Geschiedenis van dit reglement:

Datum inwerkingtreding Terugwerkende kracht t/m Betreft Bekendmaking regeling Bekendmaking inwerkingtreding
30-12-2005 29-12-2005 Intrekking Stcrt. 2005, 252 Stcrt. 2005, 252
01-01-2001   Nieuwe regeling Stcrt. 2001, 26 Stcrt. 2001, 26

 

 

     Het Landelijk instituut sociale verzekeringen;
     Gelet op de hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene wet bestuursrecht;

     Besluit:

 

 

Art. 1. definities
In dit reglement wordt verstaan onder:
a. de wet: de Algemene wet bestuursrecht;
b. het Lisv: het Landelijk instituut sociale verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997; ¹
c. de uitvoeringsinstelling: de uitvoeringsinstelling waarmee het Lisv een administratieovereenkomst als bedoeld in artikel 41 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 heeft gesloten ten behoeve van de sector; ¹
d. beschikking: een besluit als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de wet;
e. bijzonder besluit: een besluit waaraan een beoordeling van medische gegevens, strafrechtelijke gegevens of gegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid of seksuele leven ten grondslag ligt;
f. medisch besluit: een bijzonder besluit waaraan een beoordeling van medische gegevens ten grondslag ligt;
g. bezwaarschrift: een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 6:4 van de wet;
h. belanghebbende: een belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de wet;
i. werknemer: de belanghebbende op wiens gegevens de beoordeling betrekking heeft;
j. de werkgever: de belanghebbende bij een bijzonder besluit, niet zijnde de werknemer.

1. Zie hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, red.

 

Art. 2. mandaatverlening
-1. Het Lisv heeft de volledige behandeling van bezwaarschriften in het kader van de wet gemandateerd aan de directie van de uitvoeringsinstelling.
-2. Het eerste lid is niet van toepassing op bezwaarprocedures die betrekking hebben op beschikkingen die zijn gebaseerd op de artikelen 44 Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en 51, 52 en 53 Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en op beschikkingen die een sectorraad betreffen als bedoeld in hoofdstuk 4, paragraaf 4, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997

1. De sectorraden maken geen onderdeel uit van de met ingang van 1 januari 2002 in werking getreden Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen; de sectoren kunnen vanaf die datum via de Raad voor werk en inkomen (RWI) hun wensen ten aanzien van de uitvoering kenbaar maken, red.

 

Art. 3. ontvangstbevestiging
-1. Op het bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.
-2. De uitvoeringsinstelling bevestigt de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk binnen vijf werkdagen na ontvangst.
-3. De uitvoeringsinstelling brengt daarnaast andere belanghebbenden binnen vijf werkdagen na ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk op de hoogte van het ingediende bezwaar.

 

Art. 4. vertegenwoordiging
-1. Als het bezwaarschrift is ingediend (mede) namens een natuurlijk of rechtspersoon, kan een schriftelijke machtiging worden verlangd.
-2. Als de uitvoeringsinstelling een schriftelijke machtiging verlangt, stelt zij de indiener in de gelegenheid binnen twee weken een machtiging te overleggen. Eerst na ontvangst van de machtiging wordt het bezwaarschrift verder in behandeling genomen.
-3. Als een gevraagde machtiging niet op tijd is verstrekt, wordt degene namens wie het bezwaarschrift is ingediend schriftelijk verzocht binnen twee weken de bedoelde machtiging over te leggen, dan wel te verklaren dat hij zelf het bezwaar heeft ingediend, op straffe van niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.

 

Art. 5. vormverzuimen
-1. Als niet is voldaan aan artikel 6:5 van de wet of aan enig ander wettelijk vereiste, wordt de indiener in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen vier weken te herstellen.
-2. Bij overschrijding van deze termijn kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 6. vormverzuimen bij medische besluiten
-1. In afwijking van het bepaalde artikel 6:5 van de wet worden de gronden van bezwaar die betrekking hebben op medische gegevens op een aparte bijlage vermeld.
-2. Bij het niet nakomen van het bepaalde in het eerste lid kan de indiener in de gelegenheid worden gesteld zijn verzuim binnen vier weken te herstellen.
-3. Bij overschrijding van deze termijn kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 7. aanvullende gronden van bezwaar
-1. Als de indiener verzoekt om uitstel voor aanvulling van de gronden van het bezwaar, krijgt hij hiertoe vier weken de gelegenheid.
-2. Bij overschrijding van deze termijn baseert de uitvoeringsinstelling de beslissing op het op dat moment voorliggende bezwaar.

