blz. 1  

Kamerstukken II 2010-2011, 32 521

Introductie van een regeling die het mogelijk maakt oudere belastingplichtigen een tegemoetkoming te verstrekken met het oog op compensatie van koopkrachtverlies als gevolg van beleidsmaatregelen (Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

 

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Uitwerking voorstel
2.1 Huidige situatie
2.2 Voorgestelde wijziging
3 Inkomenseffecten
4 Financiële gevolgen
4.1 Programmakosten
4.2 Uitvoeringskosten
4.3 Financiering
4.4 Administratieve lasten
4.5 Gevolgen bezwaar en beroep
5 Uitvoeringsaspecten
6 Ontvangen commentaren
6.1 Toezichttoets IWI
6.2 Uitvoeringstoets SVB
xArtikelsgewijs
xxxr Artikelen 1 t/m 21
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Met het voorliggende wetsvoorstel wordt beoogd per 1 januari 2011 de mogelijkheid van een koopkrachttegemoetkoming te introduceren voor oudere personen die in Nederland wonen, dan wel met hun inkomen geheel of nagenoeg geheel onder de Nederlandse belastingheffing vallen. Tegelijkertijd zal de thans nog geldende tegemoetkoming, bedoeld in artikel 33b van de Algemene Ouderdomswet (AOW), per 1 januari 2011 worden afgeschaft. De nieuwe regeling voorziet in de mogelijkheid van koopkrachtcompensatie door middel van een maandelijkse tegemoetkoming voor oudere personen die binnenlands belastingplichtig zijn of van wie ten minste 90% van het wereldinkomen in Nederland onderworpen is aan de belastingheffing naar het inkomen.

     De achtergrond van deze maatregel is voornamelijk budgettair van aard. In de beleidsagenda van de SZW-begroting 2010 (Kamerstukken II 2009-2010, 32 123 XV, nr. 2, blz. 18) is aangegeven dat er een herschikking op de begroting nodig is, enerzijds vanwege een aanvullend beleidspakket ter stimulering van de economie en anderzijds als gevolg van enkele uitvoeringstegenvallers. Bij de stimuleringsmaatregelen moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de deeltijd-WW, bij de uitvoeringstegenvallers onder meer aan de hogere AOW-uitgaven vanwege de gestegen levensverwachting.
     Daarbij komt dat de bewindslieden tegenvallers op de eigen begroting dienen op te lossen. Het is daarom niet de vraag óf, maar veel meer hóe de tekorten op de begroting bestreden zullen worden.

     Naast het leveren van een bijdrage aan het oplossen van de budgettaire problematiek is de grondslag van dit voorstel te vinden in de kabinetsnota "Internationale arbeidsmobiliteit en sociale zekerheid" (Kamerstukken II 2009-2010, 32 149, nr. 1, blz. 9). Daarin heeft het kabinet aangekondigd naar wegen te zoeken om de tegemoetkomingen die hun oorsprong hebben in de specifiek Nederlandse context strikt te beperken tot degenen die getroffen zijn. Dit voornemen is voorts aangekondigd in de begroting van SZW (Kamerstukken II 2009-2010, 32 123 XV, nr. 2, blz. 18). Dit wetsvoorstel is daar de uitwerking van.

 blz. 2  

2. Uitwerking voorstel


2.1. Huidige situatie


     Allen die recht hebben op ouderdomspensioen als bedoeld in de AOW hebben, in aanvulling op dat pensioen, tevens recht op een AOW-tegemoetkoming (hierna: tegemoetkoming). Deze tegemoetkoming wordt maandelijks samen met de AOW uitbetaald. De hoogte van de tegemoetkoming staat los van het aantal voor het recht op ouderdomspensioen opgebouwde verzekerde jaren.
     De tegemoetkoming is in het leven geroepen nadat het kabinet in 2005 bij de behandeling van het Nederlandse koopkrachtbeeld heeft geoordeeld dat voor onder meer ouderen met een laag inkomen de negatieve inkomenseffecten beperkt zouden moeten blijven. In dat kader zijn de ouderenkorting en de toen zogeheten aanvullende ouderenkorting in de Wet inkomstenbelasting 2001 (Wet IB 2001) en de Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) per 1 januari 2005 verhoogd. Een verhoging van de ouderenkorting had echter niet voor alle ouderen het beoogde effect. Een voorwaarde om te kunnen profiteren van de verhoging van deze ouderenkortingen was immers dat de belastingplichtige vóór toepassing van de heffingskortingen voldoende belasting verschuldigd was waarop de ouderenkortingen in mindering konden worden gebracht. Voor een grote groep, met name gehuwde ouderen die geen of slechts een klein aanvullend pensioen ontvangen, was dit niet (meer) het geval. Om ook deze groep te bereiken, werd besloten tot de invoering per 1 januari 2005 van een tegemoetkoming voor AOW-gerechtigden in aanvulling op het ouderdomspensioen op grond van de AOW. Dit was uitgewerkt in de Tijdelijke regeling tegemoetkoming AOW-ers (Kamerstukken II 2005-2006, 30 314, nr. 3). Tevens heeft het kabinet in 2005 besloten om - naar aanleiding van de motie-Verburg (Kamerstukken II 2004-2005, 29 800, nr. 52) - een extra tegemoetkoming te introduceren: de Tijdelijke regeling eenmalige tegemoetkoming AOW-ers 2005.
     Beide regelingen werden uitgevoerd door de Sociale verzekeringsbank (SVB). In de toelichting op de beide tijdelijke regelingen was al aangegeven dat zou worden bezien of in de AOW een meer structurele invulling van de tegemoetkoming zou kunnen worden opgenomen.
     In hetzelfde jaar heeft het kabinet geconcludeerd dat een structurele voortzetting van de tegemoetkoming gewenst is en besloten om per 1 januari 2006 aan de tegemoetkoming een structurele basis te geven (Kamerstukken II 2005-2006, 30 314, nr. 3, blz. 2). Dit is gerealiseerd door opname van paragraaf 4, Tegemoetkoming in aanvulling op het ouderdomspensioen, in hoofdstuk III van de AOW.¹ In de periode van 2006 tot en met 2009 is de tegemoetkoming jaarlijks verhoogd (zie tabel 1).

1. Zie artikel I, onderdeel B, van de Wet van 22 december 2005 tot wijziging van de Algemene Ouderdomswet, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, de Wet financiering sociale verzekeringen en de Wet op de huurtoeslag en enige andere wetten in verband met het toekennen van tegemoetkomingen aan personen die een uitkering ontvangen op grond van de Algemene Ouderdomswet of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en enkele aanpassingen in de berekening van de uitkeringen (Stb. 2005, 713).

Tabel 1. Hoogte tegemoetkoming AOW op jaarbasis:

Jaar Hoogte tegemoetkoming AOW (bruto)
2006 |115,92
2007 |165,84
2008 |178,32
2009 |437,40
2010 |411,12

 
     Bij de vormgeving van de tegemoetkoming is er destijds om praktische redenen voor gekozen het recht op de tegemoetkoming te koppelen aan het recht op ouderdomspensioen volgens de AOW en de

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.