Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-02-2015   Intrekking Stb. 2015, 28 Stb. 2015, 29
01-11-2012   Wijziging Stcrt. 2011, 22458 Stcrt. 2011, 22458
01-01-2012   Wijziging Stcrt. 2011, 22458 Stcrt. 2011, 22458
  Wijziging Stcrt. 2011, 9158 Stcrt. 2011, 9158
01-06-2011   Nieuwe regeling Stcrt. 2011, 9158 Stcrt. 2011, 9158

 

 

REGELING van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 18 mei 2011, nr. IVV/BBO/2011/7912, tot het stellen van regels voor de bekostiging van de koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Regeling bekostiging koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen)

     De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;
     Gelet op artikel 13, vierde lid, van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepaling
Onder KOB wordt verstaan: het bedrag van de tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3 van de van de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.

 

Art. 2. Raming baten en lasten
Vóór 1 oktober van elk jaar verstrekt de SVB aan de minister in het jaarplan met begroting een opgave van het totaalbedrag aan de voor het komende jaar geraamde baten en lasten met betrekking tot de toekenning van koopkrachttegemoetkomingen, uitgesplitst naar lasten KOB per maand en uitvoeringskosten per jaar.

 

Art. 3. Betaling voorschot
-1. De minister stort op de rekening-courant, bedoeld in artikel 5.16, onderdeel a, van de Regeling Wfsv, een periodiek voorschot op het bedrag, bedoeld in artikel 2, van:
a. geraamde lasten KOB met als valutadatum de tweeëntwintigste dag van elke maand; en
b. een twaalfde deel van de geraamde uitvoeringskosten met als valutadatum de vijftiende dag van elke maand.
-2. De minister kan, na overleg met de SVB, van de in het eerste lid, onderdeel a en b, bedoelde bedragen afwijken.

 

Art. 4. Afrekening
-1. In de jaarrekening, bedoeld in artikel 49 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, worden de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, bedoeld in artikel 3, eerste lid, uitgesplitst naar lasten KOB en uitvoeringskosten van de toekenning van koopkrachttegemoetkomingen opgenomen.
-2. Na goedkeuring van het besluit tot vaststelling van de jaarrekening, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, rekent de minister de baten en lasten, alsmede de ontvangen voorschotten, met betrekking tot het desbetreffende kalenderjaar af, met als valutadatum 1 juni van het hierop volgende kalenderjaar.

 

Art. 5. Vervallen.

 

Art. 6. Vervallen.

 

Art. 7. Vervallen.

 

Art. 8. Vervallen.

 

Art. 9. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2011, waarbij artikel 8 vervalt met ingang van 1 januari 2012.

 

Art. 10. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling bekostiging koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 18 mei 2011.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
.

 

 

 

TOELICHTING
[18 mei 2011]

 

Algemeen

 

     Op 1 juni 2011 treedt de Wet mogelijkheid koopkrachttegemoetkoming oudere belastingplichtigen (Wmkob) in werking. Op grond van artikel 2 van de Wmkob is de uitvoering aan de Sociale verzekeringsbank (SVB) opgedragen.
     In artikel 13 van de Wmkob is bepaald dat de door de SVB verstrekte tegemoetkomingen, bedoeld in artikel 3 van de van de Wmkob, (KOB) en de hieraan verbonden uitvoeringskosten ten laste komen van het Rijk. In de onderhavige regeling worden op grond van artikel 13, vierde lid, van de Wmkob regels gesteld voor de bekostiging van de rijksbijdrage aan de SVB, zowel voor de uitgaven KOB als voor de uitvoeringskosten.
     De vormgeving van de bekostiging van de Wmkob komt overeen met die van andere rijksgefinancierde wetten en regelingen die door de SVB worden uitgevoerd.

 

 

Artikelsgewijs

 

Artikelen 2, 3, 4 en 5

     De raming van de uitgaven KOB en de uitvoeringskosten is neergelegd in de artikelen 2 en 4. Op grond van jaarramingen van de SVB vindt periodieke bevoorschotting plaats. Dit is geregeld in de artikelen 3 en 5. Bij de uitvoeringskosten wordt bij de jaarraming aangesloten op het jaarplan van de SVB. Bij de uitgaven KOB is dit niet het geval. Reden daarvoor is dat de rijksbijdrage met betrekking tot de uitgaven KOB in tegenstelling tot de uitvoeringskosten geen sturingsinstrument vormt. De minister heeft de mogelijkheid om de hoogte van de periodieke bevoorschotting gedurende het uitvoeringsjaar aan te passen.

 

Artikelen 6 en 7

     De eindafrekening en de vaststelling van de rijksbijdrage zijn geregeld in de artikelen 6 en 7. De SVB leidt uit de jaarrekening de realisatie op kasbasis af en dient de in verband hiermee staande stukken in bij de minister. De minister beoordeelt de stukken, bepaalt de afrekening van de verstrekte voorschotten en wikkelt deze af. Via de vaststelling van de rijksbijdrage wordt de SVB gedechargeerd.

 

Artikel 8

     Aangezien de Wmkob in de loop van het jaar 2011 in werking treedt, zijn in artikel 8 overgangsbepalingen voor dit jaar opgenomen. De overgangsbepalingen hebben betrekking op de data waarop de SVB de jaarramingen aanbiedt en de wijze waarop de jaarraming van de uitvoeringskosten wordt verstrekt.

 

Artikel 9

     Aangezien de SVB vanaf 1 juni 2011 uitbetaalt en daarbij uitvoeringskosten maakt, treedt deze regeling met ingang van diezelfde datum in werking. Het overgangsrecht voor het jaar 2011, dat is opgenomen in artikel 8, is uitgewerkt op 1 januari 2012. Artikel 8 kan daarom met ingang van die laatstgenoemde datum vervallen.

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.G.J. Kamp
.