blz. 1  

Kamerstukken II 2003-2004, 29 231

Verlenging van de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bij ziekte (Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003)

 

 

Nr.r3 MEMORIE  VAN  TOELICHTING

Inhoudsopgave

xAlgemeen
1 Inleiding
2 Voorgeschiedenis
a Rapport Adviescommissie Arbeidsongeschiktheid
b Het SER-advies
c Huidige wet- en regelgeving
3 Verlenging van de periode van loondoorbetaling bij ziekte
a Redenen voor verlenging
b Duur van de verlenging
c Gevolgen voor de verzekerbaarheid
d Duur van de Ziektewet
4 Verantwoordelijkheidsverdeling; rechten en plichten werkgever en werknemer
a Verantwoordelijkheidsverdeling
b Rechten en plichten; bedongen arbeid - passende arbeid
5 Aanvullende aanpassingen
a Ziekmelding nieuwe stijl
b Geschillenregeling
c Afschaffing subsidie scholing, training en begeleiding en subsidie tweede spoor
6 Financiële gevolgen, gevolgen voor de rechterlijke macht en administratieve lasten voor de werkgever
a Financiële gevolgen
b Gevolgen voor de rechterlijke macht
c Administratieve lasten voor de werkgever
7 Ontvangen commentaren
8 Monitoring en evaluatie
xArtikelsgewijs
xx| Artikelen I t/m XV
 

 

 

Algemeen

 

1. Inleiding


     Preventie en een adequate aanpak van verzuim zijn de sleutel tot het voorkomen van arbeidsongeschiktheid en intrede in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Werkgever en werknemer zijn daarvoor eerstverantwoordelijk. Op het niveau van de arbeidsorganisatie kunnen zij met deskundige ondersteuning ziekteverzuim voorkomen. Als er toch verzuim optreedt, bestaan er op het niveau van de arbeidsorganisatie de mogelijkheden om werkhervatting en reïntegratie te bevorderen.
     De financiële prikkels voor de aanpak van het ziekteverzuim zijn in de loop der tijd - in een reeks van wetgeving van achtereenvolgende kabinetten - steeds sterker bij individuele werkgevers en werknemers gelegd. De rechten en plichten, die werkgever en werknemer bij ziekteverzuim jegens elkaar hebben, zijn aangescherpt. Bovendien is de verantwoordelijkheidsverdeling tussen de private partijen en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) verhelderd. Het uitgangspunt hierbij is dat reïntegratie de primaire verantwoordelijkheid is van werkgever en werknemer.

     De (private) verantwoordelijkheid voor het ziekteverzuim wordt verder vergroot met het voorliggend wetsvoorstel. Dit voorstel staat echter niet op zichzelf. Het nieuwe kabinet heeft immers in het Hoofdlijnenakkoord van 16 mei jl. de uitgangspunten van het vorige kabinet inzake het ingrijpend wijzigen van de WAO, zoals vastgelegd in het Strategisch Akkoord ¹ overgenomen. Met de voorgenomen wijziging van het WAO-complex, die nader is uiteengezet in de brief aan de Tweede Kamer van 16 september jl. over de hoofdlijnen van het stelsel van arbeidsongeschiktheidsregelingen, beoogt de regering een fundamentele omslag te bewerkstelligen in het stelsel en de mechanismen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid. De WAO is in ons land steeds een onderwerp van grote zorg geweest. Diverse ingrepen hebben plaatsgevonden in de afgelopen decennia. Desondanks is de inactiviteit als gevolg van ziekte en arbeidsongeschiktheid in ons land groter dan in de andere OESO-landen [OESO: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, red.]. Hoewel de ontwikkeling in  blz. 2  2002 en begin 2003 positief is te noemen, is het aantal personen dat de WAO instroomt nog steeds te hoog. Bij ongewijzigd beleid zal het WAO-volume op middellange termijn weer stijgen. Dit duidt erop dat in het huidige stelsel de mechanismen en prikkels, ondanks de gedane ingrepen, nog steeds fundamenteel tekortschieten. De kern van deze fundamentele tekortkoming is door de SER [Sociaal-Economische Raad, red.], mede op basis van de bevindingen van de Adviescommissie Arbeidsongeschiktheid (commissie-Donner), op een treffende wijze beschreven; ² alle mechanismen zijn thans al bij intrede van de ziekte te veel gericht op het aantonen van arbeidsongeschiktheid, met als gevolg dat de werknemer als het ware "automatisch in de fuik van de WAO wordt gezogen". De commissie-Donner acht daarom een fundamenteel andere benadering noodzakelijk. In deze benadering stond centraal dat "het niet gaat om het verzekeren van arbeidsongeschiktheid, maar om het activeren van arbeidsgeschiktheid." (commissie-Donner, blz. 6). In het SER-advies "Werken aan arbeidsongeschiktheid" is deze keuze onderschreven en verder uitgewerkt. Het kabinet heeft in zijn voorstellen deze hoofdlijnen doorgetrokken. De voorstellen komen neer op een fundamentele herziening van het huidige stelsel; een wijziging binnen het huidige stelsel - dat gericht is op arbeidsongeschiktheid - lost de gebleken tekorten niet op.

