Geschiedenis van deze regeling:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2020   Intrekking Stcrt. 2019, 65338 Stcrt. 2019, 65338
01-01-2019   Nieuwe regeling Stcrt. 2018, 69402 Stcrt. 2018, 69402

 

 

REGELING van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 december 2018, 2018-0000171280, tot vaststelling van de aantallen beschut werk voor het jaar 2019 (Regeling vaststelling aantallen beschut werk 2019)

     De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
     Gelet op artikel 10b, vierde lid, van de Participatiewet;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Aantallen beschut werk
Het aantal ten minste te realiseren dienstbetrekkingen, bedoeld in artikel 10b, eerste lid, van de Participatiewet, wordt voor het jaar 2019 vastgesteld op het in de bijlage bij deze regeling bepaalde aantal per gemeente.

 

Art. 2. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019 en vervalt met ingang van 1 januari 2020.

 

Art. 3. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling aantallen beschut werk 2019.

 

 

     Deze regeling zal met de toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.

 

Den Haag, 3 december 2018
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
T. van Ark

 

 

 

BIJLAGE

Aantallen beschut werk ultimo 2019

 

Voor de bijlage zie Staatscourant 2018, 69402, red.

 

 

 

TOELICHTING
[3 december 2018]

 

     Met inwerkingtreding per 1 januari 2017 van de Wet van 14 december 2016 tot wijziging van de Participatiewet en enkele andere wetten in verband met het verplichten van beschut werk en met betrekking tot het quotum van arbeidsbeperkten en het openstellen van de Praktijkroute (Stb. 2016, 519) is het voor gemeenten verplicht om de voorziening beschut werk aan te bieden aan personen die daarop zijn aangewezen. In artikel 10b, vierde lid, van de Participatiewet is opgenomen dat bij ministeriële regeling het aantal te realiseren beschutwerkplekken kan worden vastgesteld per gemeente. Deze aantallen zullen in 2048 bij elkaar opgeteld overeenkomen met de aantallen in de raming en daarmee de financiering vanuit het Rijk.

     Het Rijk heeft via de integratie-uitkering sociaal domein aan gemeenten financiële middelen beschikbaar gesteld voor de begeleiding van de nieuwe doelgroep naar beschut werk. De colleges moeten in één jaar, zover de behoefte daartoe bestaat (de behoefte wordt bepaald door het aantal door het UWV [Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, red.] afgegeven positieve adviezen), ten minste het aantal beschutwerkplekken realiseren als vastgelegd in deze ministeriële regeling. Bij de totstandkoming van de Participatiewet zijn middelen aan gemeenten beschikbaar gesteld oplopend tot structureel ruim 30 000 beschutwerkplekken tegen een gemiddeld dienstverband van 31 uur per week in 2048. Dit betekent dat gemeenten evenredig meer moeten realiseren bij dienstverbanden van minder dan 31 uur per week en evenredig minder behoeven te realiseren bij dienstverbanden van meer dan 31 uur.

     Bij inwerkingtreding per 1 januari 2017 is afgesproken om een ingroeipad te hanteren om de niet-gerealiseerde aantallen beschut werk over 2015 en 2016 (in totaal circa 3000 plekken) in te halen in de periode 2017 tot en met 2021, dus vijf jaar. Het budget is daarbij niet aangepast. Voor de komende vijf jaar gaat het om de volgende aantallen:

Aantallen ultimo 2019 2020 2021 2022 2023
  6000 7400 8600 ¹ 9500 10 300

1. Ten opzichte van de vastgestelde aantallen van vorig jaar is ultimo stand 2021 vanwege een technische correctie bijgesteld van 8800 naar 8600 beschutwerkplekken.

     De aantallen zijn (net als de financiële middelen voor beschut werk) verdeeld over de gemeenten op basis van de gemeentelijke instroom in de Wajong-werkregeling en de Wsw in de periode 2012-2014.
     Nieuw ten opzichte van 2018 is dat alle gemeenten ten minste een bedrag ontvangen dat gelijk is aan het beschikbaar gestelde bedrag voor de begeleidingskosten van één beschutte werkplek (€|8500,-) en dat voor iedere gemeente hierdoor het aantal ten minste één bedraagt. Hierdoor wordt bereikt dat iedere gemeente ten minste één beschutte werkplek kan creëren als de behoefte zich voordoet. Voor 2019 waren er enkele zogenaamde nul-gemeenten opgenomen in deze regeling die geen of weinig financiering kregen. Dat was verklaarbaar omdat in het verleden in deze gemeenten geen of een lage instroom in de Wajong-werkregeling en de Wsw in de periode 2012-2014 was.
     Het is echter ongewenst dat een gemeente geen geld voor de begeleiding van een beschut werker zou hebben.

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
T. van Ark