 

Art. 8. prematuur bezwaar
-1. Als artikel 6:10 van de wet van toepassing is, stelt de uitvoeringsinstelling de indiener in de gelegenheid de gronden van zijn bezwaar aan te vullen binnen vier weken na de dag van verzending van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht.
-2. Bij overschrijding van deze termijn baseert de uitvoeringsinstelling de beslissing op het op dat moment voorliggende bezwaar.

 

Art. 9. termijnoverschrijding
-1. De uitvoeringsinstelling stelt de indiener van een bezwaarschrift dat is ingediend na afloop van de wettelijke termijn, in de gelegenheid zijn zienswijze over het verzuim binnen vier weken naar voren te brengen.
-2. Bij overschrijding van deze termijn kan het bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard.

 

Art. 10. betrokkenheid andere belanghebbenden dan de indiener
-1. De uitvoeringsinstelling stuurt het bezwaarschrift, met uitzondering van de bijlage als bedoeld in het eerste lid van artikel 6, aan de belanghebbenden als bedoeld in het derde lid van artikel 3, met de vraag of deze bij de verdere voortgang van de procedure betrokken willen worden.
-2. Het verzoek als bedoeld in het eerste lid staat los van de toezending van de beslissing op bezwaar.
-3. De werknemer wordt ongevraagd bij de verdere voortgang van de procedure betrokken.

 

Art. 11. inschakeling van bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige
-1. Beoordeling van de medische en/of arbeidskundige aspecten van het bezwaar vindt plaats door een bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige die hiertoe is geregistreerd door het Lisv.
-2. De bezwaarverzekeringsarts beoordeelt de medische gegevens en geeft - zo nodig na een eigen onderzoek of consultatie van een hiertoe ingeschakelde deskundige - een oordeel over het medische aspect van het bezwaar.
-3. De bezwaararbeidsdeskundige beoordeelt de arbeidsdeskundige aspecten en geeft - zo nodig na een eigen onderzoek of consultatie van een hiertoe ingeschakelde deskundige - een oordeel over het arbeidskundige aspect van het bezwaar.
-4. De uitvoeringsinstelling betrekt het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige bij de beslissing op bezwaar.

 

Art. 12. de hoorzitting
-1. De uitvoeringsinstelling bepaalt de plaats en het tijdstip van de zitting waarop belanghebbenden in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord.
-2. De uitvoeringsinstelling kan van een gemachtigde verlangen dat hij bij het begin van de zitting een schriftelijke machtiging overlegt, tenzij de belanghebbende zelf met hem verschijnt of de gemachtigde advocaat of procureur is.
-3. Het horen van belanghebbenden geschiedt met inachtneming van het bepaalde in artikel 7:5 van de wet door één of meer medewerkers van de uitvoeringsinstelling.
-4. Als één van de in artikel 7:3 van de wet genoemde gevallen zich voordoet, beslist de uitvoeringsinstelling of van het horen van belanghebbenden wordt afgezien.

 

Art. 13. hoorzitting bij bezwaar tegen bijzondere besluiten
-1. In aanvulling op artikel 12 geldt bij bezwaar tegen bijzondere besluiten het bepaalde in dit artikel.
-2. De hoorzitting is gesplitst in een deel waarin bijzondere gegevens van de werknemer worden behandeld en een deel waarin de overige aspecten van het bezwaar aan de orde worden gebracht.
-3. De werkgever heeft geen toegang tot het deel van de hoorzitting waarin de bijzondere gegevens over zijn werknemer worden behandeld, tenzij de werknemer toestemming heeft verleend als bedoeld in artikel 16.
-4. Het derde lid is bij medische besluiten niet van toepassing op de gemachtigde van de werkgever die arts is.