1. Strategisch Akkoord d.d. 3 juli 2002, "Werken aan vertrouwen, een kwestie van aanpakken".
2. SER-advies "Werken aan arbeidsgeschiktheid", maart 2002.

     Het kabinet heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd bij de vormgeving van het nieuwe stelsel. Het eerste uitgangspunt is dat de sleutel voor succes en de primaire verantwoordelijkheid ten aanzien van preventie en reïntegratie bij werkgevers en werknemers dienen te liggen. Een stelsel is nooit uit zichzelf activerend, maar kan wel ondersteunend zijn voor de activerende inspanningen van de betrokken actoren; dit betekent dat het ondersteunend instrumentarium adequaat moet zijn. Een tweede uitgangspunt is dat alle inspanningen van werkgevers en werknemers erop gericht moeten zijn om mensen die nog in staat zijn om arbeid te verrichten, zo snel mogelijk hun werk te doen hervatten. Aan het begin van het ziekteverzuim is de kans op reïntegratie immers het grootst. Ten derde, maar zeker niet in de laatste plaats, moet aan degenen die écht niet meer in staat zijn om arbeid te verrichten, een permanente en adequate inkomensbescherming worden geboden. Dit betreft personen die duurzaam én volledig arbeidsongeschikt zijn.

     Een eerste onderdeel van de totale herziening van het WAO-stelsel wordt gevormd door de verlenging van de loondoorbetalingsperiode tijdens ziekte. Zowel de SER als de commissie-Donner kwamen tot de conclusie dat het merendeel van arbeidsongeschiktheid kan worden voorkomen indien tijdig wordt ingegrepen. Er kan geen sprake zijn van arbeidsongeschiktheid indien één van beide partijen of beiden onvoldoende inspanningen hebben verricht. Om dit te bewerkstelligen, dienen de prikkels voor werkgever en werknemer te worden versterkt; voor de werkgever in de vorm van een verlenging van de periode van loondoorbetaling, voor de werknemer in de vorm van het achterwege laten van bovenwettelijke aanvullingen gedurende het tweede jaar van ziekte. Dit past bij de eerste twee uitgangspunten. De kern van de omslag die moet plaatsvinden, is immers gelegen in concrete inspanningen die werkgever en werknemer binnen de arbeidsorganisatie moeten ondernemen. De inspanningen dienen daarbij gericht te zijn op preventie, verzuimbegeleiding en werkhervatting en niet op het verzekeren van arbeidsongeschiktheid. Beide adviezen - waarop in het navolgende nog nader wordt ingegaan - benadrukken dat de periode van loondoorbetaling niet kan eindigen indien de werkgever zich onvoldoende heeft ingespannen dan wel dat de werknemer geen beroep kan doen op een arbeidsongeschiktheidsregeling indien hij zich onvoldoende heeft ingespannen; met het onderhavige wetsvoorstel worden deze eerste fase en de daarbij horende verantwoordelijkheid voor werkgever en werknemer om het proces van herstel en  blz. 3  activering in te richten, vormgegeven. Met de verlenging van de loondoorbetalingsperiode naar twee jaar wordt de periode van loondoorbetaling bovendien gelijkgesteld aan de

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.