Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2008   Intrekking Stcrt. 2007, 185 Stcrt. 2007, 185
01-01-2007   Nieuwe regeling Stcrt. 2006, 212 Stcrt. 2006, 212
02-11-2006   Nieuwe regeling Stcrt. 2006, 212 Stcrt. 2006, 212

 

 

REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 oktober 2006, nr. W&B/SFI/2006/79014, houdende nadere regels inzake de berekening van de uitkeringen aan gemeenten, bedoeld in artikel 50 van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004, voor het uitvoeringsjaar 2007 (Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2007)

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 50, tweede lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Begripsbepaling
In deze regeling wordt verstaan onder de uitkering Bbz 2004: de uitkering, bedoeld in artikel 50, eerste lid, van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004.

 

Art. 2. Berekening uitkering Bbz 2004 voor gemeenten
-1. Voor gemeenten wordt de uitkering Bbz 2004 berekend aan de hand van de volgende formule:
UGBbz = (KBbz : TKBbz) x TBBbz
waarbij:
a. UGBbz de uitkering Bbz 2004 aan de gemeente in het uitvoeringsjaar 2007 is;
b. KBbz de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Bbz 2004 in het uitvoeringsjaar 2004 zijn;
c. TKBbz het totaal is van de gemeentelijke uitkeringsuitgaven Bbz 2004 in het uitvoeringsjaar 2004;
d. TBBbz het totale bedrag is dat beschikbaar is voor de uitkeringen Bbz 2004 aan gemeenten in het uitvoeringsjaar 2007.
-2. Artikel 8a van het Besluit Wwb 2007 is van overeenkomstige toepassing indien het college in het uitvoeringsjaar 2004 de uitvoering van de wet heeft overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam als bedoeld in artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

 

Art. 3. Intrekking regeling voor uitvoeringsjaar 2006
-1. De Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2006 wordt ingetrokken.
-2. In afwijking van het eerste lid blijft de Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2006, zoals die geldt op 31 december 2006, van toepassing op de financiƫle afwikkeling van de uitkeringen Bbz 2004 aan gemeenten met betrekking tot het uitvoeringsjaar 2006.

 

Art. 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt, met uitzondering van de artikelen 2, tweede lid, en 3, in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. De artikelen 2, tweede lid, en 3 treden in werking met ingang van 1 januari 2007.

 

Art. 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2007.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 24 oktober 2006.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
.

 

 

 

TOELICHTING
[24 oktober 2006]

 

Inleiding


     Op grond van artikel 7 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wwb) worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld met betrekking tot de verlening van bijstand en bijstand ter voorziening in de behoefte aan bedrijfskapitaal op grond van de Wet werk en bijstand (Wwb) aan zelfstandigen. Het gaat hierbij tevens om personen die algemene bijstand ontvangen en voornemens zijn een bedrijf of zelfstandig beroep te beginnen en zich in verband hiermee niet beschikbaar stellen voor arbeid in dienstbetrekking gedurende de voorbereidingsperiode van ten hoogste twaalf maanden. Hierbij kan onder andere worden afgeweken van paragraaf 7.1 van de Wwb, waarin de financiering is geregeld.
     Met het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) is invulling gegeven aan artikel 7 van de Invoeringswet Wwb. In artikel 50, eerste lid, van het Bbz 2004 is geregeld dat voor de ten laste van de gemeente gebleven kosten, bedoeld in artikel 48 van het Bbz 2004, die op grond van het eerste lid van dat artikel niet voor vergoeding in aanmerking komen het Rijk jaarlijks een uitkering aan de gemeente verstrekt, met dien verstande dat geen uitkering wordt verstrekt voor op grond van artikel 52 van de Wwb verleende algemene bijstand. Op grond van artikel 50, tweede lid, van het Bbz 2004 wordt de berekeningswijze van het bedrag van de uitkering vastgelegd in deze ministeriĆ«le regeling.

 

Verdeelsystematiek Bbz 2004


     Het uitkeringsbedrag Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2007 is berekend volgens dezelfde systematiek als het uitkeringsbedrag Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2006, zoals vastgelegd in de Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2006. Voor de berekening van de uitkeringen voor het uitvoeringsjaar 2006 werd gebruikgemaakt van de gemeentelijke uitkeringslasten 2003. Bij de berekening voor 2007 zal gebruik worden gemaakt van de gemeentelijke uitkeringslasten 2004. Het uitkeringsbedrag Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2007 wordt dus berekend als het procentuele aandeel van de gemeente in de totale landelijke uitkeringsuitgaven Bbz 2004 in het uitvoeringsjaar 2004 vermenigvuldigd met het macrobudget Bbz 2004 voor het jaar 2007. De gegevens over de uitkeringsuitgaven 2004 zijn afkomstig uit de gemeentelijke kostenopgaven over 2004. Voor de verdeelmaatstaf wordt uitgegaan van de Bbz 2004-uitkeringsuitgaven die over heel 2004 zijn gedeclareerd ten laste van de volgende codes in de kwartaaldeclaratieformulieren:
- bijstand om niet (code 501);
- uitgaven met betrekking tot renteloze lening (code 511);
- uitgaven met betrekking tot bedrijfskapitaal (code 521);
- uitgaven met betrekking tot voorbereidingskrediet renteloos (code 531).
     De op uitgavencode 532 verantwoorde uitgaven met betrekking tot rentedragende voorbereidingskredieten blijven buiten beschouwing omdat op deze code geen nieuwe uitgaven worden aangegeven, doch uitsluitend de omzetting van voorbereidingskredieten van renteloos naar rentedragend wordt verantwoord. Ook deze berekeningswijze is overeenkomstig de in 2006 toegepaste methode.
     In tegenstelling tot de budgetten voor het uitvoeringsjaar 2006 zullen voor het uitvoeringsjaar 2007 de budgetten ook bij een samenwerkingsverband in de vorm van een openbaar lichaam waaraan de uitvoering van het Bbz 2004 in zijn geheel is overgedragen, worden toegekend aan de individuele gemeenten. Dit onder voorbehoud van de tijdige inwerkingtreding van het wetsvoorstel houdende regels inzake de financiering bij uitvoering van socialezekerheidswetten door intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en inzake voorschotverstrekking op grond van de Wet werk en bijstand (Kamerstukken II 2005-2006, 30 679). Indien al sprake was van samenwerking in het jaar 2004, dan worden de uitgaven van het samenwerkingsverband aan de individuele gemeenten toegerekend op basis van het aandeel van de gemeenten in het gemiddelde jaarvolume Bbz 2004 in 2004 van het samenwerkingsverband.
     Met deze regeling wordt in artikel 3 gelijktijdig de Regeling uitkeringen gemeenten Bbz 2004 voor het uitvoeringsjaar 2006 ingetrokken. Deze regeling heeft na het jaar 2006 geen functie meer.
     Ten slotte wordt de inwerkingtreding van artikel 2, tweede lid, gekoppeld aan de inwerkingtreding van artikel 8a van het Besluit Wwb 2007 met ingang van 1 januari 2007.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
.