 

Art. 14. uitnodiging voor hoorzitting
-1. De uitvoeringsinstelling deelt belanghebbenden ten minste twee weken vóór de zitting schriftelijk mede dat zij in de gelegenheid worden gesteld te worden gehoord. In overleg kan de uitvoeringsinstelling deze termijn verkorten.
-2. In de uitnodiging wordt zo nodig gewezen op het bepaalde in artikel 13.
-3. Als belanghebbenden wijziging wensen van het tijdstip of de plaats van de hoorzitting, kan onder opgaaf van redenen een verzoek daartoe binnen één week worden ingediend.
-4. De uitvoeringsinstelling beslist zo spoedig mogelijk na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het derde lid. De beslissing wordt onverwijld schriftelijk aan belanghebbenden medegedeeld.

 

Art. 15. toezending en inzage
-1. Voorafgaand aan de hoorzitting kan de uitvoeringsinstelling het bezwaarschrift en alle andere op de zaak betrekking hebbende stukken kosteloos aan belanghebbenden sturen.
-2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid liggen het bezwaarschrift en alle andere op de zaak betrekking hebbende stukken voorafgaand aan de hoorzitting één week ter inzage voor belanghebbenden op een door de uitvoeringsinstelling te bepalen plaats en tijdstip.
-3. Belanghebbenden worden op de terinzagelegging gewezen in de uitnodiging voor de hoorzitting, genoemd in artikel 14.
-4. Belanghebbenden kunnen van de in het tweede lid bedoelde stukken, voor zover niet reeds toegezonden, kosteloos afschriften krijgen.

 

Art. 16. toezending en inzage bij bezwaren tegen bijzondere besluiten
-1. De werkgever heeft in afwijking van het bepaalde in artikel 15, eerste en tweede lid, slechts recht op inzage in, dan wel kennisname of toezending van enig stuk dat bijzondere gegevens bevat, als de werknemer hiervoor schriftelijk toestemming heeft gegeven aan de uitvoeringsinstelling.
-2. De uitvoeringsinstelling verstrekt de werknemer hiertoe een machtigingsformulier, dat gelijktijdig met de mededeling als bedoeld in het tweede en/of derde lid van artikel 3 wordt verzonden.
-3. De toestemming kan schriftelijk - en tijdens de hoorzitting mondeling - worden ingetrokken. Intrekking van eerder verleende toestemming werkt niet terug.
-4. De toestemming omvat alle op de zaak betrekking hebbende bijzondere gegevens, met inbegrip van de gegevens die in de loop van de procedure worden ontvangen en/of opgemaakt en de toegang van de werkgever tot het gedeelte van de hoorzitting als bedoeld in artikel 13, derde lid, tenzij de uitvoeringsinstelling over bepaalde stukken - gelet op de inhoud daarvan - twijfelt of de toestemming mede deze stukken omvat, dan wel de toestemming wordt ingetrokken zoals bedoeld in het derde lid.
-5. In afwijking van het bepaalde in dit artikel is de toestemming niet vereist voor inzage en kennisname door of toezending van medische gegevens aan de gemachtigde van de werkgever als bedoeld in artikel 13, vierde lid.

 

Art. 17. openbaarheid van de hoorzitting
-1. De hoorzitting is niet openbaar.
-2. Belanghebbenden kunnen onder opgaaf van redenen verzoeken anderen de hoorzitting geheel of gedeeltelijk te laten bijwonen.
-3. De uitvoeringsinstelling beslist op dit verzoek.

 

Art. 18. tolken
-1. Bij de hoorzitting kan op verzoek van belanghebbenden of op aanwijzing van de uitvoeringsinstelling gebruik worden gemaakt van de diensten van een tolk.
-2. De uitvoeringsinstelling beslist op een verzoek om gebruik te mogen maken van een tolk.
-3. De uitvoeringsinstelling zorgt voor de beschikbaarheid en vergoeding van de tolk.

 

Art. 19. intrekking van het bezwaar
Als de indiener zijn bezwaar intrekt, wordt dit schriftelijk bevestigd aan belanghebbenden.

 

Art. 20. verslag van de hoorzitting
-1. Van de hoorzitting wordt een schriftelijk verslag gemaakt. Het verslag vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. Het houdt een korte vermelding in van al hetgeen over en weer is gezegd en van al hetgeen voor het overige ter zitting is voorgevallen, voor zover dit voor de zaak relevant is.
-2. Het verslag verwijst naar de stukken die ter zitting zijn overgelegd.
-3. Het verslag wordt ondertekend door degene die het verslag heeft gemaakt en, als het horen gebeurde door meerdere medewerkers, door de voorzitter van de hoorzitting.
-4. Aan belanghebbenden wordt op verzoek kosteloos een afschrift van het verslag gestuurd.
-5. Als artikel 13 toepassing heeft gevonden en de hoorzitting is gesplitst, maakt de uitvoeringsinstelling een verslag van het deel waarin de bijzondere aspecten zijn behandeld en een verslag waarin de overige aspecten van het bezwaar zijn behandeld. Artikel 16 van dit reglement is dan van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 21. nader onderzoek
-1. Als na afloop van de hoorzitting blijkt dat een nader onderzoek wenselijk is, wordt daarvan schriftelijk mededeling gedaan aan belanghebbenden.
-2. De resultaten van het onderzoek worden in afschrift aan belanghebbenden toegezonden. Artikel 16 van dit reglement is van overeenkomstige toepassing.
-3. Een nieuwe hoorzitting wordt in ieder geval gehouden indien artikel 7:9 van de wet van toepassing is of indien belanghebbenden daarom verzoeken binnen één week na verzending van de informatie als bedoeld in het tweede lid.
-4. Op de nieuwe hoorzitting als bedoeld in het derde lid zijn de bepalingen in dit reglement die betrekking hebben op de hoorzitting van overeenkomstige toepassing.

 

Art. 22. verdaging
-1. Als de beslissing op bezwaar niet kan worden genomen binnen de daarvoor geldende wettelijk termijn, verdaagt de uitvoeringsinstelling de beslissing voor ten hoogste vier weken.
-2. Verdere vertraging in de afgifte van de beslissing op bezwaar is na ommekomst van de verlengde termijn als bedoeld in het eerste lid slechts mogelijk voor zover de indiener van het bezwaarschrift daarmee instemt en andere belanghebbenden daardoor niet in hun belangen kunnen worden geschaad of ermee instemmen.
-3. Belanghebbenden worden schriftelijk geïnformeerd over de in het eerste en tweede lid bedoelde verdaging.

 

Art. 23. geneeskundige geschillen Ziektewet
Voor geschillen van geneeskundige aard omtrent het al dan niet voortbestaan van de ongeschiktheid tot werken in het kader van de Ziektewet geldt in afwijking van het bepaalde in artikel 4, tweede en derde lid: een termijn van één week;
artikel 5, eerste lid: een termijn van één week;
artikel 7, eerste lid: een termijn van één week;
artikel 8, eerste lid: een termijn van twee weken;
artikel 9: een termijn van twee weken;
artikel 14, eerste lid: een termijn van twee dagen, waarbij de mededeling mondeling plaats kan vinden;
artikel 14, derde lid: een termijn van één dag;
artikel 15, tweede lid: een termijn van twee dagen.

 

Art. 24. uitvoering door Lisv zelf
Bij een bezwaarprocedure als bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden de in dit reglement genoemde beslissingen en mededelingen genomen respectievelijk gedaan door het Lisv.

 

Art. 25. beslissing op bezwaar
-1. De beslissing op bezwaar betreft alle op het bestreden besluit ingediende bezwaarschriften en wordt genomen door de directie van de uitvoeringsinstelling of door een medewerker van de uitvoeringsinstelling die hiertoe door de directie is aangewezen.
-2. Als artikel 24 van dit reglement van toepassing is, wordt de beslissing op bezwaar genomen door een commissie uit het bestuur van het Lisv.
-3. De beslissing op bezwaar wordt in elk geval niet genomen door iemand die betrokken was bij het nemen van de bestreden beslissing.

 

Art. 26. beslissing op bezwaar bij bijzondere besluiten
-1. De motivering van de beslissing op bezwaar vindt - voor zover deze betrekking heeft op bijzondere gegevens - plaats op een aparte bijlage.
-2. De bijlage als bedoeld in het eerste lid wordt niet aan de werkgever verstrekt, tenzij de werknemer toestemming heeft verleend als bedoeld in artikel 16.
-3. De bijlage als bedoeld in het eerste lid wordt in geval van medische besluiten verstrekt aan de gemachtigde van werkgever die arts is.

 

Art. 27. termijnen en tijdigheid
-1. Wanneer aan een verzoek van de uitvoeringsinstellingen aan de indiener en/of andere belanghebbenden een termijn is verbonden, gaat deze termijn in op de dag na verzending van de hiertoe strekkende mededeling.
-2. Een (gevraagd) schriftelijk document of verklaring heeft de uitvoeringsinstelling op tijd ontvangen als deze vóór het eind van de gestelde termijn is ontvangen. Hierbij geldt dat een per post ontvangen stuk tijdig is als het uiterlijk op de laatste dag van de termijn per post is bezorgd en binnen één week hierna is ontvangen.

 

Art. 28. intrekking eerdere reglement
Het Reglement behandeling bezwaarschriften Lisv 1998 wordt ingetrokken.

 

Art. 29. inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2001.

 

Art. 30. citeertitel
Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement behandeling bezwaarschriften Lisv 2001.

 

 

Amsterdam, 13 december 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.

 

 

 

TOELICHTING
[13 december 2000]

 

Algemeen

 

     In dit reglement geeft het Lisv [zie Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), red.] aan hoe invulling wordt gegeven aan de bezwaarprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Bij de opstelling is ervoor gekozen om de dwingendrechtelijke voorschriften uit deze wet niet op te nemen, tenzij dit de overzichtelijkheid en de leesbaarheid vergroot.
     Dit reglement vervangt het Reglement behandeling bezwaarschriften 1998. De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van het reglement uit 1998 vloeien voort uit de invoering van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen, waardoor overheidswerkgevers belanghebbende zijn bij een WW-beslissing. Verder is - vooruitlopend op de invoering van de Wet bescherming persoonsgegevens - de privacybescherming van de werknemer uitgebreid tot alle bijzondere gegevens. Voorts is nadrukkelijker aangegeven hoe de termijnen in het reglement moeten worden vastgesteld en zijn deze aangescherpt. Hiertoe is onder meer de standaardmogelijkheid van verlengingen komen te vervallen.

 

 

Artikelsgewijze  toelichting

 

Artikel 1

     Artikel 1, onderdeel e, definieert het bijzonder besluit. Bij de opsomming van de persoonsgegevens waarvan de beoordeling aan een bijzonder besluit ten grondslag ligt, is aangesloten bij de bijzondere persoonsgegevens in de Wet bescherming persoonsgegevens. Een medisch besluit (artikel 1, onderdeel f) is een nader omschreven bijzonder besluit. Als de werkgever belanghebbende is, kunnen tegen dergelijke besluiten zowel de werknemer als de werkgever bezwaar indienen. Omdat de bijzondere persoonsgegevens een extra privacybescherming behoeven, gelden voor deze besluiten een aantal afwijkende of aanvullende eisen, die op verschillende plaatsen in het reglement terugkomen. Deze hebben als doel het beschermen van de privacy van de werknemer. Voor zover deze gegevens niet bepalend zijn voor de beslissing, worden deze in het kader van toezending en inzage zoveel mogelijk verwijderd of onleesbaar gemaakt.

 

Artikel 2

     De uitvoering van de socialewerknemersverzekeringswetten heeft het Lisv nagenoeg geheel opgedragen aan de uitvoeringsinstellingen Cadans, GAK, GUO, SFB en USZO. Deze uitvoeringstellingen nemen niet alleen het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt, maar beslissen ook op dit bezwaar. De bezwaarschriften die het Lisv zelf behandelt, betreffen de niet op de individuele verzekerde gerichte subsidieverzoeken die zijn gebaseerd op de Wet Rea, geschillen over de indeling van een werkgever in een sector en geschillen tussen het Lisv en sectorraden. Ieder besluit vermeldt overigens waar een bezwaarschrift kan worden ingediend.

 

Artikel 3

     Beslissend voor de beoordeling van de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift is de datum van ontvangst. Op alle bezwaarschriften wordt daarom de datum van ontvangst aangetekend. Artikel 6:14 Awb schrijft daarom ook voor dat de ontvangst van het bezwaarschrift schriftelijk wordt bevestigd. Dit geldt voor alle bezwaarschriften, dus ook voor bezwaarschriften die bij een niet-bevoegd bestuursorgaan zijn ingediend. Om deze reden is dit voorschrift opgenomen in het reglement.
     Wanneer tegen een beslissing door meerdere belanghebbenden bezwaar kon worden gemaakt, deelt de uitvoeringsinstelling daarnaast ook andere belanghebbenden mee dat er bezwaar is aangetekend tegen de beslissing. Deze zullen veelal ook separaat worden benaderd met de vraag of zij betrokken willen worden bij de verdere behandeling van de procedure. Dit is uitgewerkt in artikel 10.

 

Artikel 4

     Een machtiging wordt niet gevraagd van een advocaat of procureur.

 

Artikel 5

     Voor het herstel van verzuimen krijgt de indiener vier weken de tijd. De termijn die geldt voor het nemen van de beslissing op bezwaar wordt dan opgeschort.

 

Artikel 6

     In afwijking van artikel 6:5 Awb schrijft artikel 88f WAO voor dat de gronden die betrekking hebben op medische gegevens op een aparte bijlage moeten worden vermeld.
     Het is ongewenst om het bezwaar van de werknemer die zich niet laat bijstaan niet-ontvankelijk te verklaren als de inhoud van het bezwaarschrift aanwijzingen bevat dat de werknemer niet in staat zal zijn een splitsing in zijn bezwaarschrift aan te brengen. Voor zoveel als mogelijk zal de uitvoeringsinstelling - gegeven het laagdrempelige karakter van de procedure - in een dergelijk geval zelf tot de bedoelde splitsing overgaan.
     Als het bezwaarschrift is ingediend door een professionele rechtshulpverlener, zal de uitvoeringsinstelling de indiener altijd in de gelegenheid stellen om de gronden van het bezwaar die betrekking hebben op medische gegevens alsnog op een aparte bijlage te vermelden. Als geen gevolg wordt gegeven aan dit verzoek, zal het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard.

 

Artikel 9

     Een te laat ingediend bezwaarschrift wordt niet zonder meer niet-ontvankelijk verklaard. De indiener krijgt de gelegenheid om aan te geven of er sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding en dus voor toepassing van artikel 6:11 Awb. Wordt de gestelde termijn overschreden, dan wordt het bezwaarschrift alsnog niet-ontvankelijk verklaard.

 

Artikel 10

     De uitvoeringsinstelling heeft op grond van artikel 3 van het reglement andere belanghebbenden over het ingediende bezwaar geïnformeerd. Na herstel van eventuele vormverzuimen en de schriftelijke mededeling van de werknemer dat hij al dan niet toestemming geeft voor kennisname van de stukken met bijzondere gegevens door zijn werkgever, vraagt de uitvoeringsinstelling aan deze andere belanghebbenden of zij bij de verdere voortgang van de procedure willen worden betrokken en wie in dat geval als contactpersoon moet worden aangeschreven. Als deze belanghebbende positief reageert op een dergelijk verzoek, ontvangt hij afschriften van alle in de procedure gewisselde stukken. De stukken worden gezonden aan de opgegeven contactpersoon. Met name bij het zenden van stukken naar een werkgever is het in het belang van de privacy van de betrokkene dat de stukken alleen worden ontvangen door de persoon die belast is met de behandeling ervan. In het geval een werkgever weigert om een contactpersoon op te geven, kan de uitvoeringsinstelling bepalen dat de stukken niet worden verzonden maar ter inzage worden gelegd.
     Als de belanghebbende aangeeft dat hij niet wil worden betrokken bij de verdere procedure, ontvangt hij alleen de beslissing op bezwaar. Als hij in het geheel niet reageert, zal de eerstvolgende aan hem gerichte mededeling de uitnodiging voor de hoorzitting betreffen, tenzij de indiener afziet van het recht om te worden gehoord, dan wel dat zich één van de andere situaties als bedoeld in artikel 7:3 Awb voordoet. Overigens hoeft deze procedure niet volgtijdelijk plaats te vinden op de mededeling zoals die op grond van artikel 3 wordt verstuurd. Zo mogelijk kunnen de mededeling uit artikel 3 en het verzoek uit artikel 10 gelijktijdig - dus direct na ontvangst van het bezwaarschrift - plaatsvinden.
     In het derde lid is overigens opgenomen dat de werknemer ongevraagd bij de procedure wordt betrokken. Deze bepaling ziet op de situatie dat de werkgever bezwaar heeft gemaakt tegen de toekenning van een uitkering aan zijn werknemer. In een dergelijk geval wordt ervan uitgegaan dat de werknemer - gelet op de voor hem spelende belangen - sowieso betrokken wil worden bij de verdere procedure.

 

Artikel 11

     Als het bezwaarschrift of het daaraan voorafgaande besluit (mede) is gebaseerd op een medisch en/of arbeidskundig oordeel, schakelt de uitvoeringsinstelling voor de beoordeling van deze aspecten een bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige in. Dit is een door het Lisv geregistreerde verzekeringsarts of arbeidsdeskundige die voldoet aan de kwaliteitseisen die het Lisv stelt om in bezwaar te kunnen adviseren.
     Als het bezwaar zich in meer algemene zin richt tegen de aan het medisch en/of arbeidskundige oordeel ten grondslag liggende beleid, zal de uitvoeringsinstelling overigens van de inschakeling van een geregistreerde bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige af kunnen zien. Het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts en/of -arbeidsdeskundige wordt uiteindelijk betrokken bij de totstandkoming van de beslissing op het bezwaar.

 

Artikel 13

     De hoorzitting tijdens een bezwaarprocedure tegen bijzondere besluiten zoals die in dit reglement zijn gedefinieerd, wordt gesplitst in een gedeelte waarin de bijzondere gegevens worden behandeld en een gedeelte waarin de niet-bijzondere aspecten van het bezwaar worden behandeld. Slechts als de werknemer schriftelijk heeft toegestemd met kennisname van de stukken en zijn aanwezigheid op de hoorzitting, heeft de werkgever ook toegang tot het gedeelte van de hoorzitting waarin de bijzondere gegevens aan de orde komen. Een gemachtigde van een werkgever die arts is, heeft deze toestemming niet nodig om toegelaten te worden bij het deel van de hoorzitting waarin medische gegevens aan de orde komen. De toestemming is verder uitgewerkt in artikel 16 van het reglement.

 

Artikel 14

     Is een belanghebbende verhinderd om op een hoorzitting te verschijnen, dan kan hij onder opgaaf van redenen vragen om de hoorzitting op een ander tijdstip of een andere plaats te houden. Om de voortgang van de procedure niet te verstoren, zijn zowel de belanghebbenden als de uitvoeringsinstelling aan korte termijnen gebonden.
     Als het verzoek afkomstig is van een belanghebbende die geen bezwaarschrift heeft ingediend, zal de uitvoeringsinstelling dit verzoek beoordelen in het licht van de belangen van degene die wel een bezwaarschrift heeft ingediend in relatie tot de beslistermijnen.

 

Artikel 16

     In het kader van de privacybescherming geldt een afwijkende regeling voor inzage, kennisname en/of toezending van stukken die bijzondere persoonsgegevens bevatten. Slechts met schriftelijke toestemming van de werknemer kan de werkgever kennis nemen van dergelijke stukken. Om zoveel als mogelijk te voorkomen dat een werkgever zijn werknemer onder druk zet om deze toestemming te geven, bepaalt het tweede lid dat de uitvoeringsinstelling de werknemer benadert met de vraag of toestemming wordt gegeven. Hierbij wordt de werknemer duidelijk gemaakt wat zijn rechten zijn en welke gegevens na eventueel verleende toestemming aan zijn werkgever bekend zullen worden gemaakt. Als de werknemer geen toestemming verleent om zijn werkgever kennis te laten nemen van stukken die bijzondere gegevens bevatten, heeft dit tot gevolg dat de werkgever of diens gemachtigde geen kennis kan nemen van de stukken. Hiermee is toepassing gegeven aan het bepaalde in de artikelen 7:4, zesde lid, en 7:6 Awb.
     Bij stukken die medische gegevens bevatten, heeft het ontbreken van toestemming tot gevolg dat de werkgever alleen kan reageren op deze stukken via een gemachtigde die arts is. De uitvoeringsinstelling zal in geen geval een transcriptie van deze stukken maken aan de hand waarvan de werkgever op het medische aspect van de bestreden beslissing kan reageren. Hiermee is toepassing gegeven aan het bepaalde in paragraaf 2 (Medische besluiten) van hoofdstuk VII van de WAO.
     Tenzij de werknemer een eerder gegeven toestemming intrekt - welke intrekking uiteraard niet terug kan werken - zal de toestemming betrekking hebben op alle stukken die op de bestreden beslissing zijn gebaseerd, inclusief de tijdens de bezwaarprocedure ontvangen en opgestelde stukken (met inbegrip van de beslissing op bezwaar). Als de uitvoeringsinstelling twijfelt of een verleende toestemming zich uitstrekt tot een bepaald stuk, zal zij niet eerder overgaan tot inzage, kennisname of toezending aan werkgever dan na gerichte toestemming van de werknemer.

 

Artikel 20

     Als er sprake is geweest van een bezwaar tegen een bijzonder besluit waarvoor de procedure is toegepast dat de hoorzitting is gesplitst, maakt de uitvoeringsinstelling twee verslagen. De werkgever heeft alleen recht op kennisname van hetgeen tijdens het niet-bijzondere gedeelte van de hoorzitting aan de orde is geweest, tenzij de werknemer eerder heeft ingestemd met kennisname door zijn werkgever.

 

Artikel 22

     In afwijking van de hoofdregel uit de Awb dat een bestuursorgaan binnen zes weken beslist op het bezwaarschrift, bevatten de socialewerknemersverzekeringswetten een artikel waarin een afwijkende termijn is opgenomen. Met uitzondering van geschillen van geneeskundige aard in het kader van de Ziektewet die weer een veel kortere termijn kent, zijn de termijnen in het socialezekerheidsrecht langer dan de in de hoofdregel genoemde periode van zes weken. In het algemeen bedraagt de beslistermijn dertien weken.
     Dit artikel van het reglement bevat verder een regeling voor die situaties dat de beslissing niet op tijd kan worden genomen, die overeenkomt met artikel 7:10 Awb.

 

Artikel 23

     Omdat voor geschillen van geneeskundige aard in het kader van de Ziektewet een veel kortere termijn geldt waarbinnen een beslissing op het bezwaarschrift moet zijn genomen, zijn de andere termijnen die in dit reglement worden genoemd, sterk verkort.

 

Artikel 25

     In het eerste lid is opgenomen dat de beslissing op bezwaar betrekking heeft op alle op het bestreden besluit ingediende bezwaarschriften. Deze regeling ziet voornamelijk op de mogelijkheid dat bezwaarschriften zijn ingediend door zowel de werknemer als de werkgever.

 

Artikel 27

     Op een aantal plaatsen in het reglement is invulling gegeven aan de termijnen die aan de belanghebbende kunnen worden gesteld. Het begin van deze termijnen is gelegen op de dag na verzending van de desbetreffende mededeling, hetgeen in overeenstemming is met de regeling van artikel 6:8 Awb voor de aanvang van de termijn voor het indienen van het bezwaar(- of beroep)schrift.
     Bepalend voor de vraag of een melding of een stuk tijdig is ontvangen, is de dag van ontvangst (ontvangsttheorie). Een melding of een stuk is tijdig ontvangen als het vóór het einde van de termijn is ontvangen. Aan die verplichting kan op verschillende manieren worden voldaan: middels afgifte (ontvangsttheorie), verzending per fax (ontvangsttheorie), elektronisch bericht (ontvangsttheorie) of per post. Een per post ontvangen melding die of stuk dat op de laatste dag van de termijn ter post is bezorgd, is ook tijdig mits binnen één week ontvangen (bij indiening per post: verzendtheorie). Het poststempel is bepalend voor de verzenddatum. In het geval de datum poststempel ontbreekt (zoals bij een portvrije enveloppe) of onleesbaar is, wordt ervan uitgegaan dat het stuk tijdig is verzonden als het stuk niet is gedagtekend op een datum na de laatste dag van de termijn, mits het stuk niet later dan één week na afloop van de termijn is ontvangen. In het geval de uitvoeringsinstelling oordeelt dat de termijn is overschreden, zal de enveloppe worden bewaard en worden toegevoegd aan het dossier.
     Het bovenstaande is in lijn met de Lisv-Mededeling M 00.104 over termijnen/interpretatie van tijdigheid.

 

Amsterdam, 13 december 2000.
J.F. Buurmeijer, voorzitter.