Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 
vorige

Wet voorzieningen gehandicapten
Nadere regelgeving
Bijgewerkt tot en met 31 december 2006

 

REGELING  INZAKE  FINANCIňLE  TEGEMOETKOMINGEN  EN  EIGEN  BIJDRAGEN  WVG

Vervallen
m.i.v. 1 januari 2007
(art. 40 Wmo)

 
 

19 november 1993, Stcrt. 1993, 227
Inwerkingtreding: 1 april 1994
(T.a.v. artt. 5:4 en 6:3 Wvg)

 

 

 

 
     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Handelende na overleg met de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;
     Gelet op de artikelen 5, vierde lid, en 6, derde lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten (Stb. 1993, 545);

     Besluit:

 

 

Art. 1.
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. financiŽle tegemoetkoming: financiŽle tegemoetkoming als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet voorzieningen gehandicapten;
b. eigen bijdrage: eigen bijdrage als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten;
c. norminkomen: de normen, genoemd in paragraaf 3.2 van de Wet werk en bijstand, omgerekend tot een bedrag per kalenderjaar, waarbij deze normen voor een belanghebbende van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar die een alleenstaande of een alleenstaande ouder is en die niet in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de toeslag, genoemd in artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, en de normen van een alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwde die in een inrichting verblijft, eerst zijn verhoogd met de bedragen, genoemd in artikel 23, tweede lid, van de Wet werk en bijstand.

 

Art. 2.
Bij de vaststelling van het inkomen worden in ieder geval buiten beschouwing gelaten de inkomsten, bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de Wet werk en bijstand.

 

Art. 3.
-1. De draagkracht van de gehandicapte en zijn echtgenoot wordt per kalenderjaar vastgesteld.
-2. Bij een netto-inkomen tot en met 1,5-maal het norminkomen is de draagkracht per kalenderjaar ten hoogste Ä|45,00.
-3. Voor zover het netto-inkomen meer bedraagt dan 1,5-maal het norminkomen wordt bij de vaststelling van de draagkracht per kalenderjaar ten hoogste een kwart van het draagkrachtpercentage dat burgemeester en wethouders in het kader van de uitvoering van de Wet werk en bijstand hanteren, in aanmerking genomen.
-4. Met betrekking tot rolstoelen wordt geen draagkracht in aanmerking genomen.

 

Art. 4.
-1. De in een kalenderjaar verschuldigde eigen bijdragen en het eigen aandeel in de kosten van een voorziening waarvoor een financiŽle tegemoetkoming wordt verleend, mogen de draagkracht als bedoeld in artikel 3, tweede en derde lid, niet te boven gaan.
-2. Bij de toepassing van het eerste lid worden op de draagkracht in mindering gebracht:
a. eigen betalingen die de gehandicapte in een kalenderjaar verschuldigd is voor zorg waarop aanspraak bestaat op grond van artikel 6 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, dan wel op grond van een regeling als bedoeld in artikel 44 van die wet;
b.
overige in het kalenderjaar ten laste van de gehandicapte blijvende kosten voortvloeiende uit de handicap.
-3. Desgevraagd herziet het gemeentebestuur, in verband met het bepaalde in het tweede lid, zo nodig een eerder in het kalenderjaar gegeven beschikking tot toekenning van een voorziening als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet voorzieningen gehandicapten. Een daartoe strekkende aanvraag van de gehandicapte kan tot uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag tot herziening betrekking heeft, bij het gemeentebestuur worden ingediend.
-4. Voor de toepassing van het tweede lid blijven buiten beschouwing de eigen betalingen die verschuldigd zijn ingevolge de artikelen 4 en 14 van de Bijdragebesluit zorg.

 

Art. 5.
-1. De eigen bijdrage is slechts verschuldigd over het kalenderjaar waarin de voorziening wordt toegekend.
-2. Het totaal aan eigen bijdragen dat per kalenderjaar verschuldigd kan zijn, is ten hoogste Ä|45,00.
-3. Met betrekking tot rolstoelen is geen eigen bijdrage verschuldigd.

 

Art. 6.
Deze regeling, die met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant wordt geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

 

Art. 7.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling inzake financiŽle tegemoetkomingen en eigen bijdragen Wvg.

 

 

's-Gravenhage, 19 november 1993.
De Staatssecretaris voornoemd,
J. Wallage
.

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | Wvg | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x