Geschiedenis van deze beleidsregel:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
01-01-2017   Nieuwe regeling Stcrt. 2016, 56097 Stb. 2016, 421

 

 

     Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen;
     Gelet op de artikelen 25 en 27a van de Werkloosheidswet, 12 en 21 van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen, 31, 45a en 49 van de Ziektewet, 29a en 80 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 48 en 70 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 2:69, 3:40 en 3:74 Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, 27, eerste lid, en 91 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, 3:16 en 3:27, eerste lid, onderdeel f, van de Wet arbeid en zorg, 12 en 14a van de Toeslagenwet, titel 5.4 van de Algemene wet bestuursrecht en het Boetebesluit socialezekerheidswetten;

     Besluit:

 

 

Art. 1. Definities
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. TW: Toeslagenwet;
b. WW: Werkloosheidswet;
c. IOW: Wet inkomensvoorziening oudere werklozen;
d. ZW: Ziektewet;
e. Wet WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen;
f. WAO: Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;
g. WAZ: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen;
h. Wazo: Wet arbeid en zorg;
i. Wajong: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten;
j. Awb: Algemene wet bestuursrecht;
k. WvSr: Wetboek van Strafrecht;
l. Regeling tenuitvoerlegging: Regeling tenuitvoerlegging bestuurlijke boeten en terugvordering onverschuldigde betalingen (Stcrt. 2009, 117);
m. UWV: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
n. wet: regeling van de bestuurlijke boete in de TW, WW, IOW, ZW, Wet WIA, WAO, WAZ, Wazo of Wajong;
o. aflossingscapaciteit: het bedrag vastgesteld met inachtneming van de Regeling tenuitvoerlegging;
p. afstemming: de verplichting om in elk individueel geval het boetebedrag vast te stellen in overeenstemming met de ernst van de overtreding, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van het geval, bedoeld in artikel 5:46, tweede lid, van de Awb;
q. benadelingsbedrag: het bedrag zoals bepaald in artikel 27a, tweede lid, van de WW, artikel 21, tweede lid, van de IOW, artikel 45a, tweede lid, van de ZW, artikel 29a, tweede lid, van de WAO, artikel 48, tweede lid, van de WAZ, artikelen 2:69, tweede lid, en 3:40, tweede lid, van de Wajong, artikel 91, tweede lid, van de Wet WIA en artikel 14a, tweede lid, van de TW;
r. beslagvrije voet: het bedrag vastgesteld op grond van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering;
s. betrokkene: de persoon aan wie de bestuurlijke boete wordt opgelegd;
t. bestuurlijke boete: de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, van de WW, artikel 21, eerste lid, van de IOW, artikel 45a, eerste lid, van de ZW, artikel 3:16 eerste lid, onderdeel o, en artikel 3:27, eerste lid, onderdeel m, van de Wazo, artikel 29a, eerste lid, van de WAO, artikel 48, eerste lid, van de WAZ, artikel 2:69, eerste lid, en artikel 3:40, eerste lid, van de Wajong, artikel 91, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 14a, eerste lid, van de TW;
u. inlichtingenverplichting: de verplichting, bedoeld in artikel 25 van de WW, artikel 12, eerste lid, van de IOW, artikelen 31, eerste lid, en 49 van de ZW, artikel 3:27, eerste lid, onderdeel f, van de Wazo, artikel 80 van de WAO, artikel 70 van de WAZ, artikelen 2:7, eerste lid, en 3:74 van de Wajong, artikel 27, eerste lid, van de Wet WIA en artikel 12 van de TW;
v. recidive: recidive overtreding zoals bepaald in artikel 27a, vijfde lid, van de WW, artikel 21, vijfde lid, van de IOW, artikel 45a, vijfde lid, van de ZW, artikel 29a, vijfde lid, van de WAO, artikel 48, vijfde lid, van de WAZ, artikelen 2:69, vijfde lid, en 3:40, vijfde lid, van de Wajong, artikel 91, vijfde lid, van de Wet WIA en artikel 14a, vijfde lid, van de TW;
w. schriftelijke waarschuwing: de schriftelijke waarschuwing, bedoeld in artikel 27a, vierde lid, van de WW, artikel 21, vierde lid, van de IOW, artikel 45a, vierde lid, van de ZW, artikel 29a, vierde lid, van de WAO, artikel 48, vierde lid, van de WAZ, artikelen 2:69, vierde lid, en 3:40, vierde lid, van de Wajong, artikel 91, vierde lid, van de Wet WIA en artikel 14a, vierde lid, van de TW.

 

Art. 2. Inlichtingenverplichting
-1. Betrokkene heeft onverwijld aan de spontane inlichtingenverplichting voldaan als de inlichtingen over de wijziging van feiten of omstandigheden binnen één week door het UWV zijn ontvangen.
-2. In afwijking van het eerste lid geldt voor de ZW een termijn van twee dagen.

 

Art. 3. Berekening van de bestuurlijke boete
-1. Behoudens de gevallen waarin het UWV geen gebruikmaakt van de schriftelijke waarschuwingsbevoegdheid en de bestuurlijke boete vaststelt op basis van een gefixeerd bedrag of het UWV de bestuurlijke boete verlaagt in verband met draagkracht, wordt de bestuurlijke boete berekend door middel van

 

 

 


De volledige, bijgewerkte pagina is alleen voor abonnees beschikbaar.
Voor meer informatie klik hier.