Door gebruik te maken van deze website gaat u akkoord met de cookies voor Google-advertenties. Meer info.

 
 

 

St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

KAMERSTUKKEN

 

WET  WERK  EN  BIJSTAND

 

 

 

rblz.|1| 

Kamerstukken I 2003-2004, 28 870

Vaststelling van een wet inzake ondersteuning bij arbeidsinschakeling en verlening van bijstand door gemeenten (Wet werk en bijstand)


Kamerstukken I 2003-2004, 28 960

Invoering van de Wet werk en bijstand (Invoeringswet Wet werk en bijstand)

 

 

xBx MEMORIE  VAN  ANTWOORD

 

1 Inleiding
2 Algemeen
3 Arbeidsinschakeling en reÔntegratie
A Rechten en plichten
B ReÔntegratie
4 Inkomenswaarborg en armoedeval
5 Financiering
A Inkomensdeel
B Werkdeel
6 Uitvoering en samenwerkingsaspecten
7 Rijkstoezicht
8 Rechtsbescherming
9x Overige onderwerpen

 

 

Ontvangen 26 september 2003

 

     Met bijzondere belangstelling heeft het kabinet kennis genomen van het voorlopig verslag van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het doet ons genoegen dat de commissie bereid is geweest het verslag binnen een korte termijn op te stellen.
     De belangrijkste punten waarop de vragen van de fracties betrekking hebben zijn:
- hoogte en de verdeling van de beschikbare budgetten voor de uitkeringslasten (inkomensdeel) en het vrij besteedbare reÔntegratiebudget (werkdeel);
- benodigde tijd en ondersteuning voor een goede implementatie;
- verplichte uitbesteding van reÔntegratieactiviteiten;
- afschaffing van de categoriale bijzondere bijstand;
- uitwerking van de samenhang tussen de arbeidsverplichting en de zorgplicht van alleenstaande ouders;
- reikwijdte van de decentralisatie;
- positie en rechtsbescherming van cliŽnten.

     In de navolgende hoofdstukken van deze memorie van antwoord wordt op deze en andere punten uitgebreid ingegaan.

 

1. Inleiding  [VV]


     De leden van de CDA-fractie verwijzen naar de totstandkoming van de Algemene Bijstandswet in 1963. Minister Klompť gaf toen inhoud aan de overgang van "genade naar recht" door een bodem in het bestaan te leggen voor mensen die niet op eigen kracht in de noodzakelijke kosten van het bestaan konden voorzien. Dit uitgangspunt werd door haar onderstreept met de legendarische woorden "het bloemetje op tafel". De leden van de CDA-fractie vragen de staatssecretaris of ze hem erop kunnen aanspreken dat de omslag van genade naar recht in de Wet werk en bijstand behouden zal blijven.

     Kernelement van bijstandverlening was en blijft het uitgangspunt van de Algemene Bijstandswet dat een ieder die niet op eigen kracht in het bestaan kan voorzien recht heeft op bijstand van overheidswege en dat daarmee voor een ieder een menswaardig bestaan is gegarandeerd. Bij de rblz.|2| behandeling van dit wetsvoorstel in de Tweede Kamer is in het begin van het antwoord van het kabinet in eerste termijn nadrukkelijk ingegaan op deze continuÔteit in de uitgangspunten van het stelsel van bijstandverlening die de Algemene Bijstandswet van 1965 verbindt met het onderhavige wetsvoorstel. Daarmee is gemarkeerd dat deze uitgangspunten onverminderd van kracht blijven en dat het kabinet er dus op kan worden aangesproken dat iedereen die het op eigen kracht niet redt, recht heeft op vrijwaring van armoede.

 

2. Algemeen  [VV]


Positie gemeenten  [VV]

     De leden van de PvdA-fractie vragen om aan te geven waarom het kabinet zoín groot vertrouwen heeft in de gemeentelijke overheid, dat de cliŽnt in goede handen is, dat er geen rechtsongelijkheid is en dat de gemeenten de gevolgen financieel kunnen dragen.

     Dat de gemeente, als overheidsinstantie die het dichtst bij de burger staat, het meest aangewezen is om bijstand te verlenen, is sinds de Algemene Bijstandswet van 1965 een bestendig uitgangspunt van de wetgever. De lijn die met de nieuwe Algemene bijstandswet van 1996, de Wet inschakeling werkzoekenden en het Besluit in- en doorstroombanen is ingezet om de verantwoordelijkheid van de gemeenten voor bijstand en reÔntegratie te vergroten, wordt met dit wetsvoorstel verder doorgetrokken. Het kabinet meent hiermee de effectiviteit te optimaliseren die met de uitvoering door gemeenten wordt beoogd.
     Het kabinet gaat ervan uit dat verschillen die ontstaan in de uitvoering functioneel zullen zijn voor het bereiken van de doelstellingen van de wet. Bovendien zullen de verschillen beperkt worden door de eisen van zorgvuldigheid en proportionaliteit waaraan de gemeentelijke uitvoering moet voldoen. Belangrijk is daarbij dat de systematiek van de uitkeringsnormen geen deel uitmaakt van de in dit wetsvoorstel geÔntroduceerde gemeentelijke beleidsvrijheid.
     De financiŽle systematiek van het wetsvoorstel biedt aan de gemeenten kansen en risicoís. Deze risicoís worden beperkt door de toereikendheid van het macrobudget voor de uitkeringen, de gedeeltelijke en beperkte toepassing van het objectief verdeelmodel, de beperking van de ex-anteherverdeeleffecten van het objectief verdeelmodel en de ex-postmogelijkheid van een aanvullende uitkering. Dit geheel van maatregelen geeft aan de gemeenten voldoende mogelijkheden de aan de uitvoering van deze wet verbonden risicoís financieel te dragen.


Rechtsongelijkheid tussen inwoners van verschillende gemeenten  [VV]

     De leden van de GroenLinks-fractie vragen of er geen enkele begrenzing is aan de mogelijke rechtsongelijkheid. Deze leden wijzen daarbij niet alleen op plaatselijke werkgelegenheidsomstandigheden of omstandigheden van de cliŽnt, maar ook op de dominante politieke kleur van de gemeenten. De leden van de SP-fractie vragen welke rechtsongelijkheid voor de minister nog acceptabel is, wanneer de minister gaat ingrijpen en welk beroep er voor de burger beschikbaar is. Ook de leden van de SGP-fractie geven aan beducht te zijn voor mogelijke rechtsongelijkheid, bijvoorbeeld bij het verlenen van individuele bijstand.

     Met betrekking tot ongelijke behandeling als gevolg van beleidsmatige verschillen in de uitvoering tussen gemeenten onderling geldt dat enige ongelijkheid een bewust aanvaard en ook toelaatbaar gevolg kan zijn van de keuze voor decentralisatie van bevoegdheden. Het kabinet meent echter dat de decentralisatie van de Wwb niet zonder meer zal leiden tot rblz.|3| grotere verschillen tussen gemeenten. Zo biedt de afschaffing van de categoriale bijzondere bijstand en de invoering van de langdurigheidstoeslag betere waarborgen dan de Abw, dat op het terrein van de aanvullende inkomensondersteuning personen in gelijke situaties ook gelijk worden behandeld. Ook voor de reÔntegratie geldt dat de grotere effectiviteit van de Wwb ertoe kan leiden dat verschillen tussen gemeenten worden verkleind doordat een ieder naar zijn mogelijkheden wordt geactiveerd. Een vrijheid in de keuze van

 

 

 


Klik hier om de volledige, bijgewerkte pagina te verkrijgen.



 

 

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | kamerstukken | Wwb | IWwb | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x