, 40557
01-01-2016   Wijziging Stcrt. 2015, 46550 Stcrt. 2015, 46550
  Wijziging Stcrt. 2015, 46256 Stcrt. 2015, 46256
  Wijziging Stcrt. 2015, 42523 Stcrt. 2015, 42523
  Wijziging Stcrt. 2014, 36917 Stcrt. 2014, 36917
24-07-2015 01-01-2015 Wijziging Stcrt. 2015, 21149 Stcrt. 2015, 21149
23-04-2015 01-01-2015 Wijziging Stcrt. 2015, 11135 Stcrt. 2015, 11135
01-01-2015   Nieuwe regeling Stcrt. 2014, 36917 Stcrt. 2014, 36917

 

 

REGELING van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 11 december 2014, houdende regels inzake de langdurige zorg (Regeling langdurige zorg)

     De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
     Gelet op de artikelen 3.1.1, eerste en vierde lid, 3.1.2, eerste en tweede lid, 3.2.2, derde lid, 3.2.5, 3.3.2.3, eerste lid, 3.5.2, 3.5.3, 3.6.2, eerste en tweede lid, 3.6.3, 3.6.4, 3.6.5, 3.6.6, 3.6.7, 3.7.2, derde lid, 4.2.1, tweede lid, van het Besluit langdurige zorg, artikel 21, derde lid, van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, de artikelen 9.1.2, zevende lid, 9.1.3, achtste lid, 11.1.5, eerste lid, onderdeel a en c, 11.1.8, van de Wet langdurige zorg en artikel 49e, eerste lid, van de Wet marktordening gezondheidszorg;

     Besluit:

 

 

HOOFDSTUK  1

Algemene bepalingen

 

Art. 1.1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
- algemene risicoanalyse: analyse die erop is gericht te bepalen op welke gegevens de materiële controle en het fraudeonderzoek zich zal richten;
- basisbedrag: het maximumbedrag dat voor het modulair pakket thuis en het persoonsgebonden budget tezamen beschikbaar is voor de kosten van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging, individuele begeleiding, begeleiding in groepsverband, logeeropvang, vervoer en verpleging;
- besluit: Besluit langdurige zorg;
- deeltijdverblijf: verblijf in een instelling zonder behandeling van zeven, acht of negen etmalen gedurende een periode van veertien aaneengesloten etmalen overeenkomstig van tevoren vastgestelde tijdsperioden;
- gegevens over gezondheid: gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15, van de Algemene verordening gegevensbescherming;
- gewaarborgde hulp: door de verzekerde ingeschakelde hulp van een derde die in staat voor de nakoming van de aan het persoonsgebonden budget verbonden verplichtingen;
- kleinschalig wooninitiatief: kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 3.1.4, tweede lid, van het besluit;
- logeeropvang: logeeropvang als bedoeld in artikel 3.1.3 van het besluit;
- persoonlijk plan: persoonlijk plan als bedoeld in artikel 3.3.3, tweede lid, van de wet, waarin een aanvulling kan worden gegeven op het budgetplan;
- prestatie: prestatie als bedoeld in artikel 1 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
- prestatiebeschrijving: prestatiebeschrijving als bedoeld in de Wet marktordening gezondheidszorg;
- specifieke risicoanalyse: analyse die erop is gericht te bepalen op welke gegevens en op welke zorgaanbieders of categorieën van zorgaanbieders de detailcontrole zich zal richten;
- tarief: tarief als bedoeld in artikel 1 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
- zorgovereenkomst: schriftelijke overeenkomst van de verzekerde met een persoon van wie hij zorg betrekt en die daarvoor betaling ontvangt uit het persoonsgebonden budget.

 

 

HOOFDSTUK  2

De inhoud van de verzekering

 

Art. 2.1.
De zorgprofielen, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, van het besluit, zijn opgenomen in bijlage A bij deze regeling.

 

Art. 2.2.
-1. Een verzekerde heeft recht op meer zorg dan waarop hij op grond van het hem geïndiceerde zorgprofiel of zorgzwaartepakket recht heeft, voor zover naar het oordeel van de Wlz-uitvoerder of het zorgkantoor meer zorg nodig is om te voorzien in zijn behoefte aan zorg en:
a. de verzekerde krachtens zijn indicatiebesluit is aangewezen op zorgprofiel:
- VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op begeleiding;
- VV Beschermd wonen met zeer intensieve zorg vanwege specifieke aandoeningen, met de nadruk op verzorging/verpleging;
- VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging;
- VG (Besloten) wonen met zeer intensieve begeleiding, verzorging en gedragsregulering;
- VG Wonen met begeleiding en volledige verzorging en verpleging;
- LVG Wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding;
- LVG Besloten wonen met zeer intensieve behandeling en begeleiding;
- LVG Behandeling in een SGLVG-behandelcentrum;
- LG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging;
- LG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging;
- LG Wonen met zeer intensieve begeleiding en zeer intensieve verzorging;
- ZGaud Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging;
- ZGvis Wonen met zeer intensieve begeleiding en zeer intensieve verzorging;
- GGZ-B Voortgezet verblijf met intensieve begeleiding en intensieve verpleging en verzorging;
- GGZ-B Beveiligd voortgezet verblijf vanwege extreme gedragsproblematiek met zeer intensieve begeleiding; of
b. de verzekerde op 31 december 2014 recht had op zorgzwaartepakket 7 VV, 8 VV, 5 VG, 7 VG, 8 VG, 4 LVG, 5 LVG, 1 SGLVG, 5 LG, 6 LG, 7 LG, 3 ZGaud, 5 ZGvis, 6b GGZ of 7b GGZ; of
c. de behoefte aan zorg tevens bestaat uit gespecialiseerde epilepsiezorg, chronische invasieve beademing, non-invasieve beademing, klinische intensieve behandeling, niet-strafrechtelijke forensische psychiatrie, CVA, Huntington, observatie; of
d. de verzekerde is aangewezen op palliatief-terminale zorg en hij verblijft in een instelling en voor zover:
1º. er een noodzaak is tot zeer intensieve 24-uurszorg die op grond van het hem geïndiceerde zorgprofiel niet mogelijk is;
2º. er een noodzaak is tot bestrijding van zware pijn, verwardheid, benauwdheid of onrust; en
3º. er sprake is van complexe zorg en inzet van verschillende disciplines en noodzaak van continue nabijheid van zorg; of
e. de verzekerde is aangewezen op palliatief-terminale zorg en hij zijn recht op zorg tot gelding brengt met een volledig pakket thuis; of
f. de verzekerde jonger is dan 23 jaar en verblijft in een instelling.
-2. Een verzekerde heeft recht op meer zorg dan waarop hij op grond van het hem geïndiceerde zorgprofiel of zorgzwaartepakket recht heeft, indien:
a. de verzekerde krachtens zijn indicatiebesluit is aangewezen op het zorgprofiel:
- VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging en er sprake is van een noodzaak tot permanent toezicht vanwege zwaar complexe somatische problematiek;
- VG Wonen met begeleiding en volledige verzorging en verpleging en er sprake is van een noodzaak tot permanent toezicht vanwege zwaar complexe somatische problematiek; of
b. de behoefte aan zorg tevens bestaat uit chronische invasieve beademing of chronische non-invasieve beademing.
-3. Een verzekerde als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, of tweede lid, onderdeel a, kan slechts recht op de in die leden bedoelde zorg krijgen indien zijn behoefte aan zorg minimaal 25% hoger is dan de zorg die is opgenomen in het zorgzwaartepakket dat voor de bekostiging van het zorgprofiel wordt gebruikt dan wel van het zorgprofiel.

 

Art. 2.3.
-1. Als mobiliteitshulpmiddelen voor individueel gebruik als bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid, van het besluit worden aangewezen:
a. een rolstoel;
b. een scootmobiel;
c. een niet algemeen gebruikelijke fiets;
d. een niet algemeen gebruikelijke buggy en duwwandelwagen voor minderjarige verzekerden;
e. een niet algemeen gebruikelijk autostoeltje voor minderjarige verzekerden.
-2. Het recht op het individueel gebruik van een mobiliteitshulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, b, c en d, bestaat indien dat gebruik is aangewezen in verband met het ontbreken van de loopfunctie dan wel in verband met blijvende of langdurige loopfunctiestoornissen. Indien de verzekerde daarop is aangewezen, kan een tweede exemplaar in een andere uitvoering worden verstrekt.
-3. Het recht op het individueel gebruik van een mobiliteitshulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, bestaat voor zover de minderjarige verzekerde gelet op zithouding en veiligheid hierop is aangewezen.
-4. Het individueel gebruik van een mobiliteitshulpmiddel omvat tevens de voor de verzekerde noodzakelijke aanpassing en vervanging alsmede het noodzakelijke onderhoud en herstel van het hem in gebruik gegeven mobiliteitshulpmiddel.
-5. Voorafgaand aan het verstrekken van een mobiliteitshulpmiddel is toestemming van de Wlz-uitvoerder nodig. De Wlz-uitvoerder beoordeelt welk mobiliteitshulpmiddel het meest is aangewezen.
-6. Indien het recht op zorg krachtens de wet eindigt omdat hij krachtens een zorgverzekering of een andere wettelijke regeling recht heeft of kan doen gelden op die zorg, behoudt de verzekerde het recht op het individueel gebruik van een reeds in gebruik genomen mobiliteitshulpmiddel waarop hij is aangewezen, totdat aan hem een hulpmiddel kan worden verstrekt krachtens die zorgverzekering of andere wettelijke regeling.

 

Art. 2.4.
-1. De verzekerde heeft slechts aanspraak op tandheelkundige zorg als bedoeld in artikel 2.7, eerste tot en met derde lid, van het Besluit zorgverzekering indien de Wlz-uitvoerder vooraf toestemming heeft verleend.
-2. Indien het verblijf van de verzekerde in een instelling

